‘Grand Charles’: Redder en vader

De ‘grootste Fransman aller tijden’ richtte de Vijfde Republiek op en stond garant voor orde en gezag. Een nieuwe, licht ironische biografie vol anekdotes had best wat dikker mogen zijn.

De Gaulle voor de Arc de Triomphe in 1944 Foto Arte

H.L. Wesseling: De man die nee zei. Charles de Gaulle 1890-1970. Bert Bakker, 256 blz. € 24,95

Deze week behaalde de rechts-nationalistische Marine Le Pen de benodigde 500 handtekeningen van Franse ambtsdragers, waardoor zij deel kan nemen aan de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen op 22 april.

Een van de – ook voor Nederland – interessante aspecten in die Franse verkiezingsstrijd is het thema van de ‘homme providentiel’. Welke Verlosser formuleert het juiste antwoord op de financieel-economische crisis? Nieuw is deze roep om een charismatisch en daadkrachtig politicus niet. Frankrijk kent een traditie van ‘grote mannen’ van Louis XIV en Napoleon tot gezichtsbepalende republikeinen als Pierre Mendès France. In dit rijtje hoort ook Charles de Gaulle thuis. Meer zelfs: in 2005 werd hij verkozen tot ‘grootste Fransman aller tijden’, nog voor Louis Pasteur en Abbé Pierre. Dat de oprichter van de Vijfde Republiek tegenwoordig zo’n status heeft, is opmerkelijk. In de jaren vijftig en zestig werd hij door een flink deel van het electoraat verketterd en beschouwd als een fascistoïde leider.

Over deze staatsman is nu een Nederlandse biografie verschenen: De man die nee zei. Charles de Gaulle 1890-1970. Zo’n vermetel project is de auteur, Henk Wesseling, wel toevertrouwd. De Leidse emeritus hoogleraar heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan met veel aandacht voor de eigentijdse Franse geschiedenis. Hij treedt in de voetsporen van wijlen Mr. G.B.J. Hiltermann die in 1967 Charles de Gaulle en de Fransen, publiceerde.

Biografisch geweld

Hoe verhoudt Wesselings analyse zich tot het biografische geweld dat de afgelopen jaren door Franse historici (Jean Lacouture, Max Gallo en Éric Roussel) over De Gaulle is uitgestort? Zijn invalshoek is origineel, namelijk die van ‘de man die nee zei’. De Gaulle zei volgens Wesseling nee tegen de behoudende defensiepolitiek ten opzichte van nazi-Duitsland in de jaren dertig; nee tegen de wapenstilstand van 1940 en het met de Duitsers collaborerende regime van Vichy; nee tegen een terugkeer van het krakkemikkige parlementaire regime in 1946; nee tegen de Fransen die de koloniën wilden behouden en, ten slotte, tot twee keer toe nee tegen het Britse lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. Wesseling verklaart die neiging tot rebellie en verzet uit De Gaulles persoonlijkheid en uit de dramatische omstandigheden die zich voordeden. Dat eerste doet hij summier, het tweede uitgebreid.

Tot drie maal toe trad De Gaulle op als ‘redder van Frankrijk’. De eerste keer in 1940, door de strijd tegen de Duitsers voort te zetten vanuit Londen. De tweede keer in 1958, toen Frankrijk op de rand van een burgeroorlog balanceerde door de oorlog in Algerije. De Gaulle, die eigenlijk al met pensioen was, keerde terug aan het politieke front. Hij kapte Frankrijk los van zijn Empire en bouwde het staatsbestel om tot een presidentieel systeem: de Vijfde Republiek. Hij herstelde het directe contact tussen staatshoofd en kiezer – vanaf 1962 werd de president rechtstreeks gekozen – en hanteerde het referendum als een instrument waarmee hij het verfoeide parlement omzeilde.

