‘Hongarije is geen kolonie van de EU’

In Boedapest protesteerden Hongaren gisteren tegen de Europese Unie. Ze kregen daarbij, opvallend, steun van honderden Polen. „Stop de internationale bezetting.”

Verontwaardiging over de bemoeizucht van de Europese Unie doet verbroederen in Oost-Europa. Betogende Hongaren kregen op hun nationale feestdag gisteren bijval van twintig treincoupés Polen. De Polen, veelal aanhangers van de nationalistische, anti-Europese partij PiS (Recht en Rechtvaardigheid) van de in 2010 omgekomen Poolse president Lech Kaczynski, waren opgetrommeld door het conservatieve weekblad Gazeta Polska.

„De EU laat Hongaren niet vrij om hun eigen politiek te bepalen”, zegt Radek Siwiec (18) uit Brzeznica. Hij heeft een Poolse vlag in zijn hand en een gouden katholiek kruis aan een ketting boven zijn ruitenblouse. „Belachelijk.” Hij staat naast de Matthiaskerk waar ook een vier meter breed spandoek hangt met een hamer en een sikkel in een krans van EU sterren. De tekst: ‘stop de internationale bezetting’.

De stemming in de Hongaarse hoofdstad is ondertussen opperbest. Gezinnen gaan, getooid met rozetten in de nationale driekleur, de straat op voor de viering van het begin van de onafhankelijkheidsstrijd in 1848. Ook toen hielpen Polen de Hongaren, tegen de overheersing door Oostenrijkers die keer. Eetdampen gaan vanaf de braderie de lentelucht in. Tussen de kramen vol klederdracht, houten zwaardjes en pálinka vinden de groepen elkaar.

Afgelopen dinsdag besloten de Europese ministers van Financiën dat Hongarije bijna een half miljard euro subsidie verliest, als de regering niet uiterlijk in juni met geloofwaardige plannen komt om het begrotingstekort onder controle te houden. Het is volgens de aanwezigen op en rond de burcht in Boedapest het laatste bewijs dat de Europese Unie erop uit is om de Hongaren te kleineren.

De stoet Hongaren en Polen steekt tegen drie uur de Donau over naar het parlementsgebouw. Daar houdt premier Viktor Orbán, die aanvoerder van het Hongaarse verzet tegen de EU, een felle toespraak voor een grote menigte. Volgens een lokale nieuwszender zijn er 250.000 mensen op de been, maar dat valt niet te verifiëren. De hele dag hebben door de regering ingezette bussen mensen van het platteland naar de hoofdstad gebracht.

Net als in 1848 en in 1956, het jaar van de Hongaarse opstand tegen de communistische dictatuur, is de boodschap van premier Orbán nu: „We zullen geen kolonie zijn!”. Hongaren weten wat het betekent om ongevraagd ‘kameraadschappelijke hulp’ te krijgen, zegt hij. „Zelfs als dat komt in een fijn gesneden pak en niet in een uniform met schouderepauletten. Wij willen dat Hongarije rondom zijn eigen as draait.”

Wat Orbán en zijn gasten uit Polen, (er zijn overigens ook nog enkele Roemenen en Litouwers) betreft, is de tijd voorbij dat de EU een West-Europees liberaal feestje is. Het zwaartepunt is volgens hem inmiddels naar het oosten verschoven en sterke christelijke naties zouden nodig zijn om het verzwakte en vergrijzende continent van de ondergang te redden. Siwiec uit Polen, een van de met de trein opgetrommelde betogers, zou willen dat zijn land zo’n inspirerende leider had, zegt hij bewonderend.

Op nauwelijks een kilometer van de officiële viering hebben de rechts-radicalen hun podium. Aan het rijtje buitenlandse bedreigingen wordt hier door de sprekers nog Israël toegevoegd. Als de schemer valt trekken de neonazi’s met anti-IMF leuzen in een stoet langs verschillende bankgebouwen.

Kort na zijn aantreden wees de regering van premier Orbán het Internationaal Monetair Fonds, dat in 2008 een noodlening verstrekte en in ruil daarvoor eisen aan het beleid stelde, de deur. Het verlagen van de staatsschuld en het begrotingstekort zijn sindsdien speerpunten van Orbáns beleid. Hij hamert op het belang financieel onafhankelijk van het buitenland te zijn.

Zijn beleid, dat onder meer bestaat uit de nationalisering van pensioenfondsen en extra heffingen op banken, wordt door analisten beschouwd als onberekenbaar en wispelturig. Dat vertaalt zich in grote wisselkoersschommelingen van de nationale munt, de forint, en hoge rentes.

Begin januari dit jaar moest de regering om de markten te kalmeren schoorvoetend opnieuw bij het IMF aankloppen. Dat wil echter alleen helpen als het overtuigd is dat de hervormingen duurzaam zijn en na een groen licht vanuit Brussel. De EU en het IMF werken als een tandem om de Hongaarse regering in het gareel te krijgen.

Tegelijk met de toespraak van Orbán houdt aan de voet van de Erzsébetbrug een verzameling van oppositiegroepen, politieke partijen, mensenrechtenactivisten en verontruste burgers een betoging. Ook in deze menigte Poolse vlaggen. Hongaar Miklos Felfoldi (60) doet het op verzoek van Poolse familieleden, vertelt hij, terwijl hij Poolse snoepjes uitdeelt.

Hij trekt de parallel tussen Viktor Orbán en de Poolse tweeling Lech en Jaroslaw Kaczynski, die tussen 2005 en 2010 als president en premier van Polen het gezicht van het land bepaalden. De Kaczynski’s isoleerden Polen internationaal met reactionaire anti-Duitse, anti-Russische en anti-Europese uitspraken. Inmiddels heeft Polen een gematigde, liberale regering en geldt het land als sterspeler in het EU-team, met snel toenemende economische en politieke macht.

Student culturele antropologie Laura Voloncs (24) is een van de weinigen met een EU-vlag. Identiteit is ingewikkeld vandaag de dag, verzucht ze. „De regering dwingt ons Hongaarser te zijn. Ik wil laten zien dat ik tegelijk een Europees en een Hongaars burger kan zijn.”