De historische Boon

De historische Boon

Boon is zijn leven lang gefascineerd geweest door schandalen, zedenzaken en criminaliteit. Hij spaarde niet alleen plaatjes van pin-ups en blote meisjes, maar ook krantenknipsels van lugubere misdaden, rampen en zedendelicten. Het eerste boek waarin fragmenten uit zulke knipsels terugkeerden was Menuet en kort daarna schreef hij De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat (1956), een lang verhalend gedicht over een meisje dat verkracht en vermoord wordt.

Sinds 1954, als hij in dienst treedt bij het Gentse dagblad Vooruit, vult Boon zijn rubriek ‘De vier hoeken van de wereld’ met berichten die vooral in het teken staan van filmsterren en societynieuws – een wereld die Boon mateloos fascineerde.

Boons voorliefde voor misdaad keert terug in Het jaar 1901 (1976), waarvoor hij putte uit de politiearchieven van Aalst. Ook De zwarte hand (1977), over een criminele bende die Aalst en omstreken eind negentiende eeuw in zijn greep hield, staat vol met de rooftochten, zedendelicten en mishandelingen.

Zijn doorbraak op het gebied van de historische roman verscheen in 1971: Pieter Daens of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht. Boon beschreef daarin meeslepend de klassenstrijd in zijn eigen stad.

Boon heeft hetzelfde genre nog eens geprobeerd in Het Geuzenboek (1979), over de bos- en watergeuzen uit het Nederland van de 16de eeuw, maar dat boek is veel minder geslaagd dan Daens. Zijn laatste historische roman, over De kasteelheertjes van Aalst, is nooit verschenen omdat hij voor de voltooiing stierf.