‘De Inquisitie was heel modern’

Zijn onderzoek van de Inquisitie leidde journalist Cullen Murphy naar het heden: ‘Bureaucraten draaien nooit iets terug.’

Tribunaal van de Inquisitie in de Academia de San Fernando in Madrid (46 bij 73 cm), geschilderd omstreeks 1816 door Goya (1746-1828)

De Amerikaanse schrijver en journalist Cullen Murphy houdt van historische vergelijkingen. Het scherpt je blik op het heden, zegt hij, en het helpt om beter te begrijpen wat de consequenties kunnen zijn van bepaalde ontwikkelingen. Dat zo’n grote greep vaak tot kritiek leidt dat de analogie niet klopt, dat bepaalde details onvergelijkbaar zijn, neemt hij voor lief. Discussies over appels en peren vindt hij niet interessant. Het wil mensen prikkelen met een parallel die verrast en aan het denken zet.

Vijf jaar geleden deed hij dat met zijn boek Are We Rome? The Fall of an Empire and the Fate of America. Het paste in een reeks studies waarin de VS werden vergeleken met het Romeinse imperium uit de klassieke oudheid – met de vraag welke factoren die bijdroegen tot de instorting van het Romeinse rijk ook in de huidige VS te vinden zijn. Voor Murphy waren uiteindelijk de afbrokkeling van de notie van algemeen belang en van een publiek domein doorslaggevend.

In zijn nieuwste boek blijft Murphy dichter bij het tijdperk waarin hij is afgestudeerd: de middeleeuwse geschiedenis. In God’s Jury: the Inquisition and the Making of the Modern World stelt hij dat de Inquisitie weliswaar zijn laatste terdoodveroordeling uitsprak in 1826, maar dat de drijfveren en technieken van deze wrede katholieke instelling nog steeds springlevend zijn. Anders gezegd: iedereen huivert bij het woord inquisitie, en als je dan constateert dat de praktijken van Amerikaanse inlichtingendiensten veel gemeen hebben met de inquisitie van vroeger, zet je daar meer vraagtekens bij.

Het boek is dan ook niet echt een historische studie, beaamt Murphy tijdens een bezoek aan Amsterdam. Daarvoor is de editor at large van Vanity Fair te veel polemist. Een gesprek over de Inquisitie gaat óók over Abu Ghraib, Google en de veiligheid van vliegtuigpassagiers.

„Ik hoop dat mensen door dit boek gaan nadenken over de gevaren van de nationale veiligheidsstaat zoals die zich aan het ontwikkelen is. De Inquisitie is opgericht omdat de kerk bang was voor ketters, joden en iedereen die haar macht in gevaar kon brengen. Om die vijand aan te pakken, zijn procedures ontwikkeld: informatie verzamelen, intensieve ondervraging en soms marteling, censuur. Datzelfde zie je gebeuren na 9/11: het idee is dat het gevaar waar men voor staat, zo extreem is, zo bedreigend, dat alles toelaatbaar is om dat gevaar te bestrijden.”

In hoeverre helpt de geschiedenis van de Inquisitie om die ontwikkeling beter te begrijpen?

„Het is moeilijk om goed naar de wereld te kijken terwijl die voor je ogen voorbijtrekt en te begrijpen wat de consequenties zijn van bepaalde ontwikkelingen op de lange termijn. Hoe catastrofaal bepaalde geleidelijke veranderingen kunnen zijn, zie je helderder als je iets bekijkt dat 600 jaar geleden is gebeurd.”

Wat leren we dan van de Inquisitie?

„De Inquisitie kijkt was de eerste bureaucratie die systematisch informatie begon te verzamelen over individuen, mensen in de gaten begon te houden, censuur oplegde. We moeten de mechanismen van een bureaucratie onderkennen. De Inquisitie is begonnen als een uitbarsting van religieuze ijver. Maar gaandeweg werd zij gebureaucratiseerd. Mensen kwamen naar hun werk, deden wat er van hen werd gevraagd. Dat zie je nu ook. Het is een van de verklaringen voor de martelingen in Guantánamo, voor de wrede manier waarop gevangenen zijn behandeld in de Abu-Ghraib gevangenis.”

