Voor Koop dreigt eennieuw fiasco

Koop Holding Europe moest de schande van het corrupte Koop Tjuchem doen vergeten. Maar KHE verkeert in grote problemen en is verwikkeld in processen. Directeur Henk Koop houdt het op „een boekhoudkundige misvatting”.

Ze merkten het pas toen de benzinepasjes van de leaseauto’s bij tankstations niet meer geaccepteerd werden. Toen uitzendkrachten niet meer kwamen opdagen, omdat de rekeningen niet betaald werden. Toen opdrachtgevers afhaakten, omdat het werk wegens wanbetaling niet kon worden afgerond. Het personeel voelde vorig jaar aan den lijve dat Koop Holding Europe (KHE) in grote financiële problemen verkeerde.

Tien jaar geleden was Koop (indertijd bekend van wegenbouwdochter Koop Tjuchem) een van de meest vooraanstaande bouwbedrijven van Nederland. Het werd met strakke hand geleid door directeur-eigenaar Henk Koop en een handvol vertrouwelingen.

Koop stond garant voor een goed gevulde orderportefeuille, niet alleen in Groningen, maar ook elders in binnen- en buitenland. Zoals voor de HSL-tunnel in het Groene Hart, die tussen 2000 en 2005 werd aangelegd in samenwerking met de Franse bouwgigant Bouygues. Nergens werd eerder over ruim zeven kilometer een tunnelbuis geboord met zo’n grote doorsnede: bijna vijftien meter.

Maar Koop werd in 2002 ook het bouwbedrijf dat symbool stond voor wat de bouwfraude-affaire is gaan heten. Bouwondernemers die onderling illegale prijsafspraken maakten en in een cultuur van ‘smeren en fêteren’ opdrachten in de wacht sleepten bij overheidsdiensten.

Aan het bouwconcern bleef sindsdien een smet kleven, met name in de publieke sector. KHE kreeg financieringsproblemen en haalde in 2004 voormalig Philipsdirecteur, Cor Boonstra, binnen als grootaandeelhouder/directeur. In 2006 werd de wegenbouwdivisie, spil in het fraudeonderzoek, verkocht. Sindsdien concentreert KHE zich op de aanleg van pijpleidingen en windmolenparken (duurzame energie) en de bouw van woningen.

Achter dat bedrijfsprofiel gaat anno 2012 een noodlijdend concern schuil. Henk Koop – sinds vorig najaar de enig overgebleven bestuurder – geeft zelf aan dat hij de handdoek in de ring wil gooien en zijn bedrijf in zijn geheel wil verkopen. „Zulke onderhandelingen zijn er vorig jaar inderdaad geweest. Ik ben 67 jaar. Dan is het toch niet vreemd dat ik de onderneming wil vervreemden?” Nederlands is KHE volgens hem al lang niet meer: „Tachtig procent van onze activiteiten vindt in het buitenland plaats.”

Op het oog is KHE internationaal een machtige speler op de markt van utiliteitsbouw, pijpleidingen en windparken. Leverancier voor de Gasunie en Rijkswaterstaat, maar ook voor buitenlandse nutsbedrijven als het Duitse RWE. De naam van het bedrijf klinkt ook door in Rusland, Oostenrijk, Saudi-Arabië, Sri Lanka en Australië.

Maar sinds maart vorig jaar staat KHE onder ‘curatele’ van een bankenconsortium van ABN Amro, Rabo en Friesland Bank. Dat verhoogde vorig jaar een bestaande lening tot bij elkaar 290 miljoen euro. Om acute liquiditeitsproblemen de baas te kunnen, maar ook om structurele verliezen en bedrijfssanering te financieren. Het consortium ging daar vorig jaar mee akkoord, op voorwaarde dat de concernleiding plaats zou maken voor nieuwe bestuursleden. En dat bedrijfsonderdelen zo snel mogelijk verkocht zouden worden.

Feitelijk, zo was de boodschap van de banken, moest de KHE worden ontmanteld. Want ontmanteling door verkoop van bedrijfsonderdelen moet de cashflow opleveren waarmee de leningen kunnen worden afgelost. En het consortium heeft die macht. Niet alleen Koops onroerend goed en andere activa hoorden tot het onderpand, ook de aandelenportefeuille is verpand.

