Kleine talen

Portugees is de zesde taal ter wereld. Alleen Engels, Mandarijn, Spaans, Hindi en Russisch wordt door meer mensen als tweede of moedertaal gesproken. Toch is er in Nederland een schrijnend gebrek aan mensen die het Portugees machtig zijn en de cultuur doorgronden. Op de ambassade in Brasilia werkt daarom nu een attaché die nooit het ‘diplomatenklasje’ heeft doorlopen. Buitenlandse Zaken moest wel. Brazilië gaat met Rusland, India en China de wereldeconomie steeds meer domineren. Als handelsnatie moet Nederland zich aanpassen.

Maar in Nederland wordt het Portugees als zelfstandige academische studie binnenkort afgeschaft.

Maar het is niet de enige taal die van de universiteit gaat verdwijnen. Duits, Frans of Italiaans staan op de rol om op te gaan in zeer algemene bachelors als ‘Taal, cultuur en media’. Daarin kan een ook vak als kunstgeschiedenis eenvoudig worden geïncorporeerd. Zo’n opzet zal studenten trekken die niet weten wat ze willen, is de redenering van de universiteiten die door de rijksoverheid worden ‘afgerekend’ op zowel input als output van studenten. Pas daarna is verdieping wellicht mogelijk.

Let wel, het gaat niet om een ingenieus plan om ‘kleine’ talen zo samen te voegen dat er ten minste één plek overblijft waar de IJslandse Edda wetenschappelijk wordt bestudeerd. Het gaat om nagenoeg alle talen uit Europa, waar het Engels weliswaar de lingua franca is maar niet de cultuur bepaalt.

En het gaat om een traditie waarin Nederland tot nu toe uitblonk: te weten een breed aanbod van vakken in wat wel de letterenfaculteit werd genoemd. Die specifieke kwaliteit blijft ook niet onopgemerkt. Vandaag publiceert Times Higher Education de ‘world university rankings’. In de top-100 staan na plaats 50 maar liefst vijf Nederlandse universiteiten: die in Delft, Amsterdam, Utrecht, Leiden en Wageningen. Drie daarvan hebben een traditie in alfastudies. De lijst bewijst dat de universiteit in Nederland zich in de breedte én op hoog niveau kan meten met andere landen. Met vier plaatsen is Frankrijk slechter vertegenwoordigd.

De universiteiten volgen met hun plannen staatssecretaris Zijlstra (Hoger Onderwijs, VVD). Het is de nieuwe „financiële realiteit”, zegt een decaan. Dat is waar. De wetenschap zal er niet onder lijden, zegt hij ook. En dát is vermoedelijk niet waar.

Maar zelfs als het niveau op peil blijft, dan nog is er een kardinaal bezwaar tegen de kaalslag. Van oudsher staat Nederland tussen de Angelsaksische wereld en het Europees continent. De rijke taal- en cultuurwetenschap weerspiegelt die rol. Als die traditie wordt ondergraven, loopt ook de brugfunctie van Nederland gevaar.