Kony 2012 brengt de verkeerde helden

De documentaire Kony 2012 decimeert de Oegandezen tot hulpeloze slachtoffers die smachtend wachten op westerse hulp. Dit verkeerde beeld leidt alleen maar tot ander onrecht. Geef de lokale bevolking een stem in de aanpak van het conflict, zegt Sarah Nouwen.

Met de hype op Facebook, op Twitter en in de traditionele media over de documentaire Kony 2012, heeft de Amerikaanse organisatie Invisible Children haar doel grotendeels bereikt. In enkele dagen hebben miljoenen mensen de video over de leider van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA) gezien. De campagne lijkt dus geslaagd.

Dat Kony’s LRA gruweldaden heeft aangericht in Noord-Oeganda en naburige landen is onbetwist. Net zo oncontroversieel is dat de door het Internationaal Strafhof gezochte rebellenleider na bijna dertig jaar mensen ontvoeren, verminken en terroriseren moet worden gestopt.

Maar de oplossingen die de documentaire Kony 2012 aandraagt, riskeert in naam van bestrijding van onrecht ander structureel onrecht te legitimeren. Inzoomend op de criminaliteit van Kony en zonder de politieke context, presenteert hij de getroffen regio als terra apolitica, bewoond door twee groepen: brute barbaren of hulpeloze slachtoffers. De laatsten, blijkbaar niet gezegend met handelingsbekwaamheid, wachten zogenaamd op verlossing van buiten, de helden aan wie de documentaire de meeste minuten wijdt: de aanklager van het Internationaal Strafhof, Amerikaanse soldaten, George Clooney, Invisible Children, en vooral de videomaker zelf.

Beroemdheden kunnen stemmen van anderen versterken, maar in dit emotainment doen ze het tegenovergestelde. Ze overschreeuwen hen die direct worden getroffen door het LRA en die dus de gevolgen zullen ondervinden van de gepropageerde actie. Hun positie is genuanceerder, maar die wordt in Kony 2012 niet getoond. Ik noem drie nuances.

1 Ook al zouden mensen in de gebieden waarin Kony opereert het meeste gebaat zijn bij een succesvolle interventie, velen vrezen de door Invisible Children voorgestane militaire benadering. De documentaire suggereert dat honderd Amerikaanse militaire adviseurs ervoor zorgen dat het Oegandese leger (UPDF) zal slagen waar het tot dusverre heeft gefaald. Dit is hoogst onwaarschijnlijk. Het LRA is ver buiten Oeganda actief. En zelfs als de UPDF toestemming heeft in Congo, Zuid-Soedan en Centraal Afrika op te treden is het onwaarschijnlijk dat de Amerikaanse adviseurs het verschil zullen maken. In 2006 overleefde geen van de door de VS getrainde speciale strijdkrachten van de VN-missie in Congo een gevecht met het LRA.

Proberen om het LRA militair te verslaan zou een goede strategie zijn als dit kosteloos was. Maar tot nog toe heeft het LRA elke keer dat de UPDF aanviel direct wraak genomen op de lokale bevolking, met duizenden doden als gevolg. Morele verontwaardiging op Twitter en Facebook biedt dan geen bescherming.

Toen het LRA nog in Noord-Oeganda opereerde, smeekte de meest geraakte etnische groep de Oegandese regering om militaire actie in te ruilen voor amnestie en vredesbesprekingen. De Acholi-stam keerde zich zelfs tegen het Internationaal Strafhof, uit vrees dat de arrestatiebevelen het LRA onverzoenlijker zouden maken. Compromisloze posities zijn beter te verdedigen in Washington of Den Haag dan in de vuurlinie.

