De Primavera op een nieuwe fiets

Tom Boonen sprak de pers toe vanuit de showroom van McLaren in Milaan. Naast hem F1-coureur Jarno Trulli. McLaren heeft de Specialized-fietsen van Omega Pharama-QuickStep speciaal afgestemd. Boonen rijdt de Primavera op een nieuwe fiets.

Domme commercie.

Een nieuwe fiets uitproberen in Milaan-Sanremo is de goden verzoeken. In de magische lenteklassieker is alles grillig: het parcours, de klimmetjes en de bochten, berm en toeschouwer. Een paar honden die midden in het peloton de straat dwarsen, zijn ook vaste prik. En de renners zelf knetteren van de zenuwen.

In deze chaos van hijgkoorts en onvoorziene tierlantijnen kom je niet aandraven met een nieuwe fiets. Het oude stalen ros is dan nog het enige houvast van vertrouwdheid. Een fiets die geleefd heeft in Tirreno-Adriatico of in Parijs-Nice. Nog beter: een fiets die de winter en de stages heeft gekend. Er moet een schrammetje opzitten als microspiegel van het afzien. Eenheid van lijden tussen renner en fiets is altijd goed.

Voor iedere klassieker een andere fiets, ineen geknutseld naar de omstandigheden van het parcours – het is ook bijgeloof. Onder de misleidende vlag van marketing. Fietsmerken zijn in volle oorlog. Het gaat om big business. Vaak met envelopjes onder tafel, omkoping, erotische reisjes, op zijn minst een diner met hopscheuten. Kopmannen en managers worden door fabrikanten in de watten gelegd. De fiets om de drie weken heruitgevonden met wiskundige kunstgrepen en materiaalopsmuk: kassa. Nog net geen ruimtemonsters. Voor zijn shownummertje in Milaan kreeg Tom Boonen een vette smak bovenop zijn salaris.

Milaan-Sanremo wordt natuurlijk niet gewonnen door het futuristische slijpsel van een fiets. Daar is deze klassieker te grillig voor. Met parcourskennis en toeval kom je verder, als de benen goed zijn. Een detail beslist in de zotste klassieker over winst of verlies, niet meer de Cipressa of de Poggio. Mark Cavendish en André Greipel worden heus niet losgereden op de Poggio. Johnny Hoogerland al helemaal niet. Dalen gaat voor klimmen. Ook hier zie je dat de nivellering heeft toegeslagen in het peloton. Renners zijn de laatste jaren allrounder geworden. Alleen pure sprinters hebben een paar ijzers meer in het vuur. Althans, als de koers niet hard wordt gemaakt. Dan mogen Cavendish, Greipel, Degenkolb, Sagan, wie weet de oude Petacchi hun haarkammetje niet vergeten.

Volgens de traditie van de laatste jaren komt de winnaar uit de Tirreno, niet uit Parijs-Nice. Het is meer filosofie van de koude grond dan wijsheid. Tom Boonen heeft in Parijs-Nice getoond dat zijn vormpeil is opgelopen tot 95 procent. Fabian Cancellera moet voor hem niet onderdoen – hij won meesterlijk de afsluitende tijdrit in Tirreno-Adriatico.

Ach, spielerei.

Vacansoleil zal wel weer de debatten openen, maar heeft de coming man van het Nederlandse wielrennen, Wout Poels thuisgelaten. Hij moet rusten. Idiote beslissing van de ploegleiding. Wout is in bloedvorm.

Nee, een Raborenner zal niet op het podium staan. In dit huis van wantrouwen regeert onkunde en willekeur. Amateuristischer dan bij Rabobank kom je het bij de kleinste Italiaanse ploegen niet tegen. Oscar Freire staat klaar om het mes in de wonde te draaien. Brutaal afgedankt bij Rabo en nu weer fietsend als een jong veulen. De Spanjaard kan Milaan-Sanremo blindelings lezen. Oscarito is sluw en ervaren. Hij kent alle valkuilen van de vluchtkoers, heeft het respect van het peloton, is geliefd. Zijn revanche op Rabobank zal groots en meeslepend zijn. Gekwetste ijdelheid is de beste doping.

Freire wint voor de vierde keer Milaan-Sanremo. Als een magistraal adieu aan de wielersport.