‘Regime Syrië is heel broos geworden’

De Syrische revolutie gaat door tot president Bashar al-Assad valt en hij wordt berecht. Van een dialoog zoals Kofi Annan wil, kan geen sprake zijn.

Klanten belegeren een bakker in Maarat Masren in de provincie Idlib (Noordwest-Syrië). Foto Robert Goddyn

We kunnen we niet onderhandelen met een man die zijn eigen volk doodt, zegt Suhair al-Atassi. „We kunnen alleen praten over het vertrek van Assad. Hij kan geen onderdeel zijn van een oplossing.”

De Syrische oppositie heeft sinds Bashar al-Assad in 2000 aan de macht kwam, om een dialoog gevraagd. Het regime antwoordde met arrestaties. Nu bepleit internationaal bemiddelaar Kofi Annan een dialoog tussen regime en oppositie als opmaat naar een politieke oplossing. Maar de oppositie wil niet meer.

Suhair Atassi komt uit een hele politieke familie. Ze is een dochter van Jamal Atassi, die Hafez al-Assad, vader van de huidige president, in 1970 steunde bij zijn staatsgreep. De president die werd afgezet was haar oom, Nureddin Atassi.

Maar vader Jamal Atassi nam al snel afstand van Assads regime. Zijn dochter zette na zijn dood in 2000 zijn strijd voort.

Geen dialoog. Dat wil zeggen dat de oorlog doorgaat.

„Het is oorlog van één kant, die van het regime. Een jaar van vreedzaam verzet heeft aan onze kant 10.000 mensen het leven gekost. Wij hebben geen andere keuze dan de revolutie voort te zetten tot de val van Assad en zijn berechting.”

Atassi was deze week in Nederland op uitnodiging van de vredesbeweging IKV-Paxchristi, die geld gaat bijeen brengen voor lokale activisten voor communicatieapparatuur of pamfletten. Atassi prak gisteren onder anderen met minister van Buitenlandse Zaken Rosenthal.

In 2000 verwachtten veel mensen hervormingen van Bashar Assad. Suhair Atassi richtte een politiek forum op waar dissidenten regelmatig praatten over democratisering. „De deur stond open”, vertelt ze, „maar ook de geheime dienst kwam langs, om te luisteren en ons bang te maken”. Nadat een jaar later de repressie volop was hervat, worstelde het forum nog een paar jaar door. „De geheime dienst kwam vroeg, bezette zoveel mogelijk plaatsen en eiste het woord.”

Atassi ging door, verplaatste haar forum naar Facebook, werd gewaarschuwd, opgepakt, weer vrijgelaten en herhaaldelijk bedreigd. Ze werd uitgemaakt voor microbe en agent van de Mossad.

Na de val van de Tunesische sterke man Ben Ali in januari 2011 wenste Atassi het Tunesische volk geluk, en ze schreef dat het Tunesische leger er werkelijk voor de burgers was. „En ik vervolgde: ‘Leger van Syrië, en u? Bent u er voor het volk?’ Vervolgens begonnen de telefoontjes van de geheime dienst weer.”

Eind januari 2011 gingen de eerste demonstranten de straat op, nog niet uitdrukkelijk tegen het regime, maar ter ondersteuning van de Egyptische opstand, en later de Libische, en voor vrijheid in het algemeen. Precies een jaar geleden werd tijdens een betoging voor de Libiërs voor het eerst de leus „Verrader die zijn volk doodt” aangeheven. „De revolutie is begonnen”, zei Atassi die dag in interviews met een serie buitenlandse zenders. De volgende dag werd ze bij een nieuwe betoging gemolesteerd door de shabiha (een regeringsmilitie van boeven en politie in burger). „Ik werd met stokken geslagen en letterlijk twee straten meegesleurd.” Ze werd met een groot aantal anderen gearresteerd en vier weken vastgehouden. „Die dag beseften ook de autoriteiten dat de revolutie was begonnen.”

Maandenlang werkte ze vanuit onderduikadressen samen met de plaatselijke coördinatiecomités waarin ongewapende jonge activisten zich hebben verzameld. Maar in november vertrok ze uit Syrië. „Op aandringen van de revolutionairen, die wilden dat ik de stem zou zijn die kon uitleggen wat zij doen.”

Nu heeft ze onder andere diplomatieke taken: ze heeft EU-buitenlandcoördinator Ashton ontmoet en spreekt ministers. Maar ook probeert ze druk te zetten op de grootste oppositieorganisatie, de Syrische Nationale Raad (SNC), „die niet het niveau haalt van de revolutionairen”.

Atassi maakt deel uit van de Algemene Commissie van de Syrische Revolutie, die ervoor heeft gekozen buiten de overkoepelende SNC te blijven. „De SNC houdt zich meer bezig met het aantal stoelen dat elke geallieerde partij moet hebben dan met de revolutie zelf, of het nu gaat om de diplomatie of humanitaire hulp of het Vrije Syrische Leger. Ze zijn meer bezig met zichzelf dan met de revolutie.

„Toch zeggen we altijd dat de Nationale Raad ons vertegenwoordigt. Als project. Maar er zitten mensen in die niet echt zijn geïnteresseerd in de revolutie. Die moeten worden vervangen door anderen die het geweten kunnen zijn van de revolutie.”

Moet het buitenland gewapend ingrijpen in Syrië?

„Er is al een buitenlandse interventie, die van Rusland en Iran, die het regime wapens leveren om ons te doden. We zijn juist tegen militaire interventie. We willen het liefst een Syrische oplossing. Maar dat houdt wel in dat het Vrije Syrische Leger zich moet kunnen organiseren. We vragen al drie maanden logistieke hulp en communicatiemiddelen. Alleen om ons te verdedigen. Maar na al die maanden is er nog helemaal niets. Nu vragen we om wapens, maar wel onder controle van de Syrische Nationale Raad, met al zijn fouten, om te voorkomen dat het een chaos wordt.”

Amerikaanse inlichtingendiensten hebben geconcludeerd dat het Syrische regeringsleger nog steeds een sterke strijdmacht is en dat de val van het regime nog een tijd kan duren.

„Wij zien dat anders. Het regime ziet er misschien uit als een rotsblok, maar de buitenkant verhult dat het van binnen zeer broos is geworden. Assad zal opeens vallen. Veel militairen deserteren en ook lopen mensen uit zijn naaste omgeving over.”

Uit zijn omgeving is alleen een onderminister van Olie Assad afgevallen.

„Wij hebben contacten met mensen rond Assad die informeren naar een schuilplaats en een veiligheidsgarantie. We zien dat het regime verzwakt. De revolutie was een reactie op de repressie door het regime. Maar nu kan het regime niets beters meer doen dan reageren op onze revolutie. Ze veranderen onze leuzen en liederen in pro-Assad teksten. Het Vrije Syrische Leger heeft de dynamiek veranderd.”

Als Assad inderdaad plotseling valt, wie neemt de macht dan over?

„De Syrische Nationale Raad zal de eerste etappes van de overgang naar een democratisch bewind onder zijn hoede moeten nemen. Uiteindelijk zal de jonge generatie de macht overnemen.”

Met name minderheden in Syrië steunen Assad nog, onder andere uit angst voor vervolging onder een conservatief sunnitisch bewind.

„De revolutie is niet sunnitisch. Ze is voor alle burgers. De Syrische moslims zijn niet erg strikt. Onze leus is: het Syrische volk is verenigd. Juist het regime heeft het onderscheid gemaakt.”