Geen slaafse volger van Hergé

Eric Heuvel maakte naam met educatieve strips over oorlog. Onlangs kreeg hij de Stripschapprijs.

Beretrots is Eric Heuvel op de Hebreeuwse vertaling van zijn strip over de Holocaust, De zoektocht. „Het is een ultiem stempel van goedkeuring”, zegt de tekenaar. „Jad Wasjem, het Holocaust-instituut in Israël, heeft de vertaling geïnitieerd, om met een strip aandacht te vragen voor de gruwelen van de Holocaust. Het doet me zoveel genoegen, omdat ik bij het maken van de strip altijd in gedachten hield wat de slachtoffers van mijn werk zouden denken.”

Afgelopen zaterdag, tijdens de Nederlandse Stripdagen, kreeg Eric Heuvel de Stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn grootste verdienste is dat hij de educatieve strip in Nederland tot een zelfstandig genre heeft ontwikkeld. De jury looft hem ook vanwege zijn vrije werk, met name om de reeks January Jones, die hij maakt met scenarist Martin Lodewijk.

Wat de jury waardeert in zijn werk is „de heldere en degelijke vertelstijl, die visueel boeiend is en tegelijkertijd toegankelijk. Volgens de jury tekent Heuvel „in een typisch Nederlandse variant van de ‘klare lijn’-stijl, geïnspireerd door het werk van Hergé, zonder het slaafs te volgen.” Heuvel zorgt ervoor, schrijft de jury verder, dat „de ouderwetse, degelijk vertelde strip, met een vleugje humor, een flinke dosis avontuur en een grote Nederlandse nuchterheid, nog steeds springlevend is.”

De ontdekking, zijn eerste historisch-educatieve album, over de Tweede Wereldoorlog (uit 2003) maakte Heuvel in samenwerking met de Anne Frank Stichting. In 2005 werd de strip uitgeroepen tot ‘Nationaal Geschenk’ en in een oplage van ruim tweehonderdduizend stuks beschikbaar gesteld aan alle tweedeklassers in het voortgezet onderwijs. Nadat docenten het boek omarmden, besloot de Anne Frank Stichting tot een tweede album. Dat werd De zoektocht, over de Holocaust. Het werd al zeventien keer vertaald.

Een derde album maakte Heuvel over Nederlands Indië. De terugkeer (2010) behandelt de Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsstrijd. Ook dat album werd als ‘nationaal geschenk’ aan scholieren geschonken. Bij de strips zit een docentenhandleiding, opdat aan de hand van de strip les kan worden gegeven.

Heuvel: „Als je een groot ego hebt en wilt uitpakken met eigen ideeën, dan moet je geen educatieve strip willen maken. Ik ben dienstbaar aan het doel en dat is kennisoverdracht. In de testfase sneuvelen soms tekeningen waar ik met veel liefde en plezier aan heb gewerkt. Kinderen op scholen beoordelen mijn schetsen en het taalgebruik. Bij De zoektocht vonden ze dat het verhaal langzaam op gang kwam, dus zijn er pagina’s weggesneden. Daar verzette ik me tegen, maar vanuit een verkeerde emotie. Het gaat niet om mij.”

De opleiding tot leraar geschiedenis maakte Eric Heuvel niet af. „Maar op deze manier heb ik misschien wel meer bijgedragen dan ik voor de klas had gekund.”

De terugkeer, een complex verhaal

Dit is een krachtig beeld uit De terugkeer: twee jongens die zijn geïsoleerd van hun ouders in jongenskampen en blootstaan aan de bruutheid van de Japanse bezetter. Het is een detail van een complex verhaal.

„Dit album is gemaakt met Indisch Herinneringscentrum Bronbeek als partner. Daar werd me verteld dat de Indische gemeenschap nog lastiger is dan de Joodse. Bij de Holocaust zijn de rollen helder: daders, slachtoffers en omstanders. Bij het Indische verhaal zijn er Nederlandse kolonisatoren, Japanse bezetters, Indonesische onafhankelijkheidsstrijders, elk met diffuse rollen en uiteenlopende individuen. Wie bepaalt wie goed of fout is? Kijk maar eens naar de commentaren op Indische internetfora. Die laten soms geen spaan van het boek heel. Misschien dat er een Indonesische vertaling van De terugkeer komt. Medewerkers van Bronbeek lieten het lezen aan een oud-strijder van het TNI, het Indonesisch leger, die oud genoeg was om nog Nederlands te hebben geleerd. Hij was tot tranen toe geroerd en zei: ‘Zoiets hebben wij ook nodig voor onze jeugd

Bud Broadway, entertainer

„Na de laatste January Jones viel er een gat op onze plek in het AD, waarin we de strip voorpubliceerden. De krant vroeg of ik dat kon vullen. Ik zou tekenaar én scenarist zijn, voor twee stroken per dag. Dat was te veel, dus ik stelde voor er een ouderwetse tekststrip van te maken, met een strook tekst onder een strook beeld. Dan hoefde ik minder te tekenen. Dat heb ik 4,5 jaar gedaan, wat resulteerde in negen albums met Bud Broadway.

