Mijn kleine leesgids

Een zee, een plas, een chaos – zo noemde Boon De Kapellekensbaan al. Hoe de weg te vinden in dit kolossale oeuvre? Vier korte kenschetsen voor de beginnende Boonontdekker.

Tekst Jochen van BarschotTekeningen Paul van der Steen

De boze Boon

De eerste tien jaar van Boons schrijversleven staan in het teken van woede. Grote woede, over de oorlog en het grootkapitaal, en kleine woede, over alle bekrompen, kleinburgerlijke voorstadsgenoten van Boon in het Aalst van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. De ultieme weerslag daarvan vormt natuurlijk het tweeluik De Kapellekensbaan (1953) en Zomer te Ter-Muren (1956). De stijl van lange vlammende zinnen zonder hoofdletters, punten en komma’s die het tweeluik over Ondineke zo meeslepend maakt, keek Boon af van Céline en was ook in zijn vroegere werk al dominant. Voor en tijdens WO II had Boon zijn debuut geschreven, De voorstad groeit (1943) met ook een volksmeisje, industrie, armoede en een tragische ondergang. En ook Vergeten straat (1946), over de microkosmos die ontstaat in een doodlopende straat die door de aanleg van een spoorlijn van de buitenwereld wordt afgesloten, heeft zo’n stramien en is met even veel vuur geschreven.

Mijn kleine oorlog (1947) is anders van opzet. Als Boon in 1940 als krijgsgevangene terugkeert uit Duitsland is hij werkloos en heeft hij alle tijd om te schilderen en te schrijven. Maar als zijn toenmalige uitgever Manteau na de tegenvallende verkoopcijfers van De voorstad groeit en het slecht ontvangen, sombere Abel Gholaerts (1944) besluit zijn werk niet meer uit te geven, wordt hij broodschrijver in kranten en weekbladen. In Zondagspost (1945) schrijft Boon vooral zijn kleine woede van zich af, in een wekelijkse kroniek over de oorlog in zijn directe omgeving, en alle collaboratie, egoïsme en zelfverrijking die daarbij kwam kijken. Het boek eindigt met een laatste roep: ‘Schop de menschen tot zij een geweten krijgen’.

In 1960 maakte Boon voor de herdruk als Salamanderpocket een opgepoetste versie van Mijn kleine oorlog, met twee nieuwe hoofdstukken, een milder einde en beschaafde Nederlandse zinnen. De oorspronkelijke versie is krachtiger en wordt inmiddels ook weer herdrukt.