Inzichzelfmopperaar

De mens moppert graag. De een doet dat hardop, tegen wie het maar wil horen. De ander moppert in zichzelf. Wie dat laatste doet, heeft een monologue intérieur in de trant van: „Ja hoor. Natúúrlijk zet iedereen z’n fiets tegen mijn fiets aan. Waarom niet. Ik snap niet waarom ik eigenlijk nog de moeite neem

De mens moppert graag. De een doet dat hardop, tegen wie het maar wil horen. De ander moppert in zichzelf. Wie dat laatste doet, heeft een monologue intérieur in de trant van: „Ja hoor. Natúúrlijk zet iedereen z’n fiets tegen mijn fiets aan. Waarom niet. Ik snap niet waarom ik eigenlijk nog de moeite neem om zelf mijn fiets op een normale plek neer te zetten.” Van dit soort mopperaars heeft niemand last. Je ziet alleen iemand lopen waarvan je denkt: ga eens op yoga. Mensen die voluit mopperen zijn van een ander slag. Die gaan vol overgave los op politici in het algemeen, of anders de buitenlanders, of misschien juist de PVV-stemmers of wellicht de tegenvallende service in het Amstelhotel. Openlijke mopperaars vind je in alle lagen van de bevolking.

Openlijke mopperaars vind je in alle lagen van de bevolking

Deze mensen zijn gemakkelijk te vermijden. Door bijvoorbeeld heel hard weg te rennen. Maar dat hoeft vaak niet eens, want wie echt met overgave moppert, geniet daar vaak stiekem van. Een goede openlijke mopperaar kan zijn toehoorders nog wel vermaken. Maar er is nog een derde type mopperaar. Die moppert in zichzelf, maar hoorbaar. Het zijn meestal mannen van een zekere leeftijd die deze unieke vorm van extern-intern mopperen gebruiken. Nog niet zo lang geleden, toen het nog winter was en er een Elfstedentocht zou komen (weet u nog? Dat geloofden we echt), toen waren er natuurlijk ook problemen met het spoor. Ik zat toen in een trein die misschien wel niet zou vertrekken. Of die helemaal niet naar Utrecht zou gaan, zoals ons was beloofd. Tegenover mij zat een hoorbare inzichzelf mopperaar: „Er is één sneeuwbuitje en het hele land ligt in een keer plat! Het lijkt wel een bananenrepubliek. Het is zó’n wanbeleid!” Hij keek om zich heen om steun te vinden bij zijn medereizigers. De hoorbare inzichzelfmopperaar wil namelijk niets liever dan voluit mopperen. Maar daar moet hij wel toestemming voor krijgen. Ik gaf hem die niet, want ik was aan het opschrijven wat hij zei: „Dit is zó dwaas. Bijna surrealistisch.” Na een tijdje zei iemand tegen hem: „Ze kunnen ook niks in dit land.” En toen mocht de hoorbare inzichzelfmopperaar lekker keihard mopperen, tot aan Utrecht. Ik was eigenlijk wel blij voor hem.