Frans studeren? Een uittreksel van Molière is goed genoeg

Er verdwijnen zo’n dertig talenopleidingen aan de universiteiten. Betrokkenen maken zich al langer zorgen. „De afbraak begint op de middelbare school.”

Toen hoogleraar Maarten van Buuren tussen 1966 en 1972 Frans studeerde, moest hij lezen. Veel lezen. Twintig boeken uit de zeventiende eeuw, twintig uit de achttiende en twintig uit de negentiende bijvoorbeeld, zodat hij de geschiedenis van de Franse literatuur goed leerde kennen. Van Buuren: „Nu kun je je bachelor Frans halen, terwijl je van schrijvers als Racine of Molière niet meer dan een uittreksel hebt gelezen.”

De Nederlandse universiteiten zetten de komende jaren opnieuw het mes in het aanbod van alfastudies. Uit een rondgang van deze krant bleek gisteren dat er ongeveer dertig opleidingen verdwijnen. Ze worden geschrapt, of gaan op in een brede bacheloropleiding.

Vooral bij de talenopleidingen gaat de komende jaren veel veranderen. Studies als Portugees en Roemeens verdwijnen uit Nederland, terwijl talen als Duits, Italiaans en Frans nog maar op enkele universiteiten als zelfstandige opleidingen zijn te volgen.

Voor de talen is dit het einde van een proces dat ruim twintig jaar geleden van start ging en het laatste decennium in een stroomversnelling is geraakt. Opeenvolgende bezuinigingen hebben ervoor gezorgd dat de opleidingen al sterk van karakter zijn veranderd.

Ieme van der Poel is hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Frans blijft daar een zelfstandige studie. „Maar in de propedeuse worden al jarenlang vakken als wetenschapsfilosofie gegeven, die worden gedeeld met andere opleidingen in de Geesteswetenschappen. Dat is om geld te besparen, maar zorgt er wel voor dat er minder tijd is voor vakken die enkel met het Frans te maken hebben.”

Voor taalverwerving in de collegebanken is minder aandacht, zegt Van der Poel. Daar staat tegenover dat studenten tegenwoordig vaak een semester aan een Franse universiteit doorbrengen. „En dat is natuurlijk heel goed voor je taalvaardigheid. Toen ik studeerde, in de jaren zeventig, gingen de meeste studenten niet naar het buitenland. Ik heb zelf een baantje als telefoniste in Parijs geregeld om mijn Frans te verbeteren.”

Al met al, denkt van der Poel, is het eindniveau van de huidige studenten niet veel lager dan enkele decennia geleden. Daar denkt Van Buuren, hoogleraar Frans in Utrecht, heel anders over. „Iemand die nu een master Frans haalt, bevindt zich ongeveer op het niveau dat ik en mijn medestudenten in ons tweede jaar bereikten.” De daling van het niveau komt deels op het conto van het taalonderwijs op de middelbare school, zegt Van Buuren. „Daar begint de afbraak.”

Guillaume van Gemert, hoogleraar Duitse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen vindt ook dat het met het voortgezet onderwijs de verkeerde kant op is gegaan. En niet alleen op het terrein van de vreemde talen. „Alle aandacht gaat uit naar de middelmaat, en hoe de minder sterke scholieren op dat gemiddelde niveau te trekken. Het gevolg daarvan is dat ook de uitblinkers belanden op dat niveau.”

Van Gemert doceert naast Duits ook algemene letterkundige vakken voor studenten van andere opleidingen. „Daar kan ik al jaren geen Duitstalige literatuur meer voor opgeven. Net zomin als een student filosofie nog Hegel in het Duits hoeft te lezen. En dat terwijl er met een vertaling, hoe goed die ook is, toch altijd wat van een tekst verloren gaat.”

Tijdens zijn eigen studie, van 1967 tot 1972, deed Van Gemert veel aan taalverwerving. „Wij moesten zinnen vertalen waarin passages voorkwamen als ‘zacht glooiende korenvelden’ en ‘een zwierig hoedje op sluik haar’. Zonder woordenboek. Dat is er nu niet meer bij.”

Toch is hij niet pessimistsich over het niveau van de huidige studie Duits. Net als Van der Poel wijst Van Gemert erop dat studenten tegenwoordig meestal enkele maanden in het buitenland studeren. „En aan het eind van hun studie kunnen ze nog steeds Goethe en Schiller lezen. Maar Middeleeuwse werken als de Iwein en Erec, die ik bijvoorbeeld nog uitgebreid heb bestudeerd, zijn niet meer voor iedereen toegankelijk.”

Ieme van der Poel denkt dat de verschuiving van taalbeheersing naar vakken op het gebied van land en cultuur ook zonder jarenlange bezuinigingen was opgetreden. „Studenten vinden dat leuker. Zolang ze aan het eind van hun studie maar een scriptie in goed Frans kunnen schrijven.”

De faculteit Geestswetenschappen van de UvA is momenteel financieel gezond, zegt Van der Poel. Maar ze maakt zich zorgen over het nieuwe topsectorenbeleid van het kabinet. Er gaan meer middelen naar de wetenschapsgebieden waarmee geld te verdienen valt. „Als dat betekent dat talen als Spaans, Frans en Duits het met nog minder financiering moeten doen, is dat een slechte zaak. Iedereen in het bedrijfsleven weet dat we juist meer mensen nodig hebben die goed zijn in deze talen.”