Hoofdrol in cynisch militair steekspel

De Congolese regio Ituri leek af te glijden naar een tweede Rwanda. Lubanga speelde een sleutelrol in het geweld.

Koert Lindijer

Correspondent Oost-Afrika

. ‘Er dreigt een genocide in Ituri, net als in Rwanda in 1994”, waarschuwden hulpverleners in 2002. Het conflict tussen Hema’s en Lendu’s in de noordoostelijke provincie van Congo weerspiegelde het bloedige conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s in het aangrenzende Rwanda. In Ituri vochten de van oorsprong veehoudende Hema’s onder leiding van Thomas Lubanga tegen de boeren van de Lendu-stam. Eerdere conflicten tussen de twee stammen waren echter nooit zo dodelijk geweest; de competitie om grondstoffen en de militaire inmenging van de buurlanden Rwanda en Oeganda droegen in belangrijke mate bij aan de massamoorden.

Lubanga was een gerespecteerde en invloedrijke zakenman tot hij na de in 1998 uitgebroken oorlog in Congo eerst „minister van Defensie” in een rebellenalliantie werd en toen aan het hoofd kwam te staan van de Hema-militie, de Unie voor Congolese Patriotten, een van de grootste strijdgroepen in Ituri. Net als bij de Tutsi’s in Rwanda hadden de Hema’s een voorkeursbehandeling genoten van koloniale bestuurders en waren uitgegroeid tot de meest welvarende bevolkingsgroep van Ituri. Er stond een boel op het spel in Ituri. Inzet: goud. Al ruim honderd jaar wordt Congo als het Eldorado van Afrika beschouwd.

Na de invasie van Congo door Rwanda en Oeganda in 1998 bezetten de Oegandezen Ituri. Ze verergerden oude landconflicten tussen Hema’s en Lendu’s. Oegandese militairen lieten zich door rijke Hema’s inhuren voor aanvallen op Lendu’s. Na onderlinge ruzies tussen Rwanda en Oeganda begonnen ze elkaar te ondermijnen door rivaliserende milities op te zetten. Oeganda richtte het UPC op en de Hema’s gingen hun en Lubanga als hun beschermheren zien.

Ituri veranderde in een slagveld van guerrillagroepen, tribale milities en de nationale legers van Congo, Rwanda en Oeganda. In dat uiterst cynisch militair steekspel speelde Lubanga met de Oegandezen een hoofdrol.

Lubanga liep over naar de Rwandese zijde in het conflict. Vanaf dat moment begon Oeganda ook milities van de Lendu te steunen. Het toneel was geschapen voor een moorddadig conflict waarbij burgers doelwit werden. Lubanga speelde daarin een sleutelrol. Een ingrijpen in 2003 van duizend Franse soldaten onder de vlag van een Europese vredesmacht bracht weer enige orde in de regio en na een offensief door soldaten van de Verenigde Naties in 2005 werd met ontwapening van de milities begonnen.

Lubanga dook in 2004 in de Congolese hoofdstad Kinshasa op in afwachting van promotie in het regeringsleger, in ruil voor het neerleggen van de wapens. Toen in februari 2005 zes VN militairen werden gedood voelde de Congolese regering zich genoodzaakt hem te arresteren en uit te leveren.

In Ituri is het weer rustiger dan in de dagen van Lubanga. Ontwapening heeft tot een vermindering van de milities geleid. Maar er is een nieuwe koorts op komst:olie. Aan de Congolese kant van het Albertmeer is olie gewonnen en de competitie voor gewin is opgelaaid. De noodzaak aan milities neemt weer toe.