De ‘nanny’ van Obama was een man

De ‘nanny’ uit de jonge jaren van Barack Obama is een vrouw in een mannenlijf. Na een leven vol tegenslagen ziet hij met trots terug op zijn periode van hulp in het gezin van de latere president.

Turdi, de voormalige hulp in het huis waar de jonge Barack Obama opgroeide, woont nog altijd in Jakarta. Hij is inmiddels 66 jaar oud maar heeft nooit meer contact gehad met de president. Foto AFP

Turdi wijst naar het beroemdste huis van de koloniale wijk Menteng in Jakarta. „Het is nog precies hetzelfde, alleen staan er meer planten”, zegt hij. In dit witte paviljoen, met zijn typisch Nederlandse dakpannen, woonde eind jaren zestig Barack Obama met zijn familie.

Turdi was hun kok. Rustig loopt hij door de straat, herinneringen ophalend. Hij is een oudere man, maar heeft de maniertjes van een dame op leeftijd. Met zijn oorbellen, zijn halflange geverfde haar, zijn wiegende manier van lopen. Als hij praat, gebruikt hij zijn handen en spert hij zijn ogen wijd open om woorden kracht bij te zetten. Turdi is een banci (spreek uit ‘bantsjie’), zoals hij zelf zegt: „een vrouwenziel in een mannenlichaam”. Zijn huidige buurtgenoten noemen hem Zus Evie.

Al sinds zijn kleutertijd op het platteland van Centraal-Java voelde Turdi (66) zich een vrouw. Het liefst hielp hij met koken. „Ik gedroeg me als een klein meisje. Iedereen wist het”, zegt hij. Maar naar goed Javaans gebruik werd er niet over gesproken. Tot hij naar Jakarta vertrok, kleedde hij zich uitsluitend als man. Pas veel later zou hij met gepermanent haar tot zijn billen in zijn oude dorp verschijnen. Toen zijn moeder niet met hem wilde praten, knipte hij het af. Ze hebben het nooit meer over zijn geaardheid gehad.

Via via werd Turdi in 1969 aangenomen door Ann Dunham en Lolo Soetoro, de moeder van Obama en haar man. De kleine Obama was een fan van zijn ossenstaartsoep, herinnert hij zich.

Turdi werd al snel het belangrijkste lid van het huispersoneel. Hij kocht beha’s voor Ibu Annie, zoals hij Obama’s moeder noemde. Hij liet haar pruik wassen bij de kapper, haalde kleine Barry van school.

Het was een druk huishouden, waarin Dunham en haar man veel weg waren. Dunham was vriendelijk maar afstandelijk, Soetoro kon flink boos worden, zegt Turdi. Hij loopt langs de rivier vlakbij het huis, waar de Amerikaanse president vroeger voetbalde met kinderen uit de kampong ernaast. „Als hij won, riepen ze hem na: Barry negro, Barry negro”, zegt Turdi. „Hij werd dan niet boos of verdrietig, maar ging gewoon naar huis.”

Hoewel hij zich in die tijd als man presenteerde, wist de hele buurt dat hij een banci was, zegt Turdi. Als hij naar de markt ging, tutte hij zich op met armbanden en kettingen. Ook Obama’s moeder moet het volgens hem hebben geweten. Zij moedigde hem aan om lang haar te dragen. Ook Barry heeft hem wel eens met oorbellen gezien, denkt hij. Ze hebben er nooit over gepraat.

Transgenders zijn in Indonesië een gewoon gezicht. In het islamitische land zijn zij de enigen die in minirok en hotpants de straat op gaan. Gewapend met een draagbare luidspreker gaan ze langs de deuren om voor een paar eurocent karaokeliedjes te zingen. Ze werken in haarsalons, waar ze bruidjes met een dikke laag make-up en nephaar transformeren tot Javaanse prinsessen. Enkele Bekende Indonesiërs zijn transseksueel, zoals talkshowpresentatrice Dorce Gamalama.

Maar de acceptatie heeft een grens. Ze zijn sinds een paar jaar doelwit van islamitische knokploegen, die schoonheidsverkiezingen voor transgenders met geweld hebben verstoord. Hun familie wil soms niets van ze weten, een normale baan zit er voor transgenders niet in. Veel banci belanden vroeg of laat in de prostitutie.

Turdi ook. Toen hij na twee jaar vertrok bij de familie van Obama, raakte hij verstrikt in liefdesproblemen. Om zijn gebroken hart te vergeten, doste hij zich uit als drag queen en probeerde hij zoveel mogelijk mannen te verleiden, zegt hij.

Het was een moeilijke tijd. Bijna elke avond moest hij op de vlucht voor de politie, die de prostituees opborg in heropvoedingscentra waar Turdi moest leren naaien of haar knippen. Een keer schoren ze zijn lange haardos helemaal af, zodat hij kaal was.

Het keerpunt kwam toen twee vriendinnen tijdens zo’n vlucht in een kanaal belandden en verdronken. Toen hij hun opgezwollen lichaam zag, besloot hij dat hij niet zo wilde doodgaan. „Ik bad tot Allah: laat de oude Turdi terugkomen. En dat is gelukkig gebeurd.”

Het is alleen maar gevaarlijker geworden om een banci te zijn, zegt Turdi. Voor prostituees is de sfeer grimmiger, er is meer criminaliteit. Hij kan het weten. Nog altijd woont hij tussen de banci’s, in een huis waar sinds vroeger veel transseksuelen wonen. Turdi huurt daar voor 12 euro per maand een betonnen hok van 6 vierkante meter, waar hij zich slapend maar nét kan uitstrekken.

Op de trap verschijnt een van zijn buren. Met haar dikke laag make-up, netpanty en ultrakorte broekje valt ze uit de toon in deze doodnormale kampong in Jakarta, maar de buurvrouwen met hoofddoek kijken niet op of om. Veel van zijn buren zingen karaoke om geld te verdienen, zegt Turdi zachtjes. Twee zijn prostituee.

Die tijden zijn voor Turdi voorbij. Hij verdient geld met het wassen van de kleren van zijn buren, al wordt hij nu weggeconcurreerd door nieuwe wasserettes. Sinds 1985 heeft hij geen amoureuze escapades gehad, maar hij voelt zich niet eenzaam. „Ik ben eraan gewend.”

En nu geniet hij van alle aandacht, die hij krijgt als ‘nanny’ van Obama, al heeft hij hem naderhand nooit meer ontmoet. Maar als hij denkt aan hoe hij werkte voor de machtigste man ter wereld, voelt hij zich hartstikke trots.