Vorige maand gaf KHE opening van zaken over het boekjaar 2010. Daaruit blijkt dat het concern in financieel zwaar weer verkeert, met een verlies van 139 miljoen euro en een totaal verdampt eigen vermogen. Uit directiecorrespondentie van een van de dochterondernemingen blijkt de deplorabele positie: „We worden in toenemende mate geconfronteerd met opdrachtgevers die later betalen dan afgesproken, of dat helemaal niet doen. [...] Toen de betalingsproblemen begonnen, konden klanten makkelijk van leverancier wisselen, wat ze ook massaal gedaan hebben. [...] Het wordt steeds moeilijker om nieuwe projecten aan te nemen.”

KHE kampte vorig jaar niet alleen met verliezen, een verdamp eigen vermogen en een gebrekkige cashflow. Het bedrijf hangen ook een nog onbekend bedrag aan vorderingen van crediteuren en een forse claim van de curator van Hogenboom Benelux (voorheen Nacap Benelux), een KHE-dochter die vorig jaar failliet ging, boven het hoofd. De curator onderzoekt bovendien of de toenmalige bestuurders Koop en Boonstra zich schuldig hebben gemaakt aan wanbeleid.

Het faillissement van Hogenboom Benelux vormt een risico waarmee miljoenen zijn gemoeid. „Leeg gezogen door het moederbedrijf”, zegt curator H. van Rootselaar. In 2009 boekte het bedrijf nog 7 miljoen euro winst op een omzet van 219 miljoen euro. Er werkten toen 400 mensen. Twee jaar later was de omzet gekelderd naar 7,5 miljoen en het eigen vermogen geslonken van 44,8 miljoen naar 4,3 miljoen euro.

Volgens de curator zijn Koop en Boonstra aansprakelijk voor de schulden van Hogenboom Benelux, bestaande uit boedelvorderingen, openstaande rekeningen bij het UWV en de fiscus en een bedrag van 290 miljoen euro als vordering op de herfinanciering die vorig jaar door het bankenconsortium was verstrekt.

Daarnaast onderzoekt de curator de rol van de banken bij dit faillissement. Zij trokken de stekker uit Nacap/Hogeboom vanwege die openstaande vordering van 80 miljoen euro op KHE. Maar als crediteuren van Nacap/Hogeboom én KHE waren ze jarenlang op de hoogte van die merkwaardige financieringsconstructie van de holding, maar grepen ze niet in.

Een ‘niet inbare’ vordering op het eigen moederbedrijf van zo’n 80 miljoen euro werd Nacap/Hogeboom uiteindelijk fataal. Want feitelijk ‘leende’ KHE al die jaren geld van het tot en met 2010 goed renderende Nacap om verlieslijdende bedrijfsonderdelen elders binnen het concern overeind te houden. Vorig jaar mei ging het bedrijf aan die schuldenlast ten onder.

Het is de vraag of er nog geld bij de KHE te halen valt. In het twee maanden geleden gepubliceerde faillissementsverslag maakte curator Van Rootselaar al melding van „liquiditeitsproblemen”, ook bij het moederbedrijf. Verkoop van bedrijfsonderdelen, waaronder Nacap Europe of de holding als geheel, ketsten vorig jaar op het nippertje af.

Henk Koop zegt zelf niet wakker te liggen van de miljoenenclaims die dreigen. „Er was [bij Nacap Benelux, red.] een boedeltekort van 12 miljoen euro. We hebben een crediteurenakkoord aangeboden, maar dat is geweigerd. Alle andere claims berusten op een boekhoudkundige misvatting. We wachten gewoon af.”

Het interen op eigen vermogen van KHE wijt Koop aan nervositeit onder de accountants vanwege de manier waarop de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houdt. „Daarom is er 90 miljoen euro afgeschreven en ligt er nog geen accountantsverklaring.”

Begin dit jaar verhoogde het bankenconsortium de herfinanciering opnieuw met enkele tientallen miljoenen, tot een bedrag van 342 miljoen euro, zo vermeldt het jaarverslag. Het is de vraag of KHE daarmee financiële ruimte krijgt voor bedrijfsexpansie of dat het geld nodig is voor verdere sanering en ontmanteling van het concern.

Koop zelf blijft optimistisch: „Er is voldoende reden is om duurzame voortzetting van de activiteiten te mogen verwachten”, schrijft hij in het jaarverslag.

Het personeel wacht die ‘duurzame voortzetting’ af. Wie werkte voor het voormalige Nacap Benelux, zit thuis. Zonder aanvulling op de WW-uitkering. Want het geld voor een fatsoenlijke afvloeiingsregeling was vorig jaar op.