De vieze Boon

De vieze Boon

Wat in De Kapellekensbaan nog beperkt blijft tot de ontluikende seksualiteit van Ondineke, wordt gaandeweg in Boons werk steeds explicieter: zijn voorliefde voor jonge meisjes. In de neerslachtige, deels autobiografische roman Menuet (1955) blijkt hoe Boon daar privé mee worstelde, maar als hij zijn fantasie de vrije loop laat en van zijn uitgever onder pseudoniem mag schrijven, schrijft hij in acht dagen een romantisch feuilleton waar het plezier van afspat: De liefde van Annie Mols (1959). In 1954 schreef hij, ook al onder pseudoniem, zo’n zelfde soort pulproman, Als vrouwen beminnen, die alleen als nieuwjaarsgeschenk van De Arbeiderspers in 2008 is verschenen. Hoe Boon als gelauwerde schrijver dan eindelijk de aandacht van jonge meisjes krijgt waar hij altijd zo naar verlangde (en hoe deze keer zijn echtgenote daarmee worstelt), schrijft hij op zijn 60ste in het melancholische Als het onkruid bloeit (1972). In die tijd voelde hij zich ook vrij om een reeks pornografische romans te schrijven, waarvan Mieke Maaike’s obscene jeugd (1972), de eerste (en leukste) is. Mieke Maaike verscheen kort na Pieter Daens (1971).