Column

DSM-5

De Volkskrant opende woensdag nogal geschrokken met de kop ‘Psychiatrie in greep commercie’. Dit omdat het Amerikaanse vakblad PLoS Medicine meldde dat de nieuwe editie van het Amerikaanse standaardwerk voor geestesziekten wordt samengesteld door artsen die een band hebben met de farmaceutische industrie.

Een Amerikaan zou quasi-geschokt zeggen: „O. My. God.”

Niet toevallig vond The New York Times deze week een PloS-onderzoek naar conflictmanagement door chimpansees stukken nieuwswaardiger. Amerikaanse media vermaken zich namelijk al jaren met de nieuwe ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’, afgekort de DSM-5. De publicatie wordt verwacht in 2013 – een jaar later dan gepland, omdat er eindeloos over wordt vergaderd. Steeds als iets uitlekt over de nieuwe ziekten die erin komen, barst een discussie los. Iedereen weet waarom de concurrentie tussen verscheidene aandoeningen groot is: vermelding in de DSM-5 levert geld op.

Stoornissen die in de DSM staan, worden wetenschappelijk onderzocht. Er komen medicijnen voor die de verzekering vergoedt. De laatste editie uit 2000 is dus niet bepaald dankzij zuiver wetenschappelijke ontwikkelingen alleen zeven keer langer dan de oorspronkelijke uit 1952. Amerikanen verwachten nauwelijks anders dan dat farmaceutische bedrijven hier een flinke vinger in de pap hebben. Alle deskundigen die aan de DSM-5 meewerken moesten dan ook schriftelijk verklaren niets over de inhoud te zeggen tot de nieuwe editie verschijnt.

Zal onze mentale gesteldheid dankzij DSM-5 ook veranderen? Ik denk het wel, tot op zekere hoogte. Dat zoveel kinderen nu het label ADHD krijgen, heeft invloed op wie ze worden, of je het daar nu mee eens bent of niet.

Nieuw in DSM-5 zijn naar verwachting: ‘dwangmatig kopen’, ‘internetverslaving’ en ‘hyperseksualiteit’, ofwel een obsessie met seks. Amerikaanse media stelden al opgewekt vast dat dit buitengewoon herkenbare stoornissen zijn. En daar komt nu een pilletje voor? Handig! Kandidaat-ziekte ‘bitterheid-stoornis’ (heel lang blijven klagen over iets) werd vrolijk weggehoond. Vaak door Joodse journalisten overigens, die hartgrondig klagen zo heerlijk zeggen te vinden, dat zij er het Jiddisch-Amerikaanse woord ‘kvetching’ voor gebruiken.

Veel tragischer is de nieuwe ‘stoornis’ die in de DSM-5 naar verwachting ‘ouderlijke vervreemding-syndroom’ gaat heten: als een radeloos kind zich na een scheiding tegen een ouder keert, wordt dat kind als ziek beschouwd. Over een paar jaar kunnen gescheiden ouders hun kind misschien gemakshalve naar de dokter sturen. Langdurige rouw staat overigens ook op de nominatie om een stoornis te worden. Maar dat is kennelijk meer iets voor volwassenen.

Er komen niet alleen maar stoornissen bij. Zo wordt een strengere definitie van autisme verwacht, waardoor één miljoen Amerikanen met Asperger en PDD-NOS hun etiket en mogelijk doktersvergoeding verliezen. Dat gaat allemaal ‘autisme spectrum stoornis’ heten.

En tot slot mijn favoriet: de stoornis narcisme gaat waarschijnlijk echt verdwijnen. Want dát vindt iedereen tegenwoordig werkelijk totaal normaal.