2 Met hun criminele en apolitieke uitleg van het conflict geven Invisible Children en de aanklager van het Internationaal Strafhof geen enkele ruimte voor een andere aanpak dan een onvoorwaardelijke overgave van het LRA, ook al denken de slachtoffers in wier naam zij zeggen op te komen daar anders over. Hun argument is deels principieel: men onderhandelt niet met oorlogsmisdadigers. Maar het is ook, zo beweren zij, proefondervindelijk: in 2008 weigerde Joseph Kony de met de Oegandese regering uitonderhandelde akkoorden te tekenen.

Zij vertellen er niet bij dat Kony vreesde voor zijn positie na ontwapening: hij vertrouwde er niet op dat de Oegandese regering hem niet zou executeren of, ondanks een regeling, aan het Internationaal Strafhof zou overhandigen. Hij wist dat andere commandanten van de LRA na overgave door het UPDF waren vermoord. De Congolese rebellenleider Thomas Lubanga en voormalig Liberiaanse president Charles Taylor waren ondanks eerdere garanties in Den Haag beland. Onvoorwaardelijkheid laat één oplossing over: oorlog tot de vijand is verslagen.

3 De steun van de internationale gemeenschap voor de strijd tegen de LRA is vooral ten goede gekomen aan de Oegandese regering die door direct getroffenen minstens zo schuldig wordt geacht. Niet dat de UPDF kinderen heeft ontvoerd (hoewel veel kinderen na ontsnapping uit het LRA meteen in de UPDF zijn opgenomen). Maar op last van de Oegandese regering heeft de bevolking van Noord-Oeganda vele jaren in ‘beschermingskampen’ gewoond, waar op een gegeven moment 1.000 mensen per week stierven, niet aan extern geweld, maar aan honger en ziekte. Bovendien heeft de oorlog tegen het LRA, en vooral de buitenlandse steun ervoor, als perfecte legitimering gediend voor een hoog defensiebudget waarmee loyaliteit van militairen is gekocht, antiterrorismewetgeving is toegepast op politieke vijanden en de democratie is aangetast. Tot woede van veel mensen in Noord-Oeganda heeft het Internationaal Strafhof een zelfde legitimerende werking. Na de verwijzing was de aanklager voor het succes van zijn eerste zaak afhankelijk van samenwerking met de Oegandese regering. Hij stelde dus geen onderzoek in naar vermeende oorlogsmisdaden door de UPDF. Integendeel, hoewel het Internationaal Gerechtshof, het andere tribunaal in Den Haag, Oeganda had veroordeeld voor mensenrechtenschendingen tijdens illegale bezetting in Oost-Congo, lobbyde de aanklager van het Internationaal Strafhof bij de Amerikanen om de druk op Congo op te voeren om de UPDF terug te laten komen op Congolees grondgebied, dit keer voor het uitvoeren van arrestatiebevelen.

Wellicht zijn sommigen in Noord-Oeganda die zich in het begin van deze eeuw tegen militaire actie en het Strafhof uitspraken, meer voor deze oplossing nu het LRA al sinds 2006 (als gevolg van de vredesbesprekingen) niet meer in Noord-Oeganda heeft huis gehouden. Maar op dit moment zijn het mensen in Congo, Zuid-Soedan en de Centraal Afrikaanse Republiek die onder het zwaard van Damocles leven. Waar het om gaat is dat deze mensen zelf een stem moeten hebben in hoe het conflict wordt aangepakt, niet als hulpeloze slachtoffers maar als de echte helden die dag in dag uit weten te overleven.

Westerse activisten kunnen intussen hun pijlen richten op steun van de eigen regering voor autocratische collegae die deze helden het zwijgen opleggen of NGO’s die opkomen in naam van zogenaamd ‘onzichtbaren’ ter bevordering van hun eigen zichtbaarheid.

Sarah Nouwen is docent internationaal recht aan de Universiteit van Cambridge, fellow van het Lauterpacht Centre for International Law en Pembroke College, en auteur van Complementarity in the Line of Fire: The International Criminal Court in Uganda and Sudan, dat eind dit jaar bij Cambridge University Press zal verschijnen.