De mens dresseren tot een wilde wolf

Regisseur Alvis Hermanis brengt in zijn regie van Ruf der Wildnis honden op het podium van de Amsterdamse schouwburg. Ze beschikken over een naturel waar acteurs jaloers op zijn.

De hondenbezitters en hun dieren in ‘Ruf der Wildnis’ Foto Andreas Pohlmann

Honden zijn vrolijke toneelspelers. Kwispelend komen ze op. Op het podium kiezen ze meteen hun bank, of liever: de bank van hun baas.

Honden zijn de hoofdrolspelers in de theatervoorstelling Ruf der Wildnis door de Münchner Kammerspiele. Ze hebben namen als Jessy, Karlotta en een witte poedel heet Prinz Poldi. Nadat de zes honden elk op hun eigen sofa zijn gesprongen en zich daar nestelen, komen hun bazen en bazinnen op. Zij zijn leden van het vooraanstaande ensemble van de Kammerspiele. Hond en baas: daarover gaat deze Beierse versie van de roman The Call of the Wild (1903) van de Amerikaanse avonturier en romanschrijver Jack London.

In het kielzog van het festival Brandhaarden dat vandaag in de Amsterdamse Stadsschouwburg begint, komen ook de honden naar Amsterdam. Intendant Johan Simons heeft meteen bij zijn aantreden in München in 2010 de Letse regisseur Alvis Hermanis (1965) aangesteld. Zijn regies bezitten dezelfde realistische rauwheid die ook Simons’ werk kenmerkt.

Het boek van London, over de sledehond Buck die zich in Alaska aansluit bij een roedel wolven, dient slechts ter inspiratie. Volgens een Baltische legende veranderen mensen ’s nachts in wolven. „Letten associëren wolven niet met iets negatiefs”, zegt Hermanis in een interview voor de Kammerspiele. „Het is juist een teken van kracht en magie dat mensen een dubbelleven kunnen leiden: overdag mens, ’s nachts een wolf.”

Tijdens de voorstelling van de Kammerspiele in München is de zaal vol aandacht, zowel voor de honden als voor de acteurs. Hermanis wil met zijn regie de „mens dichter naar de natuur brengen”. De geestige paradox van zijn regie is dat de honden volkomen gedomesticeerd zijn. Het zijn allesbehalve ruige wolfshonden.

De acteurs kregen opdracht zes hondenbezitters te interviewen over hun band met het huisdier. Dat leidde tot zes monologen, gebaseerd op deze verhalen, waarin veel leed en eenzaamheid aan de orde komt: mensen nemen een hond omdat ze ergens in hun leven teleurgesteld zijn geraakt.

Een acteur zegt dat hij „nooit zonder een hond heeft geleefd”. Hij is een wat slonzige man van middelbare leeftijd. Een vrouw vertelt haar tragische levensverhaal: haar kind werd dodelijk aangereden door een vrachtwagen. Haar hond heeft haar gered van bodemloos verdriet.

Sledehond Buck transformeert tot wolf omdat hij de roep van de wildernis niet kan weerstaan. Zo ondergaan ook de acteurs een metamorfose: ze worden hun hond. Het kapsel van de poedelbezitster begint te krullen en de gezichtsexpressie van de eigenaar van Jessy, een golden retriever, vertoont overeenkomsten met zijn geliefde dier. Een heftige scène is die waarin de Vlaamse acteur Benny Claessens, die de wolvenman vertegenwoordigt, wordt gedresseerd tot gehoorzame hond. Het gaat er hard aan toe.

Het lijkt erop dat de wolf voorgoed uit de hond is verjaagd. Maar Hermanis geeft een schitterende dramatische wending aan het toneelstuk. Opeens gaat actrice Annette Paulmann ongelooflijk tekeer. Ze citeert uit The Call of the Wild de passage over momenten van extase in het leven die altijd onverwacht komen. Ondertussen trekt ze de sofa aan flarden, waarop ze haar leven sleet met hond Karlotta. Haar monoloog ontaardt in een lange waanzinaria over de vergeefsheid van haar leven, over de verstikkende huiselijkheid van haar bestaan. De bank staat daarvoor symbool. Eerst gaat de bekleding eraan, dan vliegt het houten staketsel door de lucht en tot slot dwarrelen witte bolletjes piepschuim boven het podium.

De aanvankelijk keurige huisvrouw ontaardt in een wild dier. Haar handeling is de opmaat voor een enorme chaos die de hondenbezitters veroorzaken. De dieren zelf kijken er niet van op. Ze houden scherp het zijtoneel in de gaten waar de dresseur klaar staat met brokjes.

Het is niet voor het eerst dat honden het podium van de Stadsschouwburg bevolken. In september 1986 liet Wim T. Schippers zes herdershonden optreden in Going to the Dogs en in 2003 liet choreograaf Alain Platel in Wolf een meute honden los op het podium. In Ruf der Wildnis beschikken ze over een naturel waar acteurs wel eens jaloers op zijn.

Het verlangen naar woestheid vangt Hermanis in het prachtige slotbeeld van Ruf der Wildnis. Acteur Claessens schuift een wolvenmasker voor zijn gelaat. Met fonkelende ogen blikt hij de zaal in. Deze scène drukt uit wat Jack London schrijft over de roep van de wildernis, die in Buck een „wild verlangen” en een „gelukkig smachten” losmaakt. Ondertussen scharen de honden zich om hem heen. De transformatie is volmaakt: de mens is een wolf geworden. De wilde natuur heeft het van de beschaving gewonnen.

Festival Brandhaarden: ‘Ruf der Wildnis’ door Münchner Kammerspiele. Nederlandse première. Stadsschouwburg, Amsterdam, 19/3. Inl: ssba.nl; 020-6242311