Aldus Robert Goddyn, fotograaf

De Nederlandse fotograaf Robert Goddyn heeft vier dagen door de opstandige provincie Idlib (Noordwest-Syrië) gereisd en kwam woensdag terug in Turkije. Hij zegt dat noch regeringsleger noch rebellen van het Vrije Syrische Leger daar de overhand hebben.

Het regeringsleger, zegt hij in een telefonisch interview, voert snelle, korte aanvalsacties uit in dorpen, „waar ze alles doden wat er beweegt” en voedsel roven. Maar het durft er niet langere tijd te blijven. Ook worden mannen opgepakt en gemarteld.

Het Vrije Syrische Leger hier heeft geen structuur en nauwelijks wapens. „De rebellen hebben oude jachtgeweren en er zijn een paar mensen met van de schouder af te vuren raketten.” Goddyn heeft geen aanwijzingen gezien dat de rebellen wapens geleverd krijgen. Kogels kosten 4 dollar per stuk; voor een M-16, een licht automatisch geweer, kosten ze maar 2 dollar en dat komt doordat er nauwelijks M-16’s voorhanden zijn.

De dorpen zijn leeg. Vrouwen en kinderen zijn kennelijk gevlucht, de mannen maken in meerderheid deel uit van het Vrije Syrische Leger. De schade van de aanvalsacties van het regeringsleger valt relatief mee. De Syrische oppositie meldde gisteren 45 burgerdoden in Idlib.

Volgens de Turkse autoriteiten zijn de afgelopen 24 uur duizend Syriërs naar Turkije gevlucht voor het geweld in Idlib. Daarmee komt het totaal aantal Syrische vluchtelingen in Turkije op 14.000.

Zoals het er nu voorstaat kan de strijd nog een hele tijd duren, zegt Goddyn. Er worden pogingen gedaan om het Vrije Syrische Leger beter te organiseren.

Volgens Goddyn heeft het Syrische regeringsleger in een heel klein deel van het grensgebied mijnen gelegd om de suggestie te wekken dat overal mijnen liggen. Goddyn gaat vandaag weer Syrië in.

Carolien Roelants