Nederlandse opgeheven vinger werkt averechts in Indonesië

De regering moet Indonesië aanspreken op schendingen van de mensenrechten, vindt een aantal politieke partijen. Dit zou contraproductief zijn, stellen Alpha Amirrachman en Anton Lutter.

De gedeelde historie van Nederland en Indonesië beïnvloedt hun onderlinge relatie. Meestal is deze hartelijk, soms ook overspannen.

Kort geleden hebben de PVV en de SGP een motie ingediend over vermeende mensenrechtenschendingen in West-Papoea. Ze vonden dat de regering de „speciale historische band” tussen Nederland en de Papoea’s in acht moest nemen. GroenLinks diende een motie in om de Nederlandse regering ervan te weerhouden haar Leopardtanks van de hand te doen aan Indonesië, eveneens vanwege de vermeende mensenrechtenschendingen, door militairen in Atjeh, Oost-Timor en West-Papoea. De aanschaf van deze tanks dient de modernisering en professionalisering van de Indonesische strijdkrachten.

Dit opgeheven vingertje, zoals deze moties kunnen worden getypeerd, leidde in Indonesië tot opgetrokken wenkbrauwen. Die „speciale historische band” heeft Nederland immers met heel Indonesië. Heel Indonesië deelt de ervaringen van de eeuwenlange Nederlandse overheersing.

Wat te denken van de mensenrechtenschendingen die Nederland beging in Rawagede, op Java in 1947, de gebeurtenissen in Zuid-Celebes in 1946 en, verder terug, de Hongi-tochten in de zeventiende eeuw, onder meer naar Banda, onder verantwoordelijkheid van Jan Pieterszoon Coen? Bij deze schendingen zijn duizenden mensen vermoord.

Het standpunt van GroenLinks is weinig overtuigend. Het dispuut in Atjeh is beslecht door het geven van verregaande autonomie. Oost-Timor is sinds 2002 onafhankelijk.

Betreffende West-Papoea tracht de Indonesische regering tegemoet te komen aan de wens van de Papoea’s tot meer autonomie. De Nationale Mensenrechtencommissie (KomnasHAM) spoort actief mensenrechtenschendingen op.

Sinds het begin van de democratische hervormingen in Indonesië, in 1999, is de verbetering van de mensenrechtensituatie een hoeksteen van het beleid. Indonesië heeft het initiatief genomen tot een intergouvernementele mensenrechtencommissie van de Association of Southeast Asian Nations. Ook is het Bali Democracy Forum tot stand gekomen, met de ambitie democratische waarden te verspreiden.

Op het gebied van terrorismebestrijding heeft Indonesië internationale faam opgebouwd. Het land met de grootste moslimbevolking ter wereld heeft getoond daadkrachtig te kunnen optreden tegen terrorisme, door effectieve inzet van de politie en door publiekseducatie.

De goede verhoudingen tussen Nederland en Indonesië zijn beter gediend door een constructieve houding dan door een opgeheven vingertje. Het zou beter zijn samen te werken met de Indonesische regering op het gebied van de verbetering van de mensenrechtensituatie. Te denken valt aan de training van Indonesische officieren en het houden van gezamenlijke oefeningen, tegelijk met de verkoop van de tanks.

Als bevriende democratie en handelsnatie is het in het belang van Nederland om een sterk, eendrachtig en democratisch Indonesië als partner te hebben. Het gedeelde verleden is een rode draad om de relatie tussen beide landen te versterken.

Alpha Amirrachman is onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Anton Lutter is directeur van het Indonesia Knowledge Institute in oprichting.