'Tefaf is een marktplaats waar ik verkoop én koop'

Eind jaren zeventig kwam hij al op Pictura, een voorloper van de Tefaf, ook in Maastricht. Net als zijn inmiddels 94-jarige vader, die toen nog de eigenaar was van kunsthandel Borzo, destijds gevestigd in Den Bosch, nu in Amsterdam. „Op foto’s uit die tijd, toen de beurs nog in de Eurohal was, zie je direct de verschillen. Er kwamen veel minder bezoekers. ’s Avonds kon je er een kanon afschieten.”

Paul van Rosmalen (61) maakte van dichtbij mee dat de Tefaf uitgroeide tot een grote internationale beurs. „Het was vanaf het begin niet een exclusief Nederlands clubje. Bij de oprichting waren ook Engelse handelaren betrokken. Het idee van een internationale beurs was er toen al.” Dat internationale karakter van de beurs vindt hij nog altijd het meest opmerkelijke.

Pictura was er vooral voor oude meesters. „Antiekbeurzen waren er al, maar een beurs met old masters was toen nog nieuw. Dat is een deel van het succes geweest.” Midden jaren tachtig nam Van Rosmalen de zaak over van zijn vader, die nog vooral negentiende-eeuwse schilderkunst verkocht. Hij richt zich sindsdien op moderne en hedendaagse kunst. Die was er inmiddels ook op de Tefaf. Van Rosmalen: „Dat is een groot verschil, als je de afgelopen dertig jaar bekijkt. Aanvankelijk zag je Mesdags en Israëls, nu zie je er ook moderne kunstenaars. De afgelopen tien jaar is de afdeling moderne kunst werkelijk iets gaan betekenen. Hoewel het nog altijd geen beurs voor jong talent is. De kunstenaars moeten een zekere reputatie hebben.”

Hij neemt dit jaar werk mee van onder anderen Ger van Elk, Marinus Boezem, herman de vries en Jan Schoonhoven. „Het is hier wel heel anders dan op een beurs als Art Rotterdam, waar je je jonge gezicht kan laten zien.”

De organisatie van de Tefaf noemt hij een geoliede machine. „Als je er aankomt, is je stand al voorzien van plinten en wanden in de juiste kleuren. Er wordt goed op gelet dat de aankleding aansluit bij wat je verkoopt. Wij moeten het bijvoorbeeld niet in ons hoofd halen om replica zeventiende-eeuwse stoelen neer te zetten. Het meubilair wordt geacht bij de rest te passen. We hebben dan ook Eames-stoelen staan.”

De komende twee weken worden „heerlijk en vermoeiend”, zegt Van Rosmalen. „Vanaf de eerste dag moet je alert zijn. Het gaat er natuurlijk om te verkopen ondanks de crisis, maar ook om je visitekaartje af te geven. Er komen zo’n 75.000 mensen, zo veel krijg ik nooit langs op de Keizersgracht. Waarschijnlijk heb ik niet eens tijd om naar de afdeling van de antiquairs te lopen.”

Zijn directe collega’s, onder wie ook vrienden, gaat hij zeker opzoeken. En hij sluit niet uit dat hij dan zelf wat koopt. „De Tefaf is een marktplaats, waar ik verkoop maar ook koop.”