Schaterenmoet je doseren

Waarom ontkende Mark Rutte dat hij mediatraining heeft gehad? Zo’n spijkerharde ontkenning is nergens voor nodig.

Soms kun je een lemmawijziging in het woordenboek zíén aankomen. Mark Rutte heeft nog even respijt, de Catshuis-retraite komt wat dat betreft goed uit, maar uiteindelijk zal hij moeten uitleggen wat het woord ‘mediatraining’ betekent. En dan zal hij de basis leggen voor een lemmawijziging in het politieke woordenboek, en wie weet zelfs de Van Dale.

Hij zal dit met flair doen, zoals we hem kennen, met de onweerstaanbare charme van de speelse basset die met zijn gekwispel soms een glaasje van de salontafel zwiept, maar waarop niemand lang boos kan zijn.

In de Profiel-uitzending van afgelopen zondag werd beweerd dat mensen bij Mark Rutte direct aan het woord ‘authentiek’ denken. Het klonk niet helemaal geloofwaardig, maar de makers hadden het nodig als contrapunt bij wat ze gingen onthullen: die mediatraining. Waaruit zou blijken dat Rutte dus juist níét authentiek is.

Onzin! Veel van dit soort trainingen bestaan hoofdzakelijk uit het overwinnen van verkrampt gedrag als gevolg van zenuwen en onwennigheid, oftewel: het terugveroveren van je authenticiteit. De rest is advies zoals ik het zelf ook kreeg toen ik voor televisie ging werken: ‘Rechtop zitten. Nooit met je kin beneden je schouderlijn, anders zie je d’ruit als een bedreigde vogelsoort.’

Als training en authenticiteit elkaar niet verdragen kun je ook wel gaan klagen dat Sven Kramer niet ‘authentiek’ schaatst. Nog even en het zal onmogelijk zijn een manager te vinden die níét dit soort trainingen gedaan heeft, al is het maar omdat de hedendaagse universiteit er studiepunten voor geeft.

Toen zijn kabinet één jaar bestond vergeleek ik Rutte met een ‘NLP-goeroe voor een zaal vol afgevloeide werknemers. Energiek beent hij heen en weer over het podium, jasje dicht, 1.000 watt-grijns, en roept: „Dit ís geen ramp, dit is een káns! Dit ís geen probleem, dit is een úítdaging! Dit ís geen afbraak, dit is een kwalitéítsverbetering!”’

NLP staat voor neurolinguïstisch programmeren, een quasiwetenschappelijke methode voor gedragsverandering, beoefend door motivators als Emile Ratelband. Ook de grootste narigheid reframen tot iets positiefs, precies wat Rutte als premier doet. Andere VVD-kopstukken doen het ook, dus wellicht heeft de partij een knipkaart bij dat NLP-instituut, sinds Rutte er uit de as rees?

Maar de Ratelbands hebben het veel makkelijker. Zij bestaan bij de gratie van de arbeidsdeling. De hatchet man brengt het slechte nieuws, de hoogste baas die de jobstijding brengt, en dan betreedt de motivator het toneel. Hij lacht en danst en strooit confetti, want hij heeft dat besluit niet genomen, hij is de Cliniclown die ons erdoorheen helpt. De hatchet man moet niet met confetti strooien.

De belangrijkste vraag is eigenlijk: waarom ontkende Rutte dat hij getraind is? Hoe gaat hij dat uitleggen? Een tipje van de sluier werd in dat gesprek bij Nova Collegetour al opgelicht, toen Rutte het woord ‘mediatraining’ één keer verving door ‘cameratraining.’ Let op, daar gaat hij de ontsnapping zoeken. Ik hoor ’t hem al zeggen:

‘Er was geen camera bij of iets dergelijks, dus nee, dan zou ik dat geen médiatraining willen noemen’. Vermoedelijk zal hij ermee wegkomen. Ja, zullen de mensen zeggen, daar hééft die dekselse Mark een punt.

Rutte hoeft zoiets niet te beredeneren, dat zou te veel werk zijn, nee, hij voelt het. Zoals het gehoor van bevers haarfijn is afgestemd op de frequentie van sijpelend water, zodat ze direct weten waar hun dam lekt, heeft Mark Rutte een inwendige neus voor de mazen in de taal. Hij stelde het Griekenland-pakket 50 miljard te laag voor, ‘maar’, zei hij, ‘mijn som klopte’. Virtuoos. Je geeft 1.000 euro uit voor twee dozen Havanna’s en tegen je vrouw zeg je dat het 10 euro was omdat ze 5 euro per stuk waren. De som klopt! Zoiets is niet te trainen, of het moet een leven lang zijn.

Een deskundige in de uitzending ‘voorspelt’ dat Ruttes schaterlach hem door zijn tegenstanders ooit zal worden ingepeperd, maar die reactie tekent zich al af. Dagblad De Pers zette hem onlangs als ezel op de voorpagina – ‘En nu serieus’ – en nu is er dat keiharde spotje van de FNV, waarin het geframed wordt als uitlachen. Een schot voor open doel. Daar lijkt bij Rutte een zwakte te zitten: doseren. Je kunt lachen, maar moet het zo vaak en zo hard? Je kunt het belang van mediatrainingen ook trivialiseren, iets roepen van ‘ach, dat helpt bij mij toch niet’, of ‘je doet wel eens zoiets maar ik geloof er niet in.’ Een spijkerharde ontkenning is nergens voor nodig. Je kunt samenwerken met de SGP, realpolitiek, het is niet anders, maar moet je dan ook blij gaan hupsen met hun jongerenclub?

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en directeur van taaladviesbureau de Taalkliniek. Zijn laatste boek is ‘De woorden van Wilders & hoe ze werken’ (2010).