Trofee of gestolen goed uit Chatham

Nederland geeft Londen vandaag oorlogsbuit uit de zeventiende eeuw te leen. Nationaal sentiment blijft de geschiedschrijving kleuren.

De spiegel van oorlogsschip de Royal Charles werd gisteren aan bood gehesen van het patrouilleschip Holland. Vanmiddag werd de scheepsversiering in Greenwich tijdelijk overgedragen aan de Engelsen. Foto Vincent Mentzel

Het werd in 1667 buitgemaakt door de Republiek en een Oranje geeft hem nu (even) terug. En het schip dat de trofee terugbrengt, heet Holland. Aan symboliek geen gebrek in Greenwich, vanmiddag.

Kroonprins Willem-Alexander, de Prins van Oranje, en prins Michael of Kent, neef van koningin Elizabeth, waren aanwezig bij de tijdelijke overdracht van de spiegel van de Royal Charles, een 17de-eeuws Engels oorlogsschip. Tijdelijk, want het gaat om een bruikleen van het Rijksmuseum in Amsterdam aan het National Maritime Museum in Greenwich.

Met gevoel voor drama vond de overdracht plaats aan boord van de Holland, een van de vier nieuwe patrouilleschepen van de Koninklijke Marine en het eerste schip van de Holland-klasse. Willem-Alexander voer afgelopen nacht mee van Amsterdam naar Londen.

De versiering van de achtersteven van de Royal Charles maakt deel uit van de jubileumtentoonstelling Thames, the Royal River, van april tot september. Het gaat om een dubbel jubileum: koningin Elizabeth viert haar 60-jarige koningschap, het museum zijn 75-jarig bestaan.

Ab Hoving, hoofdrestaurator scheepsmodellen van het Rijksmuseum, is niet bang dat de oorlogsbuit niet terugkomt. Juristen aan beide kanten van de Noordzee hebben de overeenkomst voor de bruikleen goedgekeurd. Zo vreemd zou het niet zijn, dat de Engelsen hun gestolen pronkstuk zelf willen houden. Hoving, droog: „Je kunt dat gestolen noemen. Wij noemen dat veroverd. Het is natuurlijk wel een trofee.” Een woordvoerder van de Britse ambassadeur noemt de bruikleen een „act of extraordinary generosity”.

De Tocht naar Chatham was een legendarisch succes voor de Republiek, in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. De tastbare herinnering aan die overwinning is de spiegel, een tweedelig grenenhouten gevaarte van 600 kilo, bijna drie bij bijna vier meter. Tot vorige week maandag hing de spiegel boven een doorgang in het museum, bij andere topstukken uit de Gouden Eeuw.

Na sluitingstijd worden grote kisten en steigerbuizen naar binnen gereden. Dat de verhuizers een paardendeken over een kanon draperen vindt Hoving onzin. „Dat ding is gemaakt voor de oorlog, die kan wel wat hebben hoor.” Andere medewerkers van het museum kijken nerveus toe hoe de spiegel aan kettingen naar beneden komt.

Aanwezig is ook een filmploeg van omroep NTR. Regisseur Suzanne Raes en presentator Hans Goedkoop gebruiken de verhuizing voor een aflevering van een ambitieuze tv-serie over de Gouden Eeuw, die eind dit jaar of begin 2013 zal worden uitgezonden. In deze aflevering draait het om Michiel de Ruyter.

Niet om De Ruyter als persoon, benadrukt Goedkoop, ook initiatiefnemer van de serie. Zijn rol in Chatham was beperkt (zie hiernaast). „Het gaat ons om De Ruyter als nationale held. Hij was een symbool, hij werd door de De Witts ingezet om de prille nationale identiteit te versterken.” De overwinning bij Chatham paste mooi in dat beeld. Goedkoop: „Wij willen het verschil in perspectief laten zien. De Nederlandse Wikipedia heeft een groot lemma over Chatham en zeer bescheiden aandacht voor Holmes’s Bonfire, de Engelse overwinning op Nederlandse schepen op Terschelling, een jaar eerder. Op de Engelse Wikipedia is dat andersom.”

Zelfs in de harmonieuze relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland kleurt nationaal sentiment de geschiedschrijving. Goedkoop zag dat idee bevestigd bij een bezoek aan Chatham, eerder deze week. „De Engelsen beschouwen de Tocht naar Chatham als een beperkt Nederlands succes. Het was een sterk staaltje navigatie, maar het militaire doel, langdurige uitschakeling van de Engelse vloot, werd niet bereikt. Dat de schepen werden overvallen terwijl ze onbemand waren, vinden ze nog steeds geen hoogtepunt van heroïek.”