Kwijlen bij IJslandse gletsjers

Wie een reistijdschrift koopt wil het liefst wegdromen bij mooie plaatjes van exotische bestemmingen. Praktische tips over ontmoetingen met zeeschildpadden mogen daarbij achterwege blijven.

Volgens redactiechef Paul Römer kleeft er een risico aan het lezen van de National Geographic Traveler. Namelijk, „dat u na lezing de beschreven bestemmingen mogelijk stuk voor stuk zelf wilt aandoen.” Reismagazine Columbus windt er nog minder doekjes om. ‘Hier wil je naar toe’ kopt de openingsrubriek van het tijdschrift boven een foto van een zeeleeuwenkolonie in Canada. En dat mag dan ietwat dwingend verwoord zijn – het is waar.

Je wilt naar die zeeleeuwen, die tijgers, die reuzenmanta’s. Kwijlt bij de plaatjes van onbedorven stranden in Indonesië, gletsjers in IJsland en zandvlaktes aan de Rode Zee. En dat is natuurlijk het doel van de reistijdschriften: ons lekker maken, laten dagdromen, laten meegenieten van het avontuur van de vaak onbereikbare bestemmingen.

Geen beter moment daarvoor dan de lente. Tijd dus om eens te kijken welk reistijdschrift de dagdromen het beste voedt.

Op het eerste gezicht lijken de drie grote reistijdschriften uit de kiosk behoorlijk op elkaar: Traveler (5,95 euro), Columbus (3,95 euro) en Reiz& Magazine (5,95 euro).

En op het tweede gezicht ook.

Een reisreportage , over respectievelijk Zuid-Korea, de Kanaaleilanden en de Rheinfall, gevolgd door praktische tips voor het reizen in dat gebied, gevolgd door een lezersaanbieding om diezelfde reis voor een zacht prijsje te maken. In elk tijdschrift ook een stad door de ogen van de locals. En we moeten dit jaar overduidelijk naar Belfast, want daar is een Titanicmuseum in aanbouw. In alle bladen staat prachtige fotografie, hoewel Traveler op dit vlak, zoals het National Geographic betaamt, de uitblinker is.

Traveler wint het ook van de andere twee bladen als het gaat om slechte columns. De gemiddelde blog op waarbenjij.nu is interessanter dan de beschrijving van een prijsonderhandeling op de Grote Bazaar van Istanbul, die hoofdredacteur Aart Aarsbergen concludeert met de zin: „Het is in het buitenland soms lastig een situatie goed in te schatten.”

Traveler blinkt in nog een opzicht uit: het ‘verstoppen’ van reclame in artikelen. Dat adverteerders daar goed in zijn, is tot daar aan toe (het kost vijf alinea’s om te ontdekken dat het artikel over de Chinese stad Hangzhou geen artikel is, maar een advertentie). Maar dat de Traveler-redactie in kaders producten aanprijst, gaat verder: de robuuste Montana 650t GPS van Garmin (handig als je in Nieuw-Zeeland wandelt) of de Waterproof Duffel van The North Face (fijn in het natte seizoen in Zuid-Korea).

Dieptepunt is het 82 pagina’s tellende extra tijdschrift dat in de cellofaanverpakking bij Traveler zit. Een dikke reclamefolder van Zwitserland Toerisme, in het jasje van de National Geographic. Compleet met de herkenbare gele omkadering op de omslag.

Een onvermijdelijk dilemma voor reistijdschriften is het combineren van exotische bestemmingen, die zich het beste lenen voor dagdroomfotografie, en minder verre, haalbare oorden, die minder fotogeniek zijn. Die combinatie pakt soms ongelukkig uit: de reportage uit West-Papoea – witte stranden, blauwe zee, hutjes op palen in het water – wordt in Columbus direct gevolgd door een groot stuk over de Kanaaleilanden: winderige rotsen, dikke outdoorjassen, vuurtorentjes in de mist. Die laatste kustlijn wil je als lezer het liefst zo snel mogelijk overslaan.

Nog zo’n dilemma: in hoeverre moet een reistijdschrift een reisgids zijn? Natuurlijk zijn wat praktische tips fijn – beste reistijd, een prijsindicatie, handigste vlucht vanuit Nederland. Maar Columbus slaat een tikje door met onpraktische praktische stukken, met tips als: „Stel je loopt op een paradijselijk strandje en je komt een zeeschildpad tegen. Hoe handel je?” De wegdroomlezer haakt hier af.

Dan liever een mooi stuk over een tijgersafari in India, zoals in Traveler. Of over het Wilde Westen van Australië, in Reiz&. Mooie verhalen die je interesse voor een gebied wekken, al zal je er nooit komen. Of toch wel?

Voor de zekerheid toch maar meedoen aan alle prijsvragen. Win een reis naar New York, Canada, Costa Rica.

Misschien kom je nog eens ergens.