130 wordt de nieuwe norm

Na enig gekibbel tussen VVD en CDA is er een compromis over de maximumsnelheid op de snelweg bereikt. De VVD hecht erg aan dit cadeautje aan de automobilist.

Nee, de automobilist zal straks niet op de matrixborden boven de snelweg lezen dat hij „dankzij het CDA en links hier slechts 100 mag rijden”. Dat ludieke ideetje van Kamerlid Charlie Aptroot (VVD) werd gisteren door minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) in een Kamerdebat afgeserveerd: „Die borden zijn bedoeld voor praktische informatie. Automobilisten moeten hun ogen vooral op de weg gericht houden.”

Aptroot baalt ervan dat per 1 september op „slechts” 45 procent van het snelwegnet 130 kilometer per uur mag worden gereden. En niet op 60 procent, zoals hij – net als Schultz – graag had gezien. Toch ging de VVD’er gisteren, net als een meerderheid van de Tweede Kamer, akkoord met de verhoging van de maximumsnelheid. Op sommige wegen mag dat de hele dag, op andere wegen alleen ’s avonds of ’s nachts.

De 130 heeft vooral een symbolische waarde. De VVD hecht erg aan dit cadeautje voor de automobilist in deze tijden van bezuinigen. De irritatie bij Aptroot was dan ook groot, toen coalitiegenoot CDA vorig jaar plotseling tegen een verhoging op alle wegen was. Kamerlid Sander de Rouwe liet weten geen verhoging te willen op wegen waar dure maatregelen nodig zijn om effecten voor het milieu, de veiligheid en omwonenden te compenseren. Volgens De Rouwe is in het regeerakkoord geen cent uitgetrokken voor de snelheidsverhoging omdat iedereen „in deze tijden van crisis de broekriem moet aanhalen”. Tot ergernis van Aptroot, die vond dat De Rouwe onder het verkiezingsakkoord probeerde uit te komen.

Beide partijen zijn inmiddels weer vrienden: ze hebben zich gevonden in een compromis waarin op 1 september de snelheid omhoog mag op de wegen (45 procent van het snelwegnet) waar de kosten minimaal zijn. In totaal gaat het om vijf miljoen euro. Veel geld is nodig voor nieuwe verkeersborden. Dat zijn vooral borden met 120 erop, want 130 kilometer wordt de norm: die borden zie je straks alleen bij de grensovergangen staan.

De andere wegen worden eerst veiliger gemaakt, bijvoorbeeld door het langer maken van in- en uitvoegstroken. De komende jaren zal de snelheid op die wegen stuk voor stuk naar 130 gaan. Dat kost weliswaar 45 miljoen euro, maar dat vindt De Rouwe niet erg, omdat het toch al uit een bestaand potje voor verkeersveiligheid komt. Het is dus geen ‘extra’ geld.

Op wegen waar nu bij wijze van experiment al 130 mag worden gereden, blijft dat de snelheid, ook als veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen. De snelheid tijdelijk verlagen tot 120 „is zonde”, zei Schultz. Op wegen waar grote milieuproblemen zijn en waar dus dure schermen nodig zijn, gaat de snelheid definitief niet omhoog. Maar dat gaat slechts om 2,7 procent van de snelwegen.

In totaal mag over een paar jaar op 55 procent van de wegen 130 worden gereden. „Ik ben tevreden”, zei De Rouwe, en dat was Aptroot uiteindelijk ook.

Het gekibbel tussen Aptroot en De Rouwe ging desondanks nog even door – voor de bühne. „We mogen zelfs voor een klein schermpje geen euro meer uitgeven”, mopperde Aptroot. Volgens hem zullen automobilisten „massaal verontwaardigd” zijn dat op enkele wegen de maximumsnelheid „onredelijk laag blijft”, zoals de vijfbaanssnelweg A2 tussen Amsterdam en Utrecht.

De Rouwe hoorde het aan en gaf Aptroot vervolgens een leesbril cadeau: „Daarmee kan de heer Aptroot nog een keer goed de kleine lettertjes van het regeerakkoord lezen.”