Vervolgens had De Gaulle de handen vrij om een politiek van grandeur en onafhankelijkheid te voeren met een eigen atoomwapen en een ‘derdeweg’-beleid tussen de VS en de Sovjet-Unie. In mei 1968 stond hij voor de derde keer garant voor orde en gezag. De Gaulle slaagde erin de studentenopstand te dempen. Klaar met zijn missie, zocht De Gaulle naar een eervolle uitweg. Die vond hij in 1969, toen hij een onbeduidend referendum verloor. Hij trok zich terug in Colombey-les-Deux-Églises waar hij in 1970 overleed.

Over De Gaulles privéleven is Wesseling summier. Dat is logisch, want buiten zijn militaire en politieke leven leidde ‘le grand Charles’ een saai bestaan. Zijn vrije tijd in Colombey besteedde de Gaulle aan wandelingen, lectuur, schrijven en potjes patience. Op zondag ging hij met zijn Yvonne naar de kerk. Seksuele escapades zoals die van Chirac (‘Monsieur 3 minutes avec douche’) waren hem vreemd. Dit verklaart mede de hedendaagse populariteit van De Gaulle en die roep om een nieuwe ‘homme providentiel’.

Eetgewoontes

Wel besteedt Wesseling veel aandacht aan de politiek en maatschappelijke context. Uitgebreid staat hij stil bij dramatische gebeurtenissen zoals WO I en II en de revolte van mei 1968. Hij doet dit op zijn welbekende manier. Zijn verhaal is met vaart geschreven, licht ironisch en tongue in cheek. De man die nee zei is doorspekt met anekdotes en opmerkelijke details, onder meer over De Gaulles lengte en eetgewoontes.

Wesseling is nog altijd een van de weinige Nederlandse geschiedkundigen die geschiedenis als een populariserend genre willen en kunnen beoefenen. Volgens hem was De Gaulles wereldbeeld dat van een ‘klassieke 19de-eeuwse’ politicus. Hetzelfde kan worden opgemerkt van Wesselings benadering van de geschiedenis. Centraal staan de daden van grote mannen en belangrijke gebeurtenissen. Sociaal-economische, culturele of psychologische factoren zijn van ondergeschikt belang.

De biografie overtuigt in de analyse van de Gaulles ‘grand dessin’ dat was gericht op herstel van Frankrijks plek in de wereld. Bij De Gaulle stonden geopolitieke belangen centraal; voor ideologieën was niet of nauwelijks plek. Het is dan ook ironisch dat het gaullisme als ‘isme’ grote betekenis heeft gekregen in de Vijfde Republiek. Daar was de generaal zelf debet aan, ondermeer met de door hem opgerichte Rassemblement du Peuple Français (RPF,1947).

In de huidige verkiezingscampagne plaatsen politici zich te hooi en te gras in een (neo-)gaullistische traditie. Een nadere verkenning van De Gaulles verhouding tot het gaullisme, maar ook tot nationalisme en zijn ideeën over het wezen van de Republiek, was zeker op zijn plaats geweest in De man die nee zei. Ook onderbelicht is de vooronderstelde ‘grootsheid’ van en de legendevorming rondom De Gaulle. Hoe zat het nu precies met diens uitstraling, aura en charisma?

De Gaulle was ten diepste een erfgenaam van het katholieke en provinciale Frankrijk. Wat hem onder meer zo fascinerend maakt is dat hij gevoelsmatige kwesties koppelde aan een heel pragmatische en rationele kijk op de wereld. De Gaulle was dan ook op een vormelijk-intellectuele manier charismatisch. Een autoritaire vaderfiguur (militair!), maar volstrekt geen bevlogen demagoog.

Vaak lijden biografieën aan een ernstige mate van obesitas. Nogal wat auteurs hebben moeite het portret op gewicht te houden. Bij deze biografie geldt eerder het tegenovergestelde. Wesselings De Gaulle is een in omvang en toonzetting keurig portret van de belangwekkendste homme providentiel uit de recente Franse geschiedenis. Maar bij zoveel tevredenheid is er toch ook het besef dat juist deze biograaf op diverse onderdelen zijn analyse van de illustere Fransman had kunnen verrijken.