Basisschool 't Stekske in Lommel is vandaag weer open voor de kinderen

Basisschool ’t Stekske in Lommel-Kolonie was vanmorgen open. De zoon van Willem-Jan Schampers ging naar school. Hij zit in klas 5. De kinderen van klas 6 (onze groep 8) van ’t Stekske zaten in de rampbus die in een Zwitserse tunnel verongelukte. 15 kinderen en twee begeleiders van het ’t Stekske overleefden het niet.

De ouders mochten de school niet in. Willem-Jan Schampers snapt dat wel. Dan wordt het drama ín de school alleen maar groter. De kinderen werden opgevangen door leraren en deskundigen. Er zijn geen lessen.

De hekken rond de school zijn nog steeds dicht. De donkerrode gordijnen ook. Voor het hek staat sinds gistermiddag een lage witte tafel. Inwoners van Lommel leggen daar bloemen, kaarsen en knuffels op. Veel kindertekeningen. Een hart: ‘Sterkte voor iedereen.’

Medeleven betuigen is nogal een exercitie. De bloemenlegger moet zich eerst langs de journalisten heen wringen, de bloemen neerleggen terwijl tientallen camera’s klikken en dan vragen van journalisten beantwoorden, danwel afwimpelen. Niet iedereen durft, maar de bloemenzee groeit toch gestaag.

Een vader met een bakfiets en twee meisjes komt langs. De meisjes hebben allebei een bosje tulpen. Ja, hij vindt het ook ver-schrik-ke-lijk, zegt de vader met tranen in zijn ogen. Zijn kinderen zitten op de school, hij kent veel andere kinderen.

Een oudere man zet met trillende handen een pot met roze bloemen op de tafel.

De twee dochters (13 en 15) van Willem-Jan Schampers zaten ook op ’t Stekske. Fijne school, vindt Schampers. Een echte buurtschool. Vrijwel alle kinderen uit Lommel-Kolonie gaan er naar toe. Veel kinderen zijn Nederlands. Lommel-Kolonie ligt net over de grens bij Eindhoven. Dat gaat heel goed samen, zegt Schampers.

De school eist wat meer discipline van de kinderen dan de meeste scholen in Nederland, denkt Schampers. „Maar dat geldt voor vrijwel alle Belgische scholen.” De kinderen staan ’s morgens voordat ze de school ingaan, in de rij. En na schooltijd rent niemand zomaar het schoolplein af. De leraren worden niet bij hun voornaam genoemd, maar heten meester en juffrouw. Zijn zoon is een druk ventje, maar op school houdt hij zich aan de regels. „Dat hoort er gewoon bij”, zegt Schampers.

Die discipline herkent Piet Kuijken. Nederlandse kinderen blijven mondiger, zegt hij. Ook al wonen ze in België en zitten ze op ’t Stekske. Achttien jaar lang was hij jeugdtrainer op de voetbalvereniging. Eerst trainde hij de dertien en veertienjarigen, daarna de kleintjes van zes en zeven. Vorig jaar is hij gestopt. Hij kent veel kinderen uit het dorp. Vooral veel jongens, van de voetbal.

Piet Kuijken vindt de Belgische kinderen wel eens té bescheiden. „De Nederlandse kinderen zeggen: morgen komen we niet trainen, hoor, want dan is ons lievelingsprogramma op de televisie. Dat willen we zien. Belgische kinderen zouden dat nooit zeggen.”

’t Stekske is een katholieke school. De kinderen doen de eerste en tweede communie met de hele klas. De school organiseert dat.

Met de klas en de leraren een aantal dagen op kamp gaan, is op Belgische scholen veel gewoner dan op Nederlandse scholen. Leerlingen van zes en zeven jaar gaan vaak al een paar dagen met school weg. Veel Belgische kinderen gaan op ‘sneeuwklassen’ (skikamp) of op ‘bosklassen’ (kamperen in het bos).

De leerlingen van ’t Stekske gaan in december langs de deuren om ijstaarten te verkopen. Zo zamelen ze geld in voor het skiën.

De zoon van Willem-Jan Schampers zou volgend jaar op sneeuwklassen gaan. Schampers: „Hij keek daar nu al naar uit. Het is een feest voor die kinderen.”

Hij valt even stil.

„Tot nu toe dan.”