Dat is wat Hannah Arendt ‘de banaliteit van het kwaad’ noemde. De bureaucraat die gewoon zijn werk doet, al heeft dat de meest vreselijke consequenties.

„Dat is één aspect van de bureaucratie. Het andere is de neiging om te groeien en te groeien. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog had Amerika één inlichtingendienst. Nu zijn dat er ongeveer twaalf, voor zover we weten. Daarnaast hebben veel afdelingen van de regering hun eigen instellingen. En dan zijn er ook nog eens zo’n tweeduizend particuliere instellingen die inlichtingenwerk doen voor de overheid. Dat gaat jaar na jaar door. Met één procent per jaar is dat over een langere periode een ingrijpende verandering.

„Dat proces is dus al decennia aan de gang. En nu zijn de mogelijkheden heel veel groter. Er kan meer schade worden aangericht. Kijk naar de hoeveelheid informatie over je die wordt verzameld als je je computer aanraakt. We hebben geen idee wat er gebeurt met al die informatie. Maar dat er zo veel informatie wordt verzameld, is geen neutraal feit.”

Inlichtingendiensten zeggen zo sneller en beter terroristen te kunnen ontdekken.

„Na WO II waren er spionnen binnen de Amerikaanse overheid, en het was legitiem om te proberen die te vinden. Maar dat proces werd almaar groter en groter, en als je dan vijftien jaar later terugkijk, moet je constateren dat die poging om bepaalde mensen op te sporen, is uitgegroeid tot een systeem waarin de FBI van 25 miljoen mensen, een achtste deel van de bevolking, een dossier had opgesteld. Dat komt door de interne dynamiek van een bureaucratie. We zien het bij de Transportation Security Authority, die nu over vliegvelden gaat en voortdurend probeert haar taken uit te breiden. Straks gaan ze ook nog over de treinen en de schoolbussen. Het wordt nooit teruggedraaid.”

Wat is uw advies?

„Vraag je af hoe de Inquisitie aan haar einde kwam. Dat kwam niet door een bepaalde maatregel van de paus. Wat er echt een einde aan maakte, was de Verlichting. Het idee dat bepaalde vormen van gedrag niet langer aanvaardbaar zijn. Dat gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting, onvervreemdbare rechten zijn. Dat is voor ons vanzelfsprekend, maar het zijn historisch gezien recente verworvenheden, het resultaat van miljoenen daden van miljoenen mensen over een langere periode. Veel mensen hebben niet goed in de gaten hoe makkelijk de intolerantie terugkomt. Het belangrijkste wat we in mijn ogen kunnen doen, is die tolerantie koesteren en ons ervan bewust zijn dat die voortdurend in gevaar is.”

Is religie een factor in de parallellen die u trekt tussen Inquisitie en moderne bureaucratieën die informatie verzamelen?

„Alleen voor zover er sprake is van een onwrikbaar geloof in het eigen gelijk. Maar dat hoeft helemaal niet religieus te zijn. Er zijn seculiere vormen van religie die net zo gevaarlijk zijn. Dat zag je in de Jacobijnse terreur tijdens de Franse revolutie, in het marxisme in zijn verschillende vormen en nu weer in het streven naar de genetische verbetering van een volk.”

Zo’n onwrikbaar geloof ontbreekt bij Google en Facebook, ook vaak boosdoeners genoemd als het om de bescherming van de privacy gaat.

„De bijna automatische manier waarop op het internet informatie wordt verzameld, is een grote bron van zorg. Google en Facebook zeggen dat ze niet van plan zijn de vrijheid van mensen te beperken, ze zeggen dat het juist andersom is. Die zijn niet kwaadaardig. Maar wat zijn de gevolgen ervan dat zij achteloos, bijna op de cruise control, zo veel gegevens verzamelen? Niemand kan dat vertellen.”

Cullen Murphy: God’s Jury: the Inquisition and the Making of the Modern World. Houghton Mifflin Harcourt, 320 blz. € 13,15