Het is maar goed dat niemand Volkert kent

Opmerkelijk weinig aandacht was er deze week op televisie voor het onderzoek naar de straftoemeting door Nederlandse rechters. Het resultaat was dat verdachten met een buitenlands uiterlijk of een slechte beheersing van de Nederlandse taal zwaarder gestraft bleken te worden.

Het nieuws werd tegen de verwachting in wel opgepikt door PowNews. De vorm van het item voegde zelfs informatie toe. Een voxpoppende verslaggever hield winkelend publiek op het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord twee foto’s voor en vroeg wie van de twee een crimineel was.

Steevast wezen de ondervraagden, ook die met een buitenlands uiterlijk, de minst Europees ogende persoon aan als de crimineel. Dus niet Anders Breivik, Marc Dutroux of Volkert van der G. maar Tweede Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks). En waarom? „Omdat hij er het meest gevaarlijk uitziet!”

Dat alledaags racisme onder het brede publiek is minder verbazingwekkend dan dat van rechters. Maar wat me het meest bevreemdde is dat zo veel mensen de moordenaar van Pim Fortuyn niet herkenden.

Zijn foto circuleerde een kleine tien jaar geleden toch in vrijwel alle media zonder balkje voor de ogen. En de laatste weken zie je die foto zelfs weer vrij vaak op televisie, omdat het tien jaar geleden is.

Misschien moet Van der G. daar heel blij mee zijn. Ik vermoed dat de kans dat hij na een eventuele vrijlating rekening moet houden met lynchpartijen groter zou zijn dan voor Mohammed B. of zelfs voor ‘het monster’ Robert M.

Sterker nog: er is nu al weinig respect voor zijn begrijpelijke terughoudendheid om in de openbaarheid te treden. Gisteren was zijn stem te horen in een heimelijk opgenomen telefoongesprek, dat vooral gekenmerkt wordt door Van der G.’s achterdocht tegen de media.

Voor het programma Edwin zoekt Fortuyn (AVRO) zond Pims volle neef Edwin een brief aan de moordenaar, met het verzoek hem eens te mogen spreken. Tegen de verwachting in belt Van der G. uit de gevangenis en wijst zo’n ontmoeting niet bij voorbaat af. Justitie zal het niet goed vinden en ook is hij als de dood dat er iets van op televisie zal komen. Maar dat kwaad is op dat moment al geschied.

In het programma zit Edwin Fortuyn naast presentator Art Rooijakkers op de achterbank van een Daimler. Er wordt geen enkele waarschuwing gegeven dat dit gesprek uitgezonden kan worden.

Kennelijk vertegenwoordig je als gehate moordenaar van een volksheld te veel nieuwswaarde om nog rechten te hebben. In andere media kreeg hij zelfs de schuld van dit ‘schaamteloze’ telefoontje, omdat hij geen berouw toonde en zich ook anderszins op de vlakte hield.