Strafhof toont bestaansrecht

Het Internationaal Strafhof heeft de Congolese Lubanga schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden.

Toon Beemsterboer

Redacteur Afrika

De veroordeling van de Congolese militieleider Thomas Lubanga is een grote overwinning voor de hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo. Toch was het eerste proces van het Internationaal Strafhof geen onverdeeld succes, want de zaak verliep verre van vlekkeloos.

De rechters, onder leiding van Sir Adrian Fulford, legden de zaak twee keer stil wegens een vormfout en gelastten vrijlating van Lubanga. Beide keren weigerde Ocampo informatie over te dragen aan de verdediging. De eerste keer ging het om tweehonderd documenten die hij van de Verenigde Naties had verkregen op voorwaarde van vertrouwelijkheid. Dat is in strijd met de regels van het hof: de verdediging had inzage moeten krijgen om de informatie te controleren op ontlastend bewijs.

De tweede keer ging het om de gegevens van een tussenpersoon. Ocampo heeft gebruik gemaakt van lokale tussenpersonen om contacten te leggen met getuigen en slachtoffers. De aanklagers vreesden voor de veiligheid van de tussenpersoon en wilden wilden zijn gegevens pas bekendmaken als die op een veilige plek was ondergebracht.

Beide keren werd de zaak in hoger beroep alsnog gered.

Rechter Fulford had gisteren scherpe kritiek op het gebruik van tussenpersonen bij contacten met getuigen. Ocampo had negen voormalige kindsoldaten opgeroepen als getuige. Maar de rechtbank heeft de verklaringen van drie van hen verworpen, omdat ze onbetrouwbaar waren. De verdediging had aangetoond dat de tussenpersonen hen onder druk hadden gezet om belastende verklaringen af te leggen.

„De vormfouten tonen aan dat de aanklager in de toekomst meer aandacht moet besteden aan de kwaliteit van het onderzoek”, zegt Géraldine Mattioli-Zeltner, specialist Internationaal Recht van Human Rights Watch. (HRW) Ze betreurt dat alle onderzoekers van het Strafhof in Den Haag zijn gevestigd. Toch is het gebruik van tussenpersonen volgens haar onvermijdelijk. „Het Strafhof heeft beperkte middelen voor onderzoek in zoveel landen. Maar er moet wel beter toezicht zijn op de tussenpersonen. Onderzoekers moeten langer verblijven in de landen waar ze onderzoek naar doen.”

Het Internationaal Strafhof is het enige permanente internationale hof voor oorlogsmisdaden. Andere internationale tribunalen, zoals voor voormalig Joegoslavië en Rwanda, hebben alleen jurisdictie over misdaden die zijn begaan in een afgebakend gebied en tijdsbestek.

Dit is ook het eerste internationale proces dat zich concentreert op de inzet van kindsoldaten. Het schept juridische precedenten voor zes andere verdachten die door het Strafhof zijn aangeklaagd voor dezelfde misdaden, onder wie de Oegandese rebellenleider Joseph Kony. Kony, die met de restanten van zijn Verzetsleger van de Heer door Centraal-Afrika zwerft, werd vorige week ineens een internationale beroemdheid dankzij de internetvideo Kony 2012.

Mensenrechtenorganisaties hadden veel kritiek op de beperkte omvang van de aanklacht tegen Lubanga. Volgens hen heeft hijzich behalve aan de inzet van kindsoldaten ook schuldig gemaakt aan moord, marteling en seksueel geweld. Ocampo had de zaak graag groter gemaakt. Hij zei te beschikken over informatie die aantoont dat Lubanga steun kreeg van „buitenlanders”. Maar dat bewijs was niet overtuigend genoeg. Belangrijk bewijs dat Lubanga wel degelijk verantwoordelijk was voor de inzet van kindsoldaten, kwam van videobeelden waarop Lubanga rekruten toespreekt op een trainingskamp. Hij roept hen op hun militaire training af te maken, zodat ze „morgen een eigen wapen en uniform zullen hebben”. Onder hen zijn kinderen die eruit zagen als jonger dan vijftien – de grens die wordt gehanteerd voor kindsoldaten.

Omdat dit het eerste proces van het Strafhof was, tastten de rechters soms in het duister. Ze moesten voor het eerst het Statuut van Rome, het oprichtingsdocument van het hof, implementeren. Dit leidde tot procedurele en juridische problemen. Zo mochten slachtoffers als een aparte partij deelnemen aan de zitting – een novum in het internationale strafrecht. In totaal namen 129 slachtoffers deel aan de zaak. Ze vroegen om uitbreiding van de aanklacht. Dit werd aanvankelijk door de rechters gehonoreerd, maar in hoger beroep verworpen.

„Dit eerste vonnis toont dat ’s wereld enige permanente internationale hof voor oorlogsmisdaden volledig operationeel is en recht spreekt”, zegt Mattioli-Zeltner. „Het is bovendien een krachtig signaal aan iedereen die kindsoldaten gebruikt, zoals Joseph Kony.” Uit onderzoek van HRW in Oost-Congo bleek dat militieleiders wisten dat Lubanga terecht stond wegens het gebruik van kindsoldaten en zich bewust waren van hun eigen positie.

Maar het feit dat Kony en andere militieleiders die kindsoldaten gebruiken voortvluchtig blijven, toont de achilleshiel van het Strafhof: het gebrek aan een eigen politiemacht om verdachten op te pakken. De uitlevering van verdachten blijft afhankelijk van de politieke wil van staten. Het beste voorbeeld is de Soedanese president Omar Al-Bashir, die in weerwil van een arrestatiebevel nog altijd de wereld rondreist. Ook naar Afrikaanse landen die het Verdrag van Rome hebben geratificeerd. „Dit schaadt de geloofwaardigheid van het Strafhof en zijn vermogen om gerechtigheid te bewerkstelligen”, zegt Mattioli-Zeltner.