Exotisch winkelmandje

Nederland, Amsterdam, 04-03-12 Renske de Greef en Marcel van Roosmalen. © Foto Merlin Daleman

Hij draagt een overhemd en een kaki broek. Zijn blik in de lens is ongenaakbaar, met ergens een lichte zweem van verbazing. Op de achtergrond herken je Afrika aan dor, geel gras en kale struiken. In zijn ene hand heeft hij een mes, in de andere een olifantenstaart.

De jongen is de zoon van Donald Trump. Hij en zijn broer gingen op een jachtsafari in Zimbabwe en schoten een olifant, een krokodil, een koedoe, een civetkat en een waterbok. Hoewel de foto’s veel verontwaardiging hebben veroorzaakt, houden de zoons vol dat ze niets verkeerd hebben gedaan: ze hebben zich aan alle regels gehouden. En daarbij was de lokale bevolking heel blij met ze: zij kregen het vlees, en dat eten ze normaal niet erg vaak.

Ik ben steeds weer verbaasd dat het inderdaad zo is: je kunt elk beest schieten dat je maar wilt. Toen ik een poosje in Tanzania woonde, werd ik bevriend met een jongen die een opleiding had gevolgd op een Wildlife School. Hij was een tijdlang gids geweest voor groepen mensen, meestal rijke Russen, die speciaal naar Tanzania kwamen om de Big Five te schieten: de olifant, leeuw, luipaard, buffel en de zwarte neushoorn. Alleen de neushoorn was niet meer mogelijk, vertelde hij. Legaal, tenminste. Op de eerste dag schoot de groep altijd de buffel, die ze vervolgens als lokaas gebruikten voor de leeuw. De Russen konden er ook voor kiezen om hun geschoten trofeeën mee naar huis te nemen. Ik zag dan Russische huiskamers voor me, vol dikke tapijten en antieke spiegels, waar in de hoek links een opgezette leeuw zou staan. Zijn woest opengesperde bek diende nu als een asbak. Een keer per week werden zijn stugge rug en manen schoongemaakt met een kruimeldief.

Het blijft surrealistisch: er zijn prijslijsten waar elk dier op staat aangegeven, alsof je een exotisch winkelmandje vollaadt: 33.000 dollar voor een olifant, 8.700 voor een nijlpaard, witte neushoorn ‘price on application’ en voor 325 pak je zo een wrattenzwijn mee. Bij de leeuw is er de categorie: ‘lion decent size’, maar zijn er ook twee buitencategorieën: ‘lion big mane’ en ‘lion exceptional’, die allebei meer kosten. (Wat toch vragen oproept: hoe uit zich een exceptionele leeuw? En wie mag uiteindelijk beslissen of een leeuw bijzonder is, of toch eigenlijk maar gemiddeld?)

Wat ook opvalt zijn de esthetische mores bij de trophy shots: het geschoten dier wordt steeds op eenzelfde manier gepositioneerd: alsof hij er sereen en kalm bij zit. De poten netjes naast zijn lijf, de neus het liefst steunend op de grond, zodat zijn nek mooi gebogen is. Op sommige foto’s trekt de trots grijnzende jager het leeuwenhoofd van achter aan zijn manen omhoog, alsof ook de leeuw graag in de camera kijkt.

Nergens is bloed te zien.

Renske de Greef en Marcel van Roosmalen wisselen elkaar dagelijks af als columnist