Matthews betovert als Deidamia

Händels ‘Deidamia’ met Sally Matthews (titelrol) in lichtblauw, 3e van links, en Olga Pasichnyk (Achille) in fluorroze, achter de bank Foto Ruth Walz

Deidamia van G. Händel door De Ned. Opera/Concerto Köln/Ivor Bolton. Regie: David Alden. Gezien: 15/3 Muziektheater A’dam. Daar t/m 1/4 . Radio 4: 7/4, 19 u. www.dno.nl

Als er een Hot or Not-lijstje voor operaregie bestond, zouden fluorescerende petticoats, camp en de krampachtige armbewegingen van choreografen Jonathan Lunn en Amir Hosseinpour best even naar de verboden zijde mogen worden overgeheveld.

Regisseur David Alden maakte voor De Nederlandse Opera in 2009 een over de top-geënsceneerde productie van Ercole Amante van Cavalli, met Hercules als karikaturale superheld met gummi blokjesbuik. Alden houdt erg van camp, wisten we toen.

Dat gaf te vrezen voor de nieuwe, vier uur durende productie van Händels weinig opgevoerde, laatste Italiaanse opera Deidamia, die met twee broekenrollen de nodige kapstokjes biedt voor (onder)broekenlol.

Gelukkig beperkt Alden zich hier goeddeels tot een heftig opgeleukte eerste akte, inclusief dolle tweelingclowns. Daarna intensiveert de theatrale zeggingskracht juist doordat de scenische overdaad vermagert.

Achilles heeft zich in meisjesvermomming verstopt op het eiland Skyros en wisselt herdersuurtjes met prinses Deidamia af met jagen – in jurk dan. Als de Grieken onder Ulisse steun komen vragen bij de strijd tegen de Trojanen, verbergt Deidamia haar geliefde, waarbij ook Ulisses verleidingspogingen afketsen. De Grieken ontdekken Achilles door een jachtwedstrijd te organiseren en geschenken aan te bieden, waarbij ‘zij’ voor wapentuig kiest. Geboren voor liefde en strijd zwaait hij, gehuwd met Deidamia, af richting oorlog.

Decorontwerper Paul Steinberg heeft de sporadische schoonheid van Skyros gevangen op een frescoachtig, azuurblauw achterdoek met paradijselijke wolkjes. Hij grossiert ook daarna in oogstrelende taferelen. Zo oogt het hof van koning Lycomedes als chic wellness-retreat (inclusief Mies van der Rohe Barcelonastoeltjes), waar Deidamia zich in haar aria Nasconde l’usignol wellustig ronddansend in badpak te water laat glijden.

Sally Matthews (Deidamia) schrijft hier en passant geschiedenis: zelden een sopraan oorstrelende zang zien paren aan zodanig sensuele dans.

En muzikaal valt er meer te genieten, bijvoorbeeld van de weelderige klank van Concerto Köln. De Nederlandse Opera moet wat bezuinigen en het invliegen van barokorkesten is een van de posten waar straks de rode pen doorheen gaat. Maar of je een orkest als dit ook het allerliefst zou horen onder Ivor Bolton is de vraag. Het oor voor Händel is geslepen door René Jacobs en Marc Minkowski: theatermannen die elk splintertje drama onder de loep nemen, opwinding genereren met stuwende tempi en in een beetje wraak- of bronstaria de vonken van de partituur laten spatten. Bolton is (zie zijn sierlijke slag) een estheet bij wie welluidendheid gaat boven explosief muziektheater.

Matthews (Deidamia) draagt de voorstelling met haar klokkend, warm geluid en geweldige présence. Maar ook de travestierollen zijn bevredigend bezet: met name Olga Pasichnyk is met haar niet zozeer grote als wel mooie timbre een aantrekkelijke Achille. Een ontdekking is de gruizige, intense bas-bariton van Andrew Foster-Williams (Fenice).