Laat Turkije de rest van de journalisten ook vrij?

Goed nieuws dat de bekende Turkse journalisten Sik en Sener na ruim een jaar zijn vrijgelaten. Maar als deze hype straks voorbij is, zitten veel andere journalisten, nog vast.

De internationale aandacht voor de afnemende persvrijheid in Turkije is de afgelopen maanden enorm geweest. Dat had alles te maken met de arrestatie van Ahmet Sik en Nedim Sener, twee bekende onderzoeksjournalisten. Op maandag werden beide heren, na ruim een jaar gevangenschap, vrijgelaten. Goed nieuws voor hen persoonlijk, slecht nieuws voor hun tientallen collega’s die nog achter de tralies zitten.

Ahmet Sik en Nedim Sener zaten vast omdat ze de ‘media-arm’ zouden zijn van een netwerk binnen de staat en het leger dat, zo wordt geclaimd, de AKP-regering van premier Erdogan ten val zou willen brengen. Hoe ridicuul die aantijging was, bleek al uit het feit dat beide journalisten juist onthullend publiceerden over netwerken binnen de staat. Tijdens de hoorzittingen kwam er dan ook geen enkel bewijs op tafel. De rechtszaak is overigens nog niet voorbij: Sik en Sener zijn niet vrijgesproken, alleen hun voorarrest is beëindigd.

Door de onderwerpen waar ze over schreven – zoals de omstreden islamitische Gülen-beweging, en de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink – wisten Sik en Sener zich verzekerd van de steun van hun collega’s, eerst vooral in Turkije en in toenemende mate ook in het buitenland. Ze waren en zijn onderdeel van de gevestigde mediaorde, hebben veel bekende vrienden in de media die weer makkelijk aandacht wisten los te peuteren in de buitenlandse pers.

Met als gevolg dat er wereldwijd veel aandacht kwam voor persvrijheid in Turkije, en premier Erdogan er veelvuldig op werd aangesproken. Geweldig, want dat betekende niet alleen aandacht voor Sik en Sener, maar ook voor de reden waaróm er in Turkije tientallen journalisten achter de tralies zitten: vage en te veel omvattende terrorismewetgeving. Het netwerk waar Sik en Sener onderdeel van zouden zijn, is gekwalificeerd als terroristisch. Hetzelfde geldt voor de PKK en de daaraan gelieerde organisatie de KCK, waar veel Koerdische journalisten in het gevang banden mee zouden hebben. In Turkije betekent ‘schrijven over’ namelijk ‘banden hebben met’. Vergelijk het met Peter R. de Vries opsluiten wegens banden met de georganiseerde misdaad.

In dit licht is het bijzonder slim Sik en Sener vrij te laten. Het betekent gegarandeerd dat de aandacht voor de slechte staat van dienst van Turkije op het gebied van persvrijheid, als sneeuw voor de zon verdwijnt. Nu zitten er geen journalisten meer vast die op de onvoorwaardelijke steun en inzet van hun Turkse collega’s kunnen rekenen. Die massaal naar elke hoorzitting gaan om als bezetenen te twitteren en zo het vuur weer op te porren bij nationale en internationale pers.

De meeste journalisten achter tralies zijn Koerden. Die schrijven niet over onderwerpen waar hun Turkse collega’s warm voor lopen. Sterker nog: voor de meerderheid van de Turken, óók van het journaille, kleeft er toch altijd een verdacht PKK-geurtje aan een Koerdische journalist, ook al is zijn of haar enige wapen een pen. Koerdische verslaggevers hebben geen bekende, invloedrijke vrienden, en hun standplaats is niet het hippe Istanbul maar steden ver weg als Diyarbakir, Van en Hakkari. Geen Turkse journalist reist af naar die uithoeken om stampei te maken rondom hoorzittingen, geen internationaal medium ruimt kolommen in voor journalisten die niet tot hun eigen verbeelding spreken.

Met de vrijlating van Sik en Sener is de hype rondom persvrijheid in Turkije voorbij. Pech voor de outcasts van de Turkse media, die voorlopig de vrijheid niet zullen proeven.