Brieven boeken

De euro

Aernout Boots bespreking van het boek van Roel Janssen (Boeken, 02.03.12) deed me terugdenken aan de kandidaatsfase van mijn studie economie aan de Erasmus Universiteit (1977-1984). In die jaren werd een toekomstige gemeenschappelijke munt door de financiële autoriteiten gesimuleerd met de (fictieve) ECU. Onze docenten waren sceptisch ten aanzien van het welslagen van een muntunie, vooral als de zuidelijke landen zouden toetreden. De economische krachtsverschillen waren veel te groot. Ook toen dus al grote twijfels bij economen! Inderdaad, de critici werden niet gehoord door de politici.

C. Houtkamp, Houten

Vrouwenhandel

Charles den Tex is kwaad (Boeken, 02.03.12) dat een rechter aan een mogelijk slachtoffer van mensenhandel kritische vragen stelt (‘waarom liep u niet weg?’), en dat is invoelbaar. Anderzijds leven we niet in een rechtsstaat als de rechter verhalen klakkeloos aanneemt. Dit dilemma wordt hanteerbaarder als we ons herinneren dat minister Regout op 20 februari 1911 het wetsartikel ‘vrouwenhandel’ niet voorstelde in het belang van de vrouw, maar in het belang van de goede zeden. ‘Vrouwenhandel’ was het bemiddelen van vrouwen, uitdrukkelijk ook vrijwillige, tot prostitutie, en dát moest gestraft worden. Bij de wetsherziening in 1994 had het parlement kunnen zeggen: vrijheidsberoving met het doel iemand tot iets te dwingen is reeds strafbaar in WvS art. 282a (vijftien jaar cel!), mishandeling in art. 300 tot 304 (twaalf jaar cel!), we hebben geen apart artikel mensenhandel meer nodig. Dat durfde kennelijk niemand te opperen.

Albert Appelo, Groningen

Pío Baroja

In Boeken (24.02.12) las ik de ter zake kundige en informatieve recensie van Ger Groot betreffende De dolende dame en Stad in de mist van de Spaanse schrijver Pío Baroja. Hij kenschetst mijn vertaling als fris, en dat verheugt mij, want dat is precies waar de directe stijl van Baroja om vraagt. Tevens merkt hij op dat mijn vertaling soms iets té eigentijds is, want ‘een woord als hartstikke leg je een personage uit de Belle Époque niet in de mond.’ Dat kan zo zijn, maar het voorbeeld dat hij erbij geeft, is niet gelukkig gekozen. Volgens etymologiebank.nl is hartstikke (hartsteke, hardstikke) een woord dat al eeuwen gebruikt wordt. Zo geeft de etymologiebank een voorbeeld uit het Zondagsblad van Het Volk, verschenen in 1906, het jaar waarin De dolende dame zich afspeelt: hardstikke duister.

Frans Oosterholt, Bescanó, Spanje

Correctie

Anders dan in ‘Het overbodige kind’ (Boeken, 09.03.12) staat vermeld dateert het Het Anti-kindboek niet uit 2008 maar uit 2007. De juiste namen van de auteurs zijn Hanna de Heus en Camiel de Vries.