VS leiden economisch herstel, maar wel dankzij steroïden

De VS nemen de leiding bij het economische herstel na kredietcrisis. Europa hobbelt er, kreupel door de euro, achteraan. Of schuilt achter het Amerikaanse herstel de crisis van morgen?

Het was nogal een contrast: afgelopen dinsdag vergaderde het bestuur van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve en bracht daarna een verklaring uit waar analisten een golf van veranderingen ten goede aantroffen. Het gaat redelijk met de Amerikaanse economie, met de investeringen, de consumentenbestedingen, met de arbeidsmarkt. Vorige week vergaderde het bestuur van de Europese Centrale Bank en daar was de uitkomst beduidend minder rooskleurig. De mannen in Frankfurt verwachten een lichte economische krimp van 0,1 procent in 2012 en een lichte groei van 1,1 procent in 2013.

Niettemin reageerden de aandelenbeurzen aan beide kanten van de oceaan enthousiast op de Amerikaanse stemmingsverandering. In proportie, dat wel: de grote Amerikaanse beursindices stegen tot hun hoogste punt sinds de kredietcrisis, om daar gisteren op te blijven hangen. De Europese beurzen tikten gemiddeld slechts hun hoogste punt sinds de zomer van vorig jaar.

Waar zit het verschil? Eind januari zei het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een tussentijdse herziening van zijn economische projecties, een economische groei in de VS te verwachten van 1,8 procent. Voor de eurozone werd een krimp van 0,5 procent voorzien. Die cijfers zullen waarschijnlijk in april, als de volgende update komt, opwaarts worden herzien. Maar het verschil tussen de twee blokken blijft. De Verenigde Staten zijn verder met hun bankensector, waar een stresstest gisteren overwegend positieve resultaten opleverde. De Europese banksector is vooralsnog zo gevangen in zijn eigen angst dat er twee weken geleden een nieuwe mammoetinjectie van ruim 500 miljard euro door de ECB in de geldmarkt nodig was.

De VS zijn ook verder met de afbouw van de hoge schulden, waarbij helpt dat met name particulieren hun schulden veel gemakkelijker kunnen afschrijven dan hier. Wie een huis bezit met daarop een veel te hoge hypotheek, kan kort samengevat het pand verlaten, het huis toe laten vallen aan de bank en verder gaan met het bestaan. Wie dat in Europa doet, blijft daarna zijn leven lang zitten met een restschuld.

Dan is er de werkloosheid, de werkelijke sleutel tot een heropleving van de consumentenbestedingen en zo van de bredere economie. In de Verenigde Staten is die inmiddels, volgens de nationale definitie, gedaald tot 8,3 procent van de beroepsbevolking. In de eurozone is dat nog steeds 10,7 procent.

Zo ontstaat het beeld dat deze week door de jongste voorlopende indicatoren van de OESO, de club van rijke industrielanden, werd onderstreept. Het zaad van het economisch herstel is gezaaid, maar de groene scheuten komen in de Verenigde Staten sneller op dan in de Eurozone, waar ze met moeite hun kopjes net boven de aarde uitsteken.

Het zal niet de eerste maal zijn dat Amerika conjunctureel voor ligt op Europa. Dat was na de recessie van begin jaren negentig ook zo, evenals na de dotcomrecessie van het begin van deze eeuw. Maar het economisch herstel van nu is er één van kunst- en vliegwerk. In beide blokken wordt de financiële sector nog steeds in de watten gelegd met een ongekend genereus monetair beleid. Maar terwijl Europa zichzelf, door de eurocrisis, dwingt om de opgelopen begrotingstekorten snel terug te dringen, is de visie op het begrotingsbeleid in de Verenigde Staten geheel anders.

Sinds het begin van de kredietcrisis is de gemiddelde staatsschuldquote in de eurozone gestegen van 66 procent in 2007 naar rond de 90 procent dit jaar. In de Verenigde Staten ging de staatsschuldquote omhoog van 62 procent naar 105 procent dit jaar. Het tempo van de toename is daarmee bijna dubbel zo groot als in Europa. Dat valt ook terug te zien in het begrotingstekort dat dit jaar in de VS nog steeds tussen de 8 en 9 procent van het bbp zal bedragen. In de eurozone komt het dit jaar al uit onder de 3 procent. Duitsland zit al op een tekort van slechts 1 procent.

Dat tekent een groot verschil in aanpak. In de VS wordt de economische groei zo snel mogelijk opgejaagd, in de verwachting dat het hoge begrotingstekort en de groeiende staatsschuld vanzelf weer worden getemperd als de conjunctuur eenmaal op stoom is. In de eurozone heerst een, met name door Duitsland opgelegd, adagium dat alleen begrotingsdiscipline het fundament legt voor een vertrouwen waarop het economisch herstel kan worden gebouwd. De aanpak geeft een langlopend verschil van inzicht, dat teruggaat tot de stereotypen die in beide blokken heersen. Duitse angst voor inflatie versus Amerikaanse angst voor depressie. Een centrale bank die enkel mag letten op prijsstabiliteit versus een centrale bank die daarnaast het bevorderen van de werkgelegenheid moet nastreven.

Welke aanpak uiteindelijk het beste is zal pas over een paar jaar blijken. Vooralsnog hebben de Amerikanen optisch het gelijk aan hun zijde. Maar de steroïden-aanpak van de economie kan zich ook tegen hen keren. Want waren het niet de noodmaatregelen tijdens vorige recessies en beursdips, met het beleid van ultralage rentes, die uiteindelijk bijdroegen tot de kredietcrisis zelf? Wie weet zaait ook ditmaal de snelle oplossing van vandaag het zaad voor het probleem van morgen. Een staatsschuld van 105 procent gaat niet meer vanzelf weg.