In het Book Café is een open microfoon al een daad van verzet

‘Je tepels zijn als abrikozen”, dichtte de dichter die zich Everchange noemde. Hij schraapte zijn keel en nam vanonder zijn Panamahoed zijn giechelende gehoor de maat. Na twee dubbelzinnige verzen droop hij af en liet het podium aan een energieke slam poet met rastahaar die veel minder metaforen nodig had om president Mugabe de les te lezen.

„Nergens voel ik me zo vrij als hier”, vertelde Everchange me later. We zaten in het ‘Book Café’, een culturele oase, vrijhaven voor politiek debat, literatuur en tegendraadse muziek in het centrum van de Zimbabweaanse hoofdstad Harare. Het was een zaterdagmiddag, de microfoon stond open voor een ieder die artistieke aspiraties had. „Je ziet toch dat ik een beetje raar ben?”, zei Everchange. „Welke 23-jarige draagt nu een linnen tropenpak en een Panamahoed? Hier maakt het niet uit.”

Het Book Café, dat vorige week een Prins Claus-prijs ontving, is mijn Zimbabweaanse stamkroeg. Het is de plek waar je interessante mensen ontmoet, de plek ook waar je na dagen gevuld met bloeddoordrenkte getuigenissen van Mugabes machtsspel weer enige hoop krijgt voor de toekomst van het land. Hoezeer Mugabe de laatste jaren ook zijn best deed het vrije woord te smoren, het smoezelige hol boven de OK-supermarkt kreeg hij niet kapot.

„De politiek ligt er bij ons niet al te dik bovenop”, probeerde manager Ian White me in een aquarium dat zijn kantoortje was ooit wijs te maken. Mijn neus. Alles is politiek bij het Book Café. Er hangen misschien geen affiches van oppositiepartijen voor de ramen, maar het openstellen van een microfoon voor een ieder die iets te zeggen heeft, is in Zimbabwe al een niet te onderschatten daad van verzet.

Het Book Café begon kort na de Zimbabweaanse bevrijdingsoorlog in 1982 als de ‘Progressive Bookshop’ en werd in 1997 het culturele podium dat het nu nog steeds is. „We wilden een plek waar we de door de Rhodesiërs afgepakte vrijheid van meningsuiting konden terugwinnen”, vertelde Paul Brickhill, een van de oprichters, me afgelopen jaar.

Dat ging niet zonder slag of stoot. Toen hier de autobiografie van oppositieleider Joshua Nkomo werd gepresenteerd, destijds de aartsrivaal van Mugabe, werd Brickhill gearresteerd. En omdat de boekwinkel in Zuid-Afrika verboden anti-apartheidsboeken verkocht, sloeg kort hierna de geheime dienst van P.W. Botha met een aanslag toe.

Ook de gevreesde geheimagenten van Mugabe komen graag een biertje drinken. Die bezoekjes leidden de laatste jaren tot nieuwe problemen. „We hebben veel dreigementen ontvangen”, zei White. „Maar misschien zijn we te marginaal om echt een zorg te zijn. Ook tegen het eind van de apartheid werd op kleine schaal kritiek toegestaan. We hebben de deuren nooit echt hoeven sluiten.”

Dat moest wel op 31 december afgelopen jaar. Het was de laatste avond van het Book Café en ik was er bij. Brickhill had net te horen gekregen dat zijn geesteskind een Prins Claus-prijs zou krijgen. En meteen daarna hoorde hij dat de eigenaar van het pand de huur opzegde. „Politieke druk”, vuurspuwde Brickhill aan de bar. Het had een woest feest moeten worden, maar de stamgasten waren niet in de stemming.

Wat de clientèle toen nog niet wisten, is dat Brickhill en White op steenworp afstand een nieuw pand gevonden hadden. Daar reikte vorige week de Nederlandse ambassadeur de Prins Claus-prijs uit. „We zijn zeer vereerd”, aldus White.

Correspondent Zuidelijk Afrika