Het zal toch niet waar zijn?

In het dorp Lommel-Kolonie kent vrijwel iedereen wel één van de slachtoffers van het busongeluk van basisschool ’t Stekske. De kinderen keken al weken uit naar de skitrip.

Verslaggever

Lommel-Kolonie. Harold Kuijken deed gistermiddag aan de tafel met zijn ouders hetgeen vrijwel alle inwoners van Lommel-Kolonie gisteren deden: nadenken welke families kinderen in klas zes van basisschool ’t Stekske hebben. En dan graven in het geheugen of die zoon of dochter mee zou gaan op skikamp.

De vader van Harold Kuijken was jarenlang voetbaltrainer. Hij kent bijna alle jongens van het dorpje. Maar dat is niet bijzonder. In Lommel-Kolonie kent vrijwel iedereen elkaar, al is het maar vaag. De kinderen kwamen vlak voor Kerst aan huis om ijstaart te verkopen, zegt Kuijken. „Zo zamelen ze geld in voor het skiën. Bij elk kind aan de deur weet je van wie dat er een is.”

Het meisje van de snackbar Frituur St. Josef praat aan een stuk door met schelle stem om haar tranen te bedwingen: En die, uit die straat. En die, uit die straat. En o ja, die uit die straat. Het zusje van haar beste vriendin zat ook in de bus.

In Lommel-Kolonie staat het leven even stil. Verbeten gezichten op straat. Rode ogen. De meeste bewoners hoorden gistermorgen dat een bus met kinderen uit de hoogste klas van de Stedelijke Basisschool ’t Stekske verongelukte: 22 kinderen en zes volwassenen overleefden het ongeluk niet. Het merendeel van de kinderen zat op school in Lommel. Als je in Lommel-Kolonie woont, kan het niet anders of je kent de slachtoffers.

Lommel-Kolonie is een langgerekt dorp. Gebouwd langs de Luikersteenweg. Met ongeveer in het midden een kerk, een kerkhof en daartussen de school. Voor de school wachten een stoet journalisten, auto’s met schotels op de daken, staan zij aan zij geparkeerd. Er staat politie en brandweer. De hekken van de school zijn dicht, net als alle bordeauxrode gordijnen. Bij de poort staan twee politieagenten.

In de loop van de dag groeit het aantal journalisten. Er wordt Frans en Engels gesproken. Twee keer komt de deken (de wethouder) van Lommel naar buiten om te vertellen dat er nog niets te vertellen valt. Buiten het hek wordt een lage witte tafel neergezet voor inwoners om bloemen neer te leggen. Dat is nogal een exercitie. De bloemenlegger moet zich eerst tussen de journalisten heen wringen. De bloemen neerleggen terwijl tientallen camera’s klikken, en dan vragen van journalisten beantwoorden danwel afwimpelen. Het is maar een enkeling die het durft.

Een vader op een bakfiets met twee meisjes komt langs. De meisjes hebben beiden een bosje tulpen. Ja, hij vindt het ook ver-schrik-ke-lijk, zegt de vader met tranen in de ogen. Hij kent veel kinderen van school, zijn kinderen zitten er ook op. Maar niemand weet nog om wie het precies gaat. Een oudere man zet met trillende handen een pot met roze bloemen op de tafel. In de loop van de middag en avond groeit de bloemenzee toch en worden er al kaarsen en knuffels langs gebracht.

In de verongelukte bus zaten negen Nederlandse kinderen, acht woonden in Lommel, zeven kinderen overleefden het ongeluk niet. Lommel-Kolonie (een dorp nabij Lommel) ligt bij Eindhoven, net over de grens. Er wonen veel Nederlanders. Harold Kuijken is nu 42 en woont er al vanaf zijn zestiende. Zijn ouders vonden het dorp destijds aantrekkelijk: meer ruimte om te wonen voor minder geld. Harold Kuijken heeft er nu zijn eigen bedrijf en wil er niet meer weg.

Het is een dorp met gewone mensen, zegt postbezorger Ferdinand van Engeland. Hij heeft de hele dag al maagpijn. Hij bracht gisteren de post rond op zijn brommer. Voortdurend werd hij aangesproken. „Het zal toch niet waar zijn?” Het is wel waar. Lommel is getroffen door een ramp.

In België is het heel normaal dat kinderen op de basisschool met de klas een week gaan skiën als ze in klas 6 (onze groep acht zitten).Ze noemen het ‘sneeuwklassen’. Dat deed ik ook, vertelt een mevrouw op straat. „Kinderen in groep 3 en 4 gaan al een of twee nachten op kamp.”

Oudere kinderen gaan ook met school op ‘bosklassen’. Dan gaan ze een aantal dagen kamperen in het bos. De zoon van Sjaak Monnens is nu 30 jaar, vertelt hij. Toen zijn zoon in klas zes zat van ’t Stekske, ging hij met dezelfde leraar die is verongelukt ook een week skiën. „De kinderen kijken daar al wekenlang naar uit.”

De kerk naast de school is open maar leeg. Gisteravond zou er een bezinningsavond zijn over „goed en kwaad”. Die is afgelast. Guido Wijdaeghe komt van de parochie van Lommel-centrum. Hij is daar voorzitter van de decanale ploeg. Lommel heeft tien parochies. De pastoors en andere betrokkenen zouden gistermiddag bij elkaar komen voor overleg. „We gaan zoveel mogelijk steun bieden”, zegt Guido Wijdaeghe. „Maar het wordt zwaar. Heel zwaar.”