Kringloop

Zowat vijf of zes jaar geleden moet ik met een nogal lichtzinnige kop gezegd hebben: „Weet ge wat ik nog zou willen beschrijven? Het leven van Pieter Daens.” Want Pieter was een der helden uit grootvaders verbeelding. De roverskapitein Jan de Lichte en de gazetschrijver Pieter Daens, daar had hij een grenzeloze bewondering voor.

Hij kon nergens een oud grapje aanhalen, een woordspeling of een kwinkslag, en daar dan aan toevoegen: „Dat heeft Pie Donsj nog gezegd.”

Vijf of zes jaar lang doorploegde ik de bladen van Pieter Daens, las alles wat hij geschreven heeft, las alles wat men over hem geschreven heeft... en vanzelfsprekend moest ik dan ook de bladen van de tegenstrevers, de katolieken, lezen. En de bladen der liberalen, Het Verbond en Dendergalm. En ons eigen weekblad Recht en Vrijheid.

Alles wat dienen kon, alles wat een ander en ongewoon licht wierp op de sociale en politieke strijd in ons stadje Aalst schreef ik op en voegde het kronologisch - en veelal onlogisch - aan elkaar toe. Het werd veel meer dan alleen het leven van Pieter Daens, het werd de geschiedenis van de sociale strijd in mijn geboortestadje.

En de twaalfhonderd dichtbeschreven vellen kregen de titel: ‘Fabrieksstad Aalst’. Twaalfhonderd bladzijden die geen mens ooit lezen zou, want het was een eindeloze opsomming van nietsbetekenende jaartallen en van dorre, droge feiten.

Slechts af en toe kwam Pieter Daens er even in voor, want in deze geschiedenis van de sociale strijd waren zoveel andere mensen belangrijker dan hij. In de eerste plaats al zijn broer pastoor Daens. En dan baron de Béthune. En dan onze partijsekretaris, Fred Nichels...

Pieter zonk er in weg. En een paar weken geleden, na vijf of zes jaar lang te hebben geschreven over de Fabriekstad Aalst, voelde ik me echt zo bedroefd omdat hij, die held van grootvader was geweest, zo’n onbelangrijk aandeel in dat boek had.

En toen herinnerde ik me weer wat ik heel in het begin met een lichtzinnig hoofd had gezegd: „Weet ge wat ik nog zou willen schrijven? Het leven van Pieter Daens!” En of ge het geloven wilt of niet, maar ik ben weer helemaal opnieuw begonnen...

Ja, echt twaalfhonderd bladzijden waarin nu Pieter de belangrijkste is, want al gebeurde laat ik door zijn ogen bekijken, laat ik hem kommentaar er op geven. En die hele sociale en politieke strijd laat ik beginnen met zijn geboorte, en trek ik een streep er onder bij zijn dood.

Hij stierf trouwens in 1918, en na de eerste wereldoorlog werd het tóch een heel andere wereld.

Vorige week zag mijn vrouw me aan de schrijftafel zitten en wou ze weten of mijn boek, na zes jaar arbeid, wat opschoot. Zo blij als een kind heb ik geantwoord: „Ja, ik ben nu al aan bladzijde zes.”

Ik weet het, anderen verdienen veel geld met elk jaar opnieuw een romannetje te schrijven. Maar is dat het doel in ons leven, heel veel geld te verdienen? Of is het ons doel, genoeg geld te verdienen en ondertussen iets te maken waarover ge niet te schamen hebt?