Een bus was juist altijd zo veilig

Er vallen relatief weinig doden door busongelukken. Ook het aantal ernstige ongevallen in tunnels is laag. Toch ging het fout in Zwitserland.

Verslaggever

Rotterdam. De bus geldt, samen met het vliegtuig, statistisch als een veilig vervoermiddel. Er vallen relatief weinig doden per gereisde kilometer. Zo vielen er in Nederland in 2010 640 verkeersdoden, en daarvan slechts één in een bus. In de jaren daarvoor schommelde het aantal busdoden tussen 0 en 3.

Toch doen zich elk jaar in Europa veel ernstige busongevallen voor. Dinsdagavond was het weer zo ver: 28 mensen kwamen om toen een touringcar van het bedrijf Toptours uit Aarschot tegen een muur van een Zwitserse tunnel reed.

De politie ter plaatse zei gisteren dat de bus zo goed als nieuw was, en uitgerust met veiligheidsgordels. In de tunnel geldt een snelheidslimiet van 100 kilometer per uur. De firma Toptours heeft een uitstekende reputatie, zei de Belgische staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet gisteren.

Het vervoer per touringcar is gehouden aan vele Europese veiligheidsvoorschriften, zo meldt de Stichting Bus, een samenwerkingsverband met onder meer Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV). Moderne touringcars, zoals vermoedelijk ook de verongelukte, beschikken over een antiblokkeersysteem dat blokkerende wielen corrigeert en een kooiconstructie die de klap van een botsing tot op zekere hoogte moet kunnen dragen.

Ook hebben moderne touringcars, dat wil zeggen sinds 1999, op alle plaatsen gordels. De passagiers zijn verplicht die te dragen. De busonderneming of de chauffeur moet zorg dragen voor een instructie bij het dragen van de gordel. „Maar als je met 100 kilometer tegen een muur klapt, dan helpt ook een gordel niet. De impact van zo’n klap is heel erg groot”, zegt Nico Zethof, manager Stichting Bus en secretaris van de Stichting Keurmerk Touringcarbedrijf.

Chauffeurs zijn verplicht zich aan rijtijden te houden. Zij mogen maximaal vijftien uur per etmaal werken, en daarvan mogen ze 4,5 uur aaneengesloten achter het stuur zitten. Op de verongelukte bus zaten twee chauffeurs.

De veiligheid van de 2.460 meter lange Zwitserse autowegtunnel in de A9 in Sierre geldt als „goed”, bleek uit de laatst gehouden vergelijking, zeven jaar geleden, van 49 Europese tunnels, uitgevoerd door de ANWB en zusterinstellingen in andere landen. De veiligheid in de tunnel was niet „zeer goed” maar scoorde wel hoger dan „voldoende”. Eén van de acht aspecten werd tijdens de test als „slecht” beoordeeld: het calamiteitenmanagement. De tunnel telt twee tunnelbuizen en heeft na elke 600 meter een pechhaven, en nooduitgangen na elke 300 meter.

In tunnels zijn de gevolgen van een ongeval dikwijls groter dan elders, stelt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Maar of ongevallen ook vaker in tunnels gebeuren dan op open wegvakken, is lastig te stellen. Tunnels beslaan in Nederland nog geen half procent van de totale lengte aan snelwegen, het aantal ernstige ongevallen bedraagt in tunnels 1 procent van het totaal.

Er zijn „extra risicofactoren” zoals: „De nabijheid van de tunnelwand, de tunnelhelling, beperkte zichtafstanden, in- en uitvoegstroken in of dichtbij de tunnel en grote lichtverschillen bij de in- en uitgang.”

Bij sommige weggebruikers roepen tunnels „angstgevoelens” op, en die vergroten de onveiligheid. Dus, aldus de SWOV: leg vluchtstroken aan, beperk hellingpercentages om snelheidsverschillen te voorkomen, zorg voor verlichting en vermijd in- en uitvoegstroken.