Punten pakken in Nokere en Bessèges

Wielrenner Stefan van Dijk is in de kleinere koersen een grote naam. Hij staat zo vaak op het podium, dat er weinig Nederlanders meer punten hebben. Op de oude ranglijst.

Als wielrenner Stefan van Dijk verrassend in de kopgroep door de blauwe barbecuewalmen en bonkende bassen van de housemuziek de kasseien van de Nokereberg beklimt, neemt het provisorische gokkantoor langs de weg snel maatregelen.

Nog acht keer moesten de renners gisteren in Nokere Koerse de helling in het Vlaamse dorp Nokere beklimmen, maar de inhoud van het met bankbiljetten gevulde houten sigarenkistje loopt nu al zoveel gevaar dat de uitkering bij winst van de Nederlander wordt verkleind. Drie keer de inzet bij een zege, schrijft de gelegenheidsbookmaker op zijn whiteboard. De kans dat Van Dijk bij de eerste drie eindigt, wordt voor bijna zeker aangenomen. Bij een podiumplek wordt één keer de inzet uitbetaald, de laagst mogelijke uitkering.

Voor de start van een koers hoort hij zijn naam vaak door het peloton zoemen. Niet met Van Dijk naar de streep rijden, wordt er dan gezegd. Dan ben je geklopt. Ook wordt hij vooraf wel eens gefeliciteerd. Vandaag een koersje voor jou, hoort hij dan. Ploegleiders zeggen tegen hun renners: blijf maar bij Van Dijk, want dan zit je goed. Zo gaat het al jaren.

Je zou hem een renner van de oude stempel kunnen noemen. De 36-jarige Van Dijk rijdt het hele jaar goed. Zelfs in een rustperiode heeft hij wel eens gewonnen. Nog vaker staat hij op het podium. Niet in de allergrootste koersen, maar in de categorie er net onder. De Ster van Bessèges bijvoorbeeld, de Scheldeprijs, Parijs-Brussel. Oude koersen zijn het, met een grote historie. Parijs-Brussel werd voor het eerst in 1893 gereden.

Als de oude puntentelling nog bestond zou Van Dijk meer faam hebben verworven. Op basis van de in 2005 afgeschafte ranglijst van de wielerunie, die op internet wordt doorgezet als de cq-ranking, was hij vorig jaar de op drie na beste renner van Nederland. In 2010 had alleen Robert Gesink meer punten.

Geheel onopgemerkt bleven zijn prestaties niet. Vorige zomer hing Johan Bruyneel plotseling aan de lijn. De Vlaamse ploegleider, die met Lance Armstrong zeven keer de Tour won, benaderde Van Dijk voor een overstap. De Lottoploeg belde. Maar hij kon ook bij zijn huidige ploeg blijven, het bescheiden Accent Jobs-Willems Veranda’s. En dat deed hij.

Van Dijk rijdt nu vier jaar bij zijn Belgische ploeg. Manager Jean-François Bourlart heeft louter lof voor zijn kopman. „Stefan kan strijden tegen de beste sprinters ter wereld. Dat is heel belangrijk voor een kleine ploeg als de onze.” Bourlart vertelt dat Van Dijk goed gedijt in zijn ploeg. „Misschien heeft hij niet de persoonlijkheid voor een grote ploeg. Stefan moet zich thuis voelen, hij heeft een goede sfeer nodig.”

Vijf ronden voor het einde van Nokere Koerse rijdt Van Dijk nog in de kopgroep. Vorig jaar deed hij dat ook in de Ronde van Vlaanderen. Hij had de ontsnapping zelf op touw gezet. Toen het peloton een beetje uitpufte, sprong hij op een kasseienstrook weg. Precies na een lastige bocht. Van Dijk kreeg een paar renners mee en werd door de mensenmassa vooruit geschreeuwd. Natuurlijk wist hij dat de favorieten terug zouden komen, het ging zijn ploeg om de publiciteit. Trappen voor tv-minuten.

Van Dijk is al dertien jaar prof, spurtte tegen de grote sprinters. Erik Zabel, Mark Cavendish en Mario Cipollini. Als je Zabel klopt, dan win je, hielden ze hem voor in de Ronde van Duitsland. Maar toen hij de Duitser voorbij was, glipte de Italiaan Qaranta nog net langs hem. Hij versloeg de Vlaamse vedette Tom Steels in diens achtertuin, tijdens de Omloop van de Westkust-De Panne. De Belgische spurter had vier ploegmaats om de sprint aan te trekken, Van Dijk won. Hij lacht bij de herinnering.

Met de zege op Steels verwierf hij roem in België. In Nederland telt slechts de Tour. En het publiek lijkt verblind door de Raboploeg. Vaak draait alles om het feloranje. In België kreeg Van Dijk een contract bij Lotto, hij zou er drie jaar rijden. In zijn eerste jaar bij Lotto werd hij Nederlands kampioen, in Nijmegen versloeg hij een groot Raboblok. Dat gaf de zege nog meer smaak. Hij reed ooit voor Rabo, maar was niet goed genoeg voor de profs. Zeiden ze.

Op eigen kracht heeft hij het klaargespeeld. Hij heeft altijd moeten knokken. Ploeggenoten die hem in de sprint lanceerden waren er niet vaak. En als de Duitser Erik Zabel met zo’n treintje voorbij kwam, moest je achter hem aansluiten. Dat is een ongeschreven wielerwet. Misschien heeft Van Dijk daarom zoveel toptienklasseringen. De sprinter begint vaak op achterstand.

In 2005 werd Van Dijk voor een jaar geschorst, omdat hij een dopingcontrole had ontweken. De renner wilde er niets over zeggen. Dat doet hij nu nog steeds niet. Wat hij wel zegt, is dat hij meteen vooruit keek. En eigenlijk wel een leuk jaar heeft gehad. Keihard getraind en geklust in huis. Hij keerde terug bij Team Wiesenhof, en kwam later bij Willems Veranda’s terecht.

Van Dijk geniet nu van zijn rol als ervaren kopman bij de Belgische ploeg. Jongere renners stappen wel eens op hem af. Zo was zijn ploeggenoot Rob Goris teleurgesteld dat hij niet mee mocht naar Nokere. „Als je hard genoeg rijdt, kunnen ze niet om je heen”, zegt Van Dijk dan. Toen hij zelf als jonge renner niet in de Driedaagse van De Panne mocht starten, trainde hij drie dagen lang zes uur per dag. En op zondag won hij de Ronde van Noord-Holland.

Over een afscheid van het profpeloton wil Van Dijk niet nadenken. Natuurlijk speelt het door zijn hoofd, maar als hij gaat piekeren verdwijnt de wil om te winnen. En winnen, dat maakt de koers nog mooier.

In Nokere wordt de kopgroep veertig kilometer voor het einde bijgehaald. Van Dijk is opgebrand en eindigt op plaats 95, de Italiaan Francesco Chicchi wint de sprint.

Aan de finish vertelt Van Dijk dat de vlucht niet gepland was, maar dat er achter hem plotseling een gat viel. „Ik wilde mij terug laten zakken, mijn ploegleider vond dat ik voorin moest blijven. Je weet nooit hoe de koers loopt.” Maar de vlucht duurde te lang, Van Dijk verspilde zijn krachten. Hij besloot toen voor het bergklassement te gaan, en sprokkelde in de rondjes over de Nokereberg de meeste punten bijeen. Staat hij toch nog op het podium.