De berustende Boon

De berustende Boon

De erkenning die de publicatie van De Kapellekensbaan met zich meebracht en het vaste salaris waar het dagblad Vooruit voor zorgde, maakten dat de boze Boon gaandeweg veranderde in de berustende Boon. De ‘softere’ versie van Mijn kleine oorlog uit 1960 is daar een goed voorbeeld van: in die tijd ziet Boon de dingen allemaal niet meer zo zwart. Integendeel, hij verandert in de weliswaar nog altijd ondeugende, maar verder vooral vriendelijke en soms hooguit nog een beetje grimmige ‘Boontje’ – zoals hij zijn dagelijkse column in Vooruit signeert.

Veel romans schrijft Boon in die jaren niet meer, er verschijnen vooral bundels van werk uit de krant (waaronder héél veel Boontjes), evenals boeken met brieven en memoires. Hierin toont Boon zich doorgaans van zijn milde kant – een reëler beeld van met name zijn laatste jaren, waarin hij geplaagd werd door somberheid en drankproblemen, bieden de Memoires (1990) van zijn vrouw, Jeanneke Boon, die ruim tien jaar na zijn dood verschenen.