Durfallen

De architectuur van onze steden heeft „een hoog truttigheidsgehalte”. Dat zegt minister Melanie Schultz (Infrastructuur en Milieu) in een interview met Architectenweb. „Als ik kijk naar de uitleglocaties van de afgelopen vijftig jaar, dan vind ik dat er in de architectuur weinig durf zit. Het is veel van hetzelfde.”

Mooi beroep, minister. Met de voetjes omhoog door een halve eeuw architectuurgeschiedenis bladeren, en dan een viltstift pakken: TRUTTIG!

Bij truttig denk ik aan kabouterhuisjes en bloemetjesbehang. Is dat de afgelopen tijd gebouwd? Eerder het tegendeel. Een meedogenloos brute mode heeft elke versiering uit de steden gevaagd. Het IJspaleis in Den Haag of de ministerietorens, zijn die truttig? Steriel, kil, sfeerloos, totalitair, dat zeker, maar truttig? De fantasieloze glasbakken van het Achmeagebouw in Leiden: zijn die truttig?

Schultz noemt wat niet-truttige projecten: de voormalige haven van Rotterdam – een soort Montevideo aan de Maas, met stalen wolkenkrabbers – en de drijvende stapelblokwoningen bij IJburg. Stilistisch verschillen die voorbeelden niet wezenlijk van andere moderne architectuur. Het verschil is dat het spektakelstukken zijn, ambitieuze stunts waar bestuurders mee kunnen pronken. Dat is dus durf. Elke bestuurder wil prestigieuze monumenten achterlaten. Dictators laten zich ook graag boven maquettes fotograferen.

Om durfallen meer kans te geven, pleit Schultz voor meer particuliere bouwprojecten, minder regeltjes. Dat belooft wat. Iedereen een kaveltje grond en laat de stuntarchitecten zich maar lekker uitleven. Alsof dit land nog niet verrommeld genoeg is.

Schultz veinst zich te bekommeren om de vormgeving van onze steden maar maakt beleid dat die juist verandert in grillige jungles van gedurfde bouwwerken, en kille windtunnels buiten de prestigetorens.

Er is onderzocht waar mensen het liefst in wonen: in huizen zoals elk kind ze tekent, met een puntdak en een schoorsteen. Het liefst met witte kozijnen. Truttig? Vast, maar moeten we daarom maar in een conceptueel retegedurfde glastoren gaan wonen?

Er is juist behoefte aan architecten die hun vernieuwingsdrift temperen, die zich schikken naar bescheiden maten, organische verhoudingen, vriendelijke kleuren. De beste bouwmeesters paren hun genie aan temperantia, de klassieke deugd van zelfbeheersing. Durf dat maar eens.