Strategie van Obama in Afghanistan lijkt te falen

De druk op de VS om sneller dan gepland uit Afghanistan te vertrekken groeit. Zelfs president Karzai wil dat.

De Amerikanen en hun NAVO-bondgenoten moesten gisteren een dubbele klap incasseren in Afghanistan. Geheel onverwacht riep president Hamid Karzai hen na een gesprek met de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta in Kabul op al in 2013 het gezag over te dragen aan Afghaanse troepen in plaats van een jaar later. Bovendien verraste Karzai Washington met de eis dat de Amerikanen zich onmiddellijk terugtrekken uit de dorpen.

Ook van Talibaan-zijde kregen de Amerikanen een tegenslag te verduren. Die zeiden dat ze de vredesbesprekingen met Washington in de Golfstaat Qatar, die nog maar amper waren begonnen, tot nader order opschorten. De Amerikanen zouden zich niet aan afspraken houden. Naar wordt aangenomen ergeren de Talibaan zich aan de Amerikaanse aarzeling om vijf gedetineerden van de basis Guantánamo te ruilen tegen een Amerikaanse gevangene.

Daarmee komt de Amerikaanse strategie, die was gericht op een ordelijke terugtrekking van hun troepen voor eind 2014, steeds meer op losse schroeven te staan. In de VS neemt de steun voor de Afghaanse missie bij de bevolking snel af en ook politici willen liefst zo gauw mogelijk weg. Als zelfs Karzai, de man die ze met zoveel moeite in het zadel helpen houden, van hen af wil, is een langere presentie van de Amerikanen nauwelijks meer te rechtvaardigen.

De jongste tegenslagen vloeien rechtstreeks voort uit het bloedbad, dat een 38-jarige Amerikaanse sergeant afgelopen weekeinde aanrichtte in twee Zuid-Afghaanse dorpen. Daarbij kwamen zestien burgers, onder wie vrouwen en kinderen, om het leven. Het leidde tot een golf van woede, te meer omdat het volgde op andere recente Amerikaanse blunders, zoals de verbranding van korans en het urineren op de lichamen van gesneuvelde Talibaan.

Met zijn oproep vertolkt Karzai de gevoelens van veel Afghanen, die geen prijs meer stellen op de Amerikaanse aanwezigheid. Karzai speelt echter hoog spel want ook hij weet dat volgens de meeste deskundigen de Afghaanse regering militair gesproken nog lang niet op eigen benen kan staan.

Ook de Amerikaanse generaals zouden graag meer tijd hebben om de overgang goed voor te bereiden. Meer dan ooit zullen ze de sergeant vervloeken met zijn wilde schietpartij. „Het is teleurstellend, het is frustrerend”, aldus een anonieme hoge Amerikaanse functionaris tegen het persbureau Reuters. „Dit is een kerel in een dorp in Afghanistan, die op tactisch niveau een besluit neemt dat strategische gevolgen heeft.”

De Amerikanen hebben de wilde schutter, die voor zover bekend geheel op eigen initiatief handelde, inmiddels naar Koeweit overgebracht. Tot woede van veel Afghanen, onder wie parlementariërs, die wilden dat hij in Afghanistan wordt berecht.

De man, wiens naam nog altijd niet is vrijgegeven, heeft inmiddels een advocaat in de arm genomen, John Browne uit Seattle. Deze verklaarde gisteren dat zijn cliënt tijdens drie uitzendingen naar Irak twee keer gewond was. Daarna kreeg hij van zijn superieuren te horen dat hij niet terug zou hoeven naar oorlogsgebieden. Tegen zijn zin en die van zijn familie werd hij vervolgens toch naar Afghanistan gestuurd. Toen er bovendien gewonden waren gevallen onder zijn collega’s in Afghanistan zou hij zijn zelfbeheersing hebben verloren. Een Amerikaanse functionaris zei in The New York Times dat er daarnaast sprake was van drank- en familieproblemen. De sergeant riskeert de doodstraf.

Vooral de Amerikaanse acties tegen de Talibaan in dorpen liggen gevoelig. De Amerikanen hechten er veel belang aan, maar de nachtelijke invallen in huizen van dorpsbewoners zijn de Afghanen al langeen doorn in het oog. Er vallen vaak slachtoffers en de trotse Afghanen voelen zich in hun eer aangetast als buitenlanders hun huizen binnendringen. Karzai heeft de Amerikanen al herhaaldelijk opgeroepen daarmee op te houden. Een Afghaanse woordvoerder zei gisteren dat Afghaanse militairen „duizendmaal beter weten dan buitenlandse troepen hoe ze met respect voor de eigen cultuur met hun eigen mensen moeten omgaan”.