'Onze stand is als 'n Parijse antiekzaak'

Hij herinnert zich nog levendig de dag dat de stroom uitviel op de Tefaf. Iedereen werd toch wat zenuwachtig, vooral de grote juweliers naast hem. „Het was in één klap donker; een riskante zaak met al die kostbaarheden. Je denkt toch: wat zal ik straks aantreffen als het licht weer aangaat?” Zelf ging hij maar voor zijn stand staan. En hij stak de kaarsen aan van de kandelaars die hij in de stand had staan. „Het duurde zo’n twintig minuten voor de generatoren op gang kwamen. Uiteindelijk viel het allemaal mee.”

Mario Crijns (65) is eigenaar van Crijns & Stender in Oosterhout, een zaak gespecialiseerd in antieke klokken en barometers. Zijn klanten wonen over de hele wereld en hij verkoopt regelmatig aan internationale musea. Crijns staat sinds 1988 op de Tefaf en ging al naar voorgangers: de antiquairbeurs in Delft en Antiquairs International in Maastricht. „Ik was jong en wilde nieuwe relaties opbouwen. Het was een goed idee om de beurs in Maastricht te vestigen, in de buurt van Duitsland en België: een nieuwe markt.”

Het is juist dat internationale van de beurs dat hem aanspreekt. „Ik heb steeds meer buitenlanders zien komen. Als kopers, van Canada tot China, en als verkopers.” Dat laatste is typisch voor de Tefaf, vindt hij, dat het openstaat voor handelaren uit alle landen. „In Frankrijk en Engeland zijn ze daar toch te chauvinistisch voor.”

Ook roemt hij de hoge kwaliteit van de beurs. Volgens Crijns een gevolg van de strenge controle tijdens de twee keuringsdagen met steeds meer externe keurmeesters, bijvoorbeeld van grote musea. Zelf zit hij ook in een keuringscommissie, voor klokken en instrumenten, samen met onder anderen iemand van de Hermitage in Sint Petersburg. „Die kwaliteitsgarantie trekt meer relaties. Mensen geven er veel geld uit en ze willen zekerheid.”

Behalve op de kwaliteit van de objecten wordt er ook gelet op presentatie. Iedere vijf jaar heeft Crijns een nieuwe aankleding van zijn stand van 77 vierkante meter. „Wij hebben er nu een die eruitziet als een antiekzaak uit de Parijse Rue du Faubourg Saint-Honoré. Met van die zandstenen zuilen.” Dat de controle op kwaliteit en presentatie steeds strenger is geworden, leidt volgens hem „tot een hoger gemiddeld gehalte”. Hjj zag dat sommige collega’s een kleinere plek kregen of helemaal niet meer mochten komen.

Vroeger stond Crijns ook op beurzen in Bazel, Parijs en Milaan. Nu doet hij het wat rustiger aan en is de Tefaf de enige beurs waar hij komt. Hij kijkt er naar uit. „Naar de sfeer en gezelligheid.” Naar de ontmoetingen met zijn collega’s, naar het kijken of zij nog iets moois hebben. „Soms ben ik wel jaloers op wat ze hebben. En soms koop ik iets voor een klant.”

De Tefaf is een kostbare beurs, zegt Crijns, maar eigenlijk de goedkoopste. Waarmee hij zeggen wil dat hij er altijd goed zaken doet. Na de beurs gaat hij met zijn vrouw de verkopen persoonlijk afleveren. „Een hele reis, maar dan zie je gelijk wat iemand verzamelt en waar je op moet gaan letten.” Want de Tefaf is belangrijk voor de verkoop, maar ook om nieuwe relaties op te doen.

Twee bijzondere stukken heeft Crijns dit jaar. Een zeventiende-eeuwse Italiaanse nachtklok, die licht geeft in het donker, (prijs 52.500 euro) en een 500 jaar oude gotische klok, die is toegeschreven aan dezelfde maker als het exemplaar dat Willem Barentsz meenam op zijn reis naar Nova Zembla. Die van Barentsz is nu eigendom van het Rijksmuseum, maar die van Crijns loopt.