Aan het einde van de wereld

Fotograaf Kadir van Lohuizen (1963) reisde over de Pan-American Highway van Vuurland naar Alaska. Hij bezocht de vele migranten langs de route. Het laatste deel van een tweewekelijkse rubriek: bij de pioniersfamilie Helmerick in Alaska.

Het noorden van Alaska is in de winter een eindeloze witte vlakte zonder onderscheid tussen water en land. Tot de jaren zeventig was dit het territorium van de Inupiat en ijsberen. Nu is het een wirwar van pijpleidingen en olie-installaties. Amerika boort hier naar olie.

Duizenden arbeiders zijn uit alle hoeken van het land en daarbuiten naar Alaska getrokken, gelokt door hoge lonen die de temperaturen van soms min 45 moeten goedmaken.

De familie Helmerick kwam al toen er van olie nog geen sprake was. Vader Bud en zijn vrouw Martha streken in de jaren veertig vanuit Colorado neer in de delta van de Colville rivier. Ze kwamen voor de prachtige natuur en begonnen commercieel te vissen. Ook bevoorraadden ze met hun vliegtuigje de dorpen op de onbegaanbare toendra. In de loop der jaren werd het territorium van de Helmericks van een nederzetting met een schuur uitgebreid met een hangar, een landingsbaan op het ijs en huizen voor de kinderen.

Nu wonen alleen zoon Jim en zijn vrouw Teena er nog. Ze zijn ook niet meer de jongsten en doen het rustiger aan. Ze lijken blij dat ik er ben; even een verzetje.

Ik denk terug aan de eerste familie die ik ontmoette op deze reis, in het gehucht Puerto Toro in het verre zuiden van Chili. Hun levens lijken op een vreemde manier met elkaar verbonden: een geïsoleerd bestaan aan het einde van de wereld.

Reis terug via de app voor de iPad of via www.viapanam.org. Volgende week in Z&Z een retrospectief.