Joelia vocht een beetje tegen verkiezingsfraude

Bij de presidentsverkiezingen waren het gewone Russen die in veel gevallen fraude wisten te voorkomen. Moeder Joelia Kolesnitsjenko ziet het begin van een burgermaatschappij.

‘Al protesteert er de komende tijd niemand meer, we hebben toch veel bereikt”, zegt mijn assistente Joelia Kolesnitsjenko over de gebeurtenissen van de afgelopen maanden. In tegenstelling tot veel van haar vrienden is de 33-jarige moeder van twee na de overwinning van Poetin in de presidentsverkiezingen allerminst terneergeslagen.

Dat dankt ze aan haar ervaringen als vrijwillige verkiezingswaarnemer van Burger Waarnemer. Aan de vooravond van de parlementsverkiezingen van 4 december slaagde dit kersverse burgerinitiatief er voor het eerst in duizenden maatschappelijk bewuste Russen te mobiliseren om toezicht te houden op de verkiezingen. Zij zijn het die toen de grote stembusfraude hebben ontdekt.

„Ons werk is de eerste stap op weg naar een burgersamenleving”, zegt Joelia opgelucht. „Nu de protesten voorlopig voorbij zijn, moeten we ons anders organiseren, bijvoorbeeld om op lokaal bestuurlijk niveau invloed te kunnen uitoefenen.”

Dankzij haar inspanningen en die van 25.000 andere waarnemers is ook op 4 maart, bij de presidentsverkiezingen op talloze stembureaus fraude voorkomen. „Dat is een belangrijke stap voorwaarts op onze lange weg naar een democratie en een rechtstaat”, zegt ze.

Voor haar begon de verkiezingsdag om half zeven ’s ochtends en eindigde die om vijf uur ’s nachts. Al die tijd heeft Joelia de leden van stembureau 377 in Noord-Moskou de kieswet voorgehouden. „Toen de commissieleden de stembiljetten bij de secretaris ophaalden ging het al mis. Elk van hen moet een vastgesteld aantal krijgen en daarvoor tekenen. Maar dat gebeurde niet. De secretaris deelde ze in stapeltjes uit, waarin er volgens haar vijftig zaten. Maar niemand heeft dat kunnen controleren. Een keer vergat de secretaris zelfs zo’n uitgedeeld pakje af te strepen. Als er geen waarnemers bij waren geweest, hadden ze die biljetten zelf kunnen invullen. Een stembureau heeft altijd meer stembiljetten dan er kiezers komen opdagen, dus vervalsen is makkelijk. Dus heb ik een klacht ingediend.”

De voorzitter van het stembureau wilde haar overhalen dat niet te doen. „Hij zei: ‘Je kunt de wet niet altijd volgen. Je moet compromissen sluiten. Dat is het leven.’”

Hoogtepunt van de dag was de ondertekening van het protocol, waarmee alle waarnemers en leden van het stembureau met hun handtekening instemmen met de uitslag. „Na ondertekening moeten we een afschrift krijgen. Pas dan kan het protocol naar de TIK worden gestuurd.”

Maar toen ze de stembiljetten voor de presidentsverkiezingen al hadden verzegeld om die naar de TIK te sturen en het protocol was ingevuld, vonden ze tussen de stembiljetten voor de gemeenteraad nog drie stembiljetten voor de presidentsverkiezingen, een voor Poetin en twee voor communistenleider Zjoeganov. „Ze konden die biljetten natuurlijk ongeldig maken of weggooien, maar de commissieleden waren bang dat ik dat aan de media zou melden. Ik zei dus dat ze de verzegelde stemmen moesten openmaken en een nieuw protocol invullen. Maar toen bleken er geen lege protocolformulieren meer te zijn.

„Een van ons ging toen naar de TIK – het was al drie uur ’s nachts –, maar kreeg daar slechts één leeg exemplaar mee en moest toen op zoek naar een kopieerapparaat, om voor alle commissieleden en alle waarnemers kopieën te maken. De voorzitter zei toen opnieuw: ‘De wet is er voor juristen en dat ben ik noch jij. Daarom doe ik alleen wat mijn curator bij de TIK me opdraagt.’ Om vijf uur ‘s ochtends begon hij ook nog te beweren dat hij Stalin zo geweldig vond. Toen snakte ik ineens naar mijn bed.”