Obama gokt op verdere economische groei

Positieve economische cijfers moeten Obama aan een nieuwe termijn helpen. Maar het is een riskante strategie. „Als de groei tegenvalt heeft hij een groot probleem.”

Alles draait om de economie. President Obama kwam deze week even onverwacht bij de kiezers langs in de stad Clinton, Maryland. Foto AP

Het nieuwste wapen van president Barack Obama in de strijd om zijn herverkiezing is een internetfilmpje dat vannacht stilletjes in première ging. The road we’ve traveled de weg die we hebben afgelegd, gaat over Bin Laden, de zorg, Irak, maar vooral over de economie.

Aan de film van ruim een half uur is meegewerkt door grote Hollywood-namen als Tom Hanks. Hij vertelt het verhaal van een presidentschap dat ongelukkig begon met de kredietcrisis, maar hoopvol eindigt.

De film past naadloos in een patroon: Obama gebruikt de laatste maanden vrijwel uitsluitend zijn economische successen als campagnemiddel. Wat altijd de zwakste en minst benadrukte kant leek van zijn presidentschap, gebruikt hij nu als grootste verworvenheid.

Er viel de eerste jaren ook weinig te vieren. De werkloosheid bleef hoog, de economie bleef kwakkelen, en de staatsschuld liep op. De laatste maanden presenteert het Witte Huis iedere maand dalende werkloosheidcijfers: van 9,1 procent vorig jaar zomer naar 8,3 procent deze maand. „Amerika is terug”, zei Obama, Ronald Reagan citerend, tijdens zijn State of the Union in januari.

Met dit optimisme probeert Obama het contrast met zijn Republikeinse tegenstanders zo groot mogelijk te maken, en een zo groot mogelijk aandeel op te eisen in het economische herstel.

Maar het is een riskante strategie. Als het dit jaar minder goed gaat met de Amerikaanse economie, betaalt Obama daar straks in november een hoge prijs voor. En er zijn tekenen dat het herstel van de Amerikaanse economie veel minder hard zal gaan dan Obama voorspelt.

„De patiënt is uit de intensive care. Maar in het revalidatiecentrum gaat nu van alles mis”, vat econoom en publicist Noam Scheiber de Amerikaanse economie samen. Scheiber werkt bij het gematigd progressieve tijdschrift The New Republic en publiceerde deze maand het boek The Escape Artists, waarin hij het economisch beleid van drie jaar Obama analyseerde.

Zijn conclusie over de staat van de economie is veel somberder dan het beeld dat Obama zelf schetst. „Obama en zijn adviseurs hebben kans op kans laten liggen om de economie sneller te doen herstellen. Hij zag te laat in dat het creëren van banen de sleutel tot herstel én zijn herverkiezing zou zijn. Als je Obama nu hoort spreken, lijkt het of hij de economie zelf weer aan de praat heeft geholpen. Ik ben daar sceptisch over.”

Obama’s grote verdienste, zegt Scheiber, is dat hij en zijn kring van economische adviseurs de economische crisis in 2009 niet uit de hand hebben laten lopen. „Het had tot een implosie kunnen leiden, maar dat heeft hij verhinderd. Wat wel mis ging, is dit: Obama ging op twee gedachten hinken. Zijn adviseurs lagen met elkaar overhoop: een deel wilde koste wat kost de staatsschuld verminderen, een ander deel wilde de economie stimuleren met extra stimuleringsplannen. Obama neigde naar de eerste groep, waardoor hij enkele noodzakelijke investeringen veel te zuinig doorvoerde.”

Zijn eerste banenplan, een pakket maatregelen ter waarde van 750 miljard dollar in 2009, leverde nauwelijks structureel banen op. Het gelijk van Obama’s adviseur Larry Summers is hiermee bewezen, zegt Scheiber. Summers vond, in tegenstelling tot het kamp rondom minister Timothy Geithner van Financiën, dat het creëren van banen belangrijker is dan het aflossen van de staatsschuld. „Het compromispakket dat ze uiteindelijk maakten, deed geen van beide. Daar faalde het leiderschap van Obama.”

Sindsdien is het politiek alleen maar lastiger geworden. Republikeinen domineren het Congres, en hebben Obama’s tweede banenplan, ter waarde van 447 miljard dollar, eind vorig jaar afgekeurd.

Buiten Washington, zegt Scheiber, heeft de president al helemaal geen greep meer op de gebeurtenissen. De benzineprijs steeg vorige week naar 3,80 dollar per gallon (circa vier liter), een hoge prijs voor Amerikaanse standaarden. De Republikeinse presidentskandidaat Newt Gingrich pikte de symboolwaarde hiervan meteen op en belooft de prijs terug te brengen naar 2,50 dollar.

Daarbij is de Federal Reserve, de Amerikaanse Centrale Bank, minder optimistisch over de economische vooruitzichten. De groei van banen zal de komende maanden afzwakken, voorspelde de Fed deze week, door de hoge olieprijzen, de crisis in Europa en de slechte huizenmarkt. Het zijn factoren waar een president weinig aan kan doen, en die de geloofwaardigheid van Obama’s optimisme snel kan laten verdampen.

Een peiling van ABC en The Washington Post toonde deze week aan dat kiezers somberder worden over de economie, en Obama de schuld geven van de hoge benzineprijs. Zijn beleid werd door 50 procent van de ondervraagden afgekeurd, en 46 procent goedgekeurd – het spiegelbeeld van een peiling in februari.

„De ironie van een president is dat hij afgerekend wordt op dingen waar hij weinig aan kan doen”, zegt econoom Noam Scheiber. „Waar hij wél wat aan kan doen, blijft meestal onzichtbaar voor de kiezer. Hij kan het redden als hij in blijft zetten op banengroei. Maar als de groei inderdaad gaat tegenvallen, zoals de Fed voorspelt, dan heeft hij een groot electoraal probleem.”