„Bud is een entertainer en qua uiterlijk en vak gevormd naar Bob Hope en zijn Road to-films. Bob Hope was iemand die ik vaak voor mezelf tekende om zijn markante kop, met die ronde kaaklijn en die lange neus.

„Dit is de cover van het album De toorts van Caesar. In de verte zie je een boortoren, vooraan zit Bud. Beide omkranst, hij met spetters, de toren met streepjes. Achter het vliegtuig en onder de voeten van de Duitsers zie je krulletjes. Ik hou erg van zulke tekens. Je ziet ze ook bij de oma op het derde plaatje van het strookje uit De zoektocht. Ze sturen de blik van de lezer en suggereren effectief beweging en emotie – kwaadheid, verwarring, verdriet.”

Operatie Product

„Als amateur zonder naam of niks bood ik mijn werk halverwege de jaren tachtig aan bij amateurbladen. Deze strip over Indië van vier pagina’s werd gepubliceerd. De titel is Operatie Product, naar de codenaam van de eerste politionele actie. Het ging Nederland om producten, om de handel in rubber en suiker, want vlak na de oorlog was er een grote behoefte aan geld.

„Ik ben een gemankeerd geschiedenisdocent, die geschiedenisverhalen probeert te combineren met spannende verhalen. Mijn stijl was nog realistisch. Tekenaars in die stijl als Giraud (de tekenaar van Blueberry), Mézières en Hermann (Bernard Prince) inspireerden me. Ik was nog zoekende.

„Mijn interesse voor Indië komt voort uit een bijzondere gebeurtenis. Als elfjarige zwaaide ik naar keizer Hirohito en hij zwaaide terug. Ik woonde in de Plantagebuurt in Amsterdam en Artis was een natuurlijke speelplek voor me. Op een dag zag ik dat er een limousine door Artis reed, ter hoogte van de apenrots. Ik dacht: dat móét een beroemdheid zijn. Ik zwaaien. Als enige, want de rest van het publiek keek stuurs voor zich uit. Dus Hirohito zwaaide terug. We hadden echt oogcontact. Ik werd meteen in mijn kraag gegrepen door een wildvreemde man die mij vroeg of ik niet wist dat hij het Japanse equivalent van Hitler was. Vanaf dat oogcontact met iemand voor wie jonge jongens zich te pletter vlogen, was mijn interesse gewekt voor dat deel van de oorlog.”

January Jones, een stoere pilote

„Ik wilde striptekenaar worden. Martin Lodewijk reageerde met een briefje op het werk dat ik rondstuurde. Samen creëerden we January Jones, een stoere pilote. Onze overweging was dat er nauwelijks vrouwelijke striphelden waren in die tijd: tweede helft jaren tachtig. In Nederland had je alleen Franka. En ik tekende graag vrouwen. Martin moedigde me aan om volgens de klare lijn te gaan tekenen om me te ontwikkelen en sneller tot de kern van een tekening te komen.

„De verhalen spelen zich af in het interbellum omdat Martin en ik allebei erg van dat tijdperk houden: van de mode, het design, de zwart-wit films en de muziek. Henry Hall & His Gleneagles Band bijvoorbeeld. Het stelt mij onder meer in staat January in propellervliegtuigen te laten vliegen.

„Ik modelleerde haar naar Ginger Rogers, een knappe filmster uit die tijd. January heeft ook dat haar in een bosje. Dat past goed onder een pilotenhelm. In het eerste album maken we er een grapje over: dan droomt ze dat ze danst met Fred Astaire.

„Dit is het omslag van het nieuwe album dat zaterdag verschijnt. Het gaat over de goudschat van de Spaanse koningen die naar Rusland verdween in de Spaanse Burgeroorlog. Historisch waar. Zeventien jaar geleden al door Martin aangekondigd op de achterkant van deel 4.

„Martin is een purist: het moet zoals Hergé het bedoeld heeft. Dat betekent bijvoorbeeld dat het hoofd relatief net een tikje groter moet zijn dan de gulden snede die Michelangelo heeft vastgesteld. Spielberg heeft daar in zijn Kuifje-film ook voor gezorgd, met de computer, als eerbetoon.

„Documenteren is een van de leukste onderdelen van mijn beroep. Martin en ik zoeken alles uit. Zie je dat rood-geel-paarse vlak op de staart van het vliegtuig? Zulke kenmerken moeten kloppen.”