Het rode hertenvolk had brede koppen

Ze zijn al dertig jaar geleden gevonden in China, maar nu pas op waarde geschat. Het gaat om 11.000 jaar oude resten van mensen, die afwijken van Homo sapiens.

„Mijn mond viel open van verbazing”, zegt paleontoloog Darren Curnoe. Zijn collega Ji Xueping had hem net een rotsbrok met daarin een menselijke schedel laten zien. Samen met wat ribben en andere botten lag de schedel al dertig jaar te verstoffen in de kelder van een Chinees onderzoeksinstituut. „Alleen het topje van het schedeldak stak boven het gesteente uit, maar we zagen al dat dit een belangrijke vondst was.” Gisteren publiceerden zij de beschrijving in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS ONE.

Een oliezoeker ontdekte de schedel in 1979. Hij was van een man die behoorde tot het ‘rode hertenvolk’, zo vernoemd naar de rode hertengrot (Maludong) waar archeologen in 1989 meer menselijke resten vonden, zoals kaken en tanden. Net als de schedel waren ze vergeten door de wetenschap. Ze lagen opgeslagen in een stadje bij de Vietnamese grens.

Curnoe en Xueping beschrijven de mensen van het rode hertenvolk als een mozaïek van oud en nieuw. Ze hadden geen wenkbrauwrichel en hun herseninhoud was maar iets kleiner dan die van vroege Homo sapiens. De grootste verschillen zitten hun gezicht, dat korter, breder en platter was dan het onze. Dat komt onder andere door hun opvallend grote jukbeenderen, die een flink eind naar buiten staken.

De fossielen zijn opvallend jong: maar 11.000 jaar oud. Rond deze tijd verspreidden ook de eerste rijstboeren zich over China, de voorouders van de huidige Chinezen. De grote vraag is of de rode hertenmensen ook moderne mensen waren. En zo nee, waar kwamen ze dan vandaan?

In het artikel noemen de paleontologen twee scenario’s: óf het waren vroege vertegenwoordigers van Homo sapiens, die zich vanuit Afrika in Azië hebben gevestigd, óf het zijn de nakomelingen van een veel oudere loot aan de menselijke stam, zoals de Neanderthalers. „Volgens ons wijst het bewijs licht in richting van een nieuwe evolutionaire lijn”, zegt Curnoe. „De anatomische verschillen met moderne mensen en de mensen die 150.000 jaar geleden in Afrika leefden, zijn erg groot. Maar we hebben bewust nog geen soortnaam op deze schedels geplakt, omdat we nog steeds geen goede definitie van Homo sapiens hebben.”

Paleontoloog John Hawks van de University of Wisconsin-Madison is het niet eens met die conclusies . „De schedelkenmerken van het rode hertenvolk zijn zeldzaam, maar niet uniek voor moderne mensen”, schrijft hij in een e-mail. „Dat we deze combinatie van kenmerken vinden in één individu is misschien ongewoon, maar ik denk niet dat deze schedels meer afwijken van levende Chinezen dan vroeg-Europese schedels van levende Europeanen verschillen. Deze resten zijn wellicht de stille getuigen van de genetische aardverschuiving die zich in de afgelopen 10.000 jaar heeft voltrokken, toen de landbouw zijn intrede deed en boeren zich over de wereld verspreidden.”

Chris Stringer, paleontoloog bij het Natural History Museum in Londen, wijst op een derde mogelijkheid. „Misschien ontstonden de oude schedelkenmerken toen moderne mensen zich vermengden met archaïsche volken. De mysterieuze Denisova-mensen zijn een goede kandidaat, zij vermengden zich in Zuid-Azië met de voorouders van aboriginals.”