Freuds gevoel voor humor

Viggo Mortensen speelt Freud in de nieuwe film van David Cronenberg. Voor hem een atypische rol.

Peter de Bruijn

Filmrecensent

Acteur Viggo Mortensen (54) speelt Sigmund Freud in de nieuwe film van David Cronenberg, A Dangerous Method. Eerder speelde hij voor Cronenberg een ex-crimineel die een nieuw leven is begonnen in A History of Violence, en een undercoveragent in in Eastern Promises, een film over de Russische maffia.

Dit is uw derde film met Cronenberg. Waarom werkt u graag met hem?

„David is altijd extreem goed voorbereid en hij weet ongelofelijk veel. Hij kan ook heel goed werken met acteurs en dat kun je van de meeste regisseurs niet zeggen. Ondanks die extreem goede voorbereiding geeft hij acteurs veel vrijheid. Veel regisseurs voelen zich daar heel ongemakkelijk bij, David niet. Hij vindt dat juist prachtig.”

Uw eerdere rollen in zijn films hadden een sterk fysiek karakter, heel anders dan Freud. Maar voor al deze personages geldt dat ze extreem beheerst zijn, dat ze zelden hun ware gezicht laten zien.

„Dat klopt. In bijna alle films van David zie je een kloof tussen hoe mensen zich aan de wereld presenteren, en hoe ze in werkelijkheid zijn. Dat geldt ook voor Freud. Freud gebruikte woorden, soms heel veel woorden, om een deel van zichzelf verborgen te houden, hoewel de wetenschap waarmee hij zich bezighield, de psychoanalyse, juist was gericht op het blootleggen van geheimen. Hij was altijd zeer gereserveerd. Hij moest ook wel een zekere distantie behouden, als leider van de psychoanalytische beweging, maar ook simpelweg als dokter. Dat is niet per se negatief. Iedereen heeft geheimen, iedereen presenteert zichzelf op een bepaalde manier aan de wereld.”

Wat zouden Freuds geheimen geweest kunnen zijn?

„Dat zullen we natuurlijk nooit weten. Maar wat de film laat zien is dat ook mensen die buitengewoon intelligent waren, zoals Jung en Freud, zo intelligent zelfs dat ze op hun tijdgenoten als hoogst excentriek overkwamen, tegelijkertijd gewone menselijke eigenschappen hadden. Zowel Jung als Freud waren extreem ambitieus en competitief, ze konden jaloers zijn op elkaar. Ze waren bij vlagen ook onzeker, soms bijna paranoïde. Zelfs Freud.”

Hoe kreeg u grip op Freud als personage?

„Heel belangrijk was voor mij het besef dat Freud een groot gevoel voor humor had. Zijn gevoel voor ironie was fundamenteel voor wie hij was. Met zijn ironie kon hij mensen voor zich winnen. Maar hij gebruikte humor ook defensief. Zijn ironie kon bijtende trekjes aannemen als hij het gevoel had dat hij in een hoek werd gedrukt. Dat besef heeft me enorm geholpen als acteur. Ik ben niet gewend aan rollen met zoveel dialoog. Meestal speel ik rollen die juist heel fysiek zijn. Toen ik besefte dat Freud zichzelf niet voortdurend heel serieus nam, begon ik veel meer plezier te krijgen in de dialogen. Freud was een meester in de kunst van het converseren. Ik besefte dat ik de dialogen voor dezelfde doelen kon gebruiken als waarvoor ik in andere rollen mijn lichaam heb gebruikt: om te verleiden, om me te verdedigen of juist om aan te vallen. Dat functioneert eigenlijk op precies dezelfde wijze.”

U laat soms een grote kloof ontstaan tussen wat u zegt en uw lichamelijke expressie, zoals uw gezichtsuitdrukking.

„Ja. Dan is het heel belangrijk om met een regisseur te werken die oog heeft voor al die kleine gebaren en details die juist in tegenspraak zijn met wat er wordt gezegd. ”

Klopt het dat u in de film hetzelfde merk sigaren rookt als Freud?

„Daar heb ik me wel in verdiept, ja. Freud rookte het liefst Cubaanse sigaren, al kon hij daar niet altijd aan komen. Maar meestal had hij wel een voorraadje, omdat zijn vrienden van over de hele wereld sigaren meenamen.”

Was er ooit sprake van dat u Jung zou spelen?

„Toen David het idee voor de film voor het eerst ter sprake bracht, heb ik dat wel voorgesteld. Fysiek zou dat meer voor de hand liggen. Maar voor hem stond meteen vast dat het Freud moest zijn. In eerste instantie kon ik niet, wegens verplichtingen die ik eerder was aangegaan. Toen heeft hij Christoph Waltz gecast. Maar nadat Waltz de Oscar had gekregen voor Inglourious Basterds, trok hij zich ineens terug om een grote studiofilm te doen. David zat plotseling zonder Freud. Toen heeft hij me opnieuw gebeld. In die periode had ik wel tijd en dus eigenlijk ook geen excuus meer, behalve mijn eigen onzekerheid of ik de rol wel zou kunnen spelen. Met een andere regisseur had ik het waarschijnlijk niet gedaan. Maar een andere regisseur was ook nooit op het idee gekomen om uitgerekend mij te vragen.”

Bent u door de film freudiaan geworden?

„Niet echt. Ik had altijd al veel sympathie voor Freuds streven om de dingen bij hun naam te noemen en niet te onderdrukken, of het nu gaat om seksualiteit, of wat dan ook. Freud hield zijn patiënten altijd voor dat hij ze weliswaar kon helpen, maar dat hij ze niet kon genezen. Dat zijn twee heel verschillende zaken. Jung was er wel van overtuigd dat hij mensen compleet kon genezen, dat hij de problemen echt kon oplossen. Freud geloofde daar niet in. Voor Freud bestonden er geen permanente, definitieve oplossingen. Ik ben helemaal niet anti-Jung. Integendeel, veel van Jungs ideeën vind ik fascinerend. Maar op dit punt heb ik meer sympathie voor Freud.”