'Eigenlijk zitten VVD en SGP heel dicht bij elkaar'

Den Haag, 07-05-2010. Kees van der Staaij, lijsttrekker SGP. Foto Leo van Velzen NrcHb.

De aanleiding

Premier Mark Rutte (VVD) sprak zaterdag op de jongerendag van de conservatief-christelijke partij SGP in Utrecht. Hij benadrukte daar de overeenkomsten tussen de VVD en de SGP: „Over het overgrote aantal van de onderwerpen die in de politiek spelen zijn we het eens”, zei hij. Steun van de SGP kan de regering, en gedoogpartner PVV, in de Eerste Kamer aan een meerderheid helpen.

Rutte’s woorden haalden NRC Handelsblad, Trouw en Het Parool en de sites van onder meer NOS, Volkskrant en NU.nl. Op Twitter stroomden de verbaasde reacties binnen. Zijn de conservatief-christelijke SGP en de liberale VVD het inderdaad voor het overgrote deel met elkaar eens? nrc.next checkt.

Interpretaties

Volgens Rutte verschillen de partijen voornamelijk „op het terrein van de immateriële thema’s” van mening. Met betrekking tot de „grote vragen” zitten de partijen „eigenlijk altijd heel dicht bij elkaar.” Rutte somt die vragen op: „Hoe zorgen we dat het veilig is op de straat? Hoe krijg je een fatsoenlijk migratiebeleid? Hoe zorg ik ervoor dat de kas op orde is?” En: „We zijn allebei voor een kleine, krachtige overheid. We zijn voor een fatsoenlijke sociale zekerheid.” Volgens Rutte zijn de SGP en de VVD het dus vooral over die vijf onderwerpen met elkaar eens: kleine overheid, overheidsfinanciën, sociale zekerheid, veiligheid en immigratie.

De standpunten van de VVD en de SGP zijn het meest gedetailleerd weergegeven in de verkiezingsprogramma’s. De programma’s uit 2010 tellen respectievelijk 42 en 70 pagina’s. Een een-op-eenvergelijking is vanwege verschillen in opbouw en nadruk lastig, maar het is wel mogelijk na te gaan in hoeverre de partijen op één lijn liggen.

En, klopt het?

Ideologisch gezien verschillen de partijen sterk. De SGP pleit voor een „theocratische politiek”, de VVD voor scheiding van kerk en staat. In haar verkiezingsprogramma benadrukt de VVD bovendien dat liberalen „niet naar de groep, maar naar het individu kijken”, terwijl de SGP juist waarschuwt voor „toenemend individualisme”. Deze basale verschillen vertalen zich naar verschillende standpunten over, bijvoorbeeld, homoseksualiteit, abortus en euthanasie; ‘immateriële’ kwesties, volgens Rutte.

Op de vijf door Rutte aangehaalde gebieden – kleine overheid, overheidsfinanciën, sociale zekerheid, immigratie, en veiligheid – staan de partijen wél dicht bij elkaar. Beide pleiten voor een kleine overheid, en beide willen flink bezuinigen: de VVD 30 miljard, de SGP 29 miljard. De partijen spreken zich uit tegen belastingverhoging. In de woorden van de SGP: „Niet meer belasten, wel snoeien in het woud van subsidies en regelingen”. Beide willen „het verschil tussen loon en uitkering” vergroten, de duur van de WW-uitkering inkorten en de levensloopregeling afschaffen. De pensioenleeftijd moet volgens beide partijen omhoog naar 67.

Zowel VVD als SGP is voor een strenger immigratiebeleid, een eigen bijdrage voor de inburgeringsopleidingen en harde sancties op het niet deelnemen aan, of zakken voor, het inburgeringsexamen. Wat betreft veiligheid is de VVD vóór een nationale politie, en de SGP tegen. Maar beide zijn voor sneller en strenger straffen, en het verhalen van schade op ouders van minderjarige misdadigers.

Andere verschillen: op het gebied van sociale zekerheid wil de SGP de subsidie voor kinderopvang afschaffen. De partij van Rutte pleit vóór subsidie, opdat „gezinszorg en carrière kunnen samengaan”. De SGP wil het eenverdienersgezin in ere herstellen, de VVD ziet het liefst twee ouders met een loopbaan. Ook ontwikkelingshulp (overheidsfinanciën) is een twistpunt: de VVD wil het budget halveren, de SGP wil niet minder geven. En dan is er de koopzondag: voor de VVD een kwestie van ondernemerschap, volgens de woordvoerder van de SGP „een immateriële kwestie”.

Conclusie

Dat de VVD en de SGP het over het „overgrote aantal van de onderwerpen die in de politiek spelen” met elkaar eens zijn, is evident onjuist. De partijen staan op enkele principiële punten lijnrecht tegenover elkaar, zoals scheiding van kerk en staat, homoseksualiteit, euthanasie en abortus. Rutte nuanceert zijn bewering echter met de toevoeging van wat hij de „grote vragen” noemt: kleine overheid, overheidsfinanciën, sociale zekerheid, veiligheid en immigratie. Ook binnen deze onderwerpen bestaan meningsverschillen, bijvoorbeeld over ontwikkelingshulp, kinderopvang, een nationale politie en de koopzondag, maar die nemen niet weg dat de partijprogramma’s voor het grootste deel in elkaars verlengde liggen. Zowel SGP als VVD pleit voor een kleinere overheid, tussen de 29 en 30 miljard aan bezuinigingen, geen belastingverhogingen, een lagere WW-uitkering, een hogere AOW-leeftijd, strengere regels voor migranten en hogere en snellere straffen. Op deze onderwerpen zitten de partijen dus inderdaad „eigenlijk altijd heel dicht bij elkaar”. We beoordelen de bewering daarom als waar.