Disfunctionele familie

De ontslagbrief van Goldman Sachs’ executive director Greg Smith in de New York Times gisteren is schokkend. Smith beschrijft een „giftige” en „destructieve” cultuur waarin de belangen van de klant volstrekt ondergeschikt zijn aan die van de bank – het lijkt allemaal precies zo erg bij „Goldman” als mensen beweerden. Laten we deze klant leegzuigen

De ontslagbrief van Goldman Sachs’ executive director Greg Smith in de New York Times gisteren is schokkend. Smith beschrijft een „giftige” en „destructieve” cultuur waarin de belangen van de klant volstrekt ondergeschikt zijn aan die van de bank – het lijkt allemaal precies zo erg bij „Goldman” als mensen beweerden.

Laten we deze klant leegzuigen

Maar wacht eens even. Is Goldman heus de enige zakenbank waar klanten „muppets” heten wiens „ogen eruit geplukt moeten worden”? Los daarvan: klanten zijn niet de enigen die worden uitgebuit door zakenbanken. Hun eigen werknemers worden net zo behandeld. Zakenbanken hebben ruwweg twee poten: de financiële markten waar Greg Smith werkte en ‘dealmaking’, bijvoorbeeld fusies & overnames (mergers & acquisitions, of M&A). Luister eens naar deze jonge M&A-zakenbankier bij een grote bank: „Er bestaat zo’n beeld dat zakenbankiers, vooral in het prestigieuze M&A, heel verfijnd en beschaafd zijn. Maar ik hoor vaak dingen als „laten we deze klant leegzuigen”. Als we een pitch of een potentieel project bespraken met ons team, was negen van de tien keer de eerste vraag: hoe gaan we hier geld aan verdienen? Ik snap dat banken geld moeten verdienen, maar hoe kun je jezelf beschouwen als trusted adviser als je constant eerst aan je eigen vergoeding denkt?” Of deze Risk & Compliance-officer bij een andere grote bank: „Ik weet nog hoe ik in de eerste week een van de structured products-mensen sprak. Hij verkocht zogeheten PFI-deals, waarbij lokale overheden met een ingewikkeld financieel instrument bijvoorbeeld een ziekenhuis financieren. Ik vroeg wat zo’n lokale overheid nou heeft aan dat instrument. Hij keek me verbijsterd aan en zei: „Ben jij een socialist ofzo?”

Het stuk van de Goldman-klokkenluider gaat uiteindelijk over gebrek aan loyaliteit bij de bank voor de klant. Dat woord ‘loyaliteit’ komt vaak langs in mijn gesprekken met mensen in de financiële sector, maar bijna altijd in relatie tot hun eigen bank. Zoals een hoofd marketing bij een middelgrote bank: „Iedereen kan hier ieder moment zijn baan verliezen. Het ene moment werk je met iemand aan een project, het volgende moment ben je aan het huggen omdat die ander zojuist is ontslagen en nu door de beveiliging het gebouw wordt uitgeleid.” Want zo gaat het in de City. Letterlijk binnen vijf minuten kun je op de stoep staan.

Eigenlijk heeft bijna iedereen in de financiële sector wel een horror-ontslagverhaal. Deze bankier kreeg laatst ‘het telefoontje’. Met de wijsheid van nu zegt ze: „Ik ben wat al te trouw geweest aan mijn ‘disfunctionele familie’, zoals ik mijn bank altijd noemde. Ik verdiende tachtigduizend pond plus bonus – hoewel die bonus de laatste jaren verwaarloosbaar was. Ik had veel meer kunnen verdienen als ik had gedaan wat velen doen: iedere twee jaar van baan wisselen. Afgelopen zomer heb ik een gave baan laten lopen, omdat ik toegewijd was aan mijn bank. Die fout maak ik niet meer.”

Is het raar wanneer mensen die zo worden gebruikt door hun werkgever, dit weer doorgeven aan hun klanten?