Gaan de vergrijzers het onderwijs uithollen?

Het zijn studenten, dus we zullen hun berekening maar voor lief nemen: elke seconde stijgt de nationale studieschuld – de schuld die alle studenten samen hebben, met 10,46 euro. Dat staat op de ‘studieschuldteller’ die eergisteren door de studentenbeweging en een vakbond onthuld werd op de TU Delft.

Vanaf september, als nieuwe bezuinigingsmaatregelen ingaan, verdubbelt de aanwas van studieschuld per seconde met 19,69 euro. Het is een beeldende manier om een probleem zichtbaar te maken, ontleend aan de National Debt Clock zoals die sinds jaar en dag in Manhattan hangt. Studenten stellen zich dezer dagen teweer tegen het nieuwste plan van staatssecretaris Halbe Zijlstra, die de studiefinanciering wil laten vervallen bij de masteropleiding.

Menig babyboomer zal gegeneerd wegkijken bij de zoveelste maatregel die de discipline in het hoger onderwijs aantrekt en de studiefinanciering uitholt. Want terwijl niemand het ooit zo goed heeft gehad op de universiteit en hogeschool als zij, is het grosso modo deze generatie zelf die, nu aan de knoppen, het stelsel van toen systematisch afbreekt.

Er moet bezuinigd worden door de crisis. Maar er moest sowieso al zuinig aan gedaan worden om de overheidsfinanciën future-proof te maken. En dat laatste houdt rechtstreeks verband met de aanstormende vergrijzing van de babyboom-generatie zelf.

Groots is het studentenprotest nog niet. Misschien komt dat doordat veel studenten krap in de tijd zitten en een langstudeerdersboete willen vermijden. Zelfs een bescheiden Maagdenhuisbezettinkje is vandaag de dag een luxe die studenten zich steeds minder kunnen permitteren.

Niet om hier nu per se enkel een generatie conflict van te maken, maar het afschaffen van de financiering van de masteropleiding is een maatregel die zo ondoordacht is dat hij óf moet zijn verzonnen door ambtenaren en een bewindsman zonder fatsoenlijke opleiding, óf een levend pleidooi is voor het flink verbeteren van het onderwijs dat zij destijds genoten, in plaats van het uit te hollen.

Dat vooral de exacte studies vaak een tweejarige master hebben, en dus onevenredig zwaar worden getroffen, grenst aan het onvergeeflijke. Wat wil je nou? Dat studenten daar maar liever niet meer aan beginnen?

De OESO, de club van rijke industrielanden, presenteerde deze week toevallig een zeer aanschouwelijke grafiek. Op de x-as (voor Zijlstra: dat horizontale ding) staat het aandeel van natuurlijke hulpbronnen zoals olie of gas in het nationaal inkomen voor een groep geselecteerde landen. Op de y-as (voor Zijlstra: die staande streep) staan de wiskundeprestaties van scholieren, gemeten met het internationaal vergelijkende Pisa-onderzoek naar onderwijsprestaties.

Er blijkt, niet verrassend, een flinke negatieve correlatie te bestaan (hoe verder op het ding, hoe lager op de streep, Halbe). Hoe meer natuurlijke hulpbronnen, hoe lager het niveau, denk aan Saoedi-Arabië. Of, aan de andere kant, géén hulpbronnen, zeer hoog niveau. Denk aan Singapore.

Het fenomeen houdt verband met wat dertig jaar geleden de Dutch Disease werd genoemd: het ontdekken van grote hoeveelheden gas in Nederland leidde in de jaren daarvóór tot een fors groeiende welvaartsstaat en een snel teruglopende concurrentiekracht.

Misschien worden we wederom exemplarisch, met een nieuwe Hollandse Ziekte: het desinvesteren in onderwijs als financiering voor de vergijzing. Ironisch: uitgerekend het departement van Onderwijs lijkt het minst in staat te leren van zijn vele, vele fouten.

Maarten